Laaghangende oordelen

Pijnlijke cultuurstrijd

De Nashvilleverklaring is een felle reactie op een interne dialoog over homoseksualiteit, schrijft Franca Treur. Dat veel refo’s kritiek durven uiten op de verklaring, is het zoveelste bewijs dat de refo-zuil aan het afbrokkelen is.

Zaltbommel - De regenboogvlag op de Sint Maartenskerk in Zaltbommel als protest tegen de omstreden Nashville-verklaring. © Wesley de Wit

De Nashville-verklaring is het zoveelste bewijs dat de refo-zuil aan het afbrokkelen is. In de jaren negentig, de tijd dat de duivel bij monde van de paarse kabinetten euthanasie legaliseerde en het burgerlijk huwelijk probeerde open te stellen voor personen van gelijk geslacht, waren alle refo’s nog blij met hun veilige, eensgezinde cocon. Daar golden nog bijbelse normen en waarden, en eigen media, scholen, kledingwinkels en huishoudbeurzen gaven een heerlijk onder-ons-gevoel.

Dat die antithese met de wereld bij refo’s niet meer op die manier bestaat, is met name te danken aan twee ontwikkelingen: de massale intrede van internet en de nieuwe, gezamenlijke, vijand die werd geïdentificeerd: islamitische immigranten.

Via internet komt de seculiere wereld, die zo veel mogelijk buiten gehouden was, nu ook bij refo’s ongefilterd binnen. Officieel is televisiebezit nog steeds verboden, maar veel refo’s kijken via de computer naar het journaal en naar praatprogramma’s als* Pauw* en Jinek. En SGP-voorman Van der Staaij schuift tegenwoordig ook in die programma’s aan.

De tweede ontwikkeling, de angst voor de islam, zorgde voor herwaardering van ‘onze joods-christelijke wortels’, waardoor SGP’ers van gekkies betrouwbare vrienden van de coalitie werden.

Tegemoetkomend aan dat imago herformuleerde de SGP haar standpunten positief: voor het leven in plaats van tegen abortus en euthanasie. Voor het christelijke huwelijk in plaats van tegen het homohuwelijk. Dat is vooral cosmetisch. De opvattingen zelf veranderden niet, al is de positie van de vrouw in haar achterban wel iets verbeterd, refo-moeders mogen in deeltijd werken en onder druk van de Clara Wichmannstichting staan er inmiddels enkele reformatorische vrouwen op de SGP-kieslijst. Nu is het tijd voor de emancipatie van reformatorische homoseksuelen.

Waar homoseksuelen vroeger in de kast bleven – onze kerk van duizend leden telde er vroeger geen één – mogen ze nu openlijk homo zijn, al mogen ze er niet naar handelen. Onder meer de recent opgerichte werkgroep Hart van Homo’s heeft daarin veel betekend. Deze groep is voor celibaat van homo’s, maar stimuleert het uitkomen voor de geaardheid, waarbij je zelfs tot op zekere hoogte nog mag genieten van de aantrekkingskracht die je kunt voelen bij iemand van hetzelfde geslacht.

In de pastorale praktijk krijgen voorgangers ineens te maken met mensen die hun worstelingen op dit vlak kenbaar maken. Was het van de kansel nog makkelijk preken dat homoseksualiteit de Heere een gruwel is, in een één-op-ééngesprek met een gemeentelid is dat een stuk moeilijker. Bovendien gaat het om zware problematiek. Sommige gelovige homo’s lopen met zelfmoordgedachten rond, omdat ze voelen dat ze niet (en nog veel minder dan anderen) voldoen aan Gods norm. En soms omdat levenslange seksuele onthouding hen tot wanhoop drijft. Het is dus begrijpelijk dat op dit punt zaken aan het verschuiven zijn.

Dat blijkt ook uit een open briefwisseling uit 2018 over dit onderwerp in het Reformatorisch Dagblad tussen een gelovige homo met een relatie(!) en de hoofdredacteur van de krant. Ook werd in november over dit thema een studiedag gehouden in Nijkerk. Enkele sprekers hebben daar gepleit voor kerkelijke consideratie met praktiserende homo’s.

Deze ideeën liggen gevoelig. De ‘homolobby’ heeft veel te veel voet aan de grond gekregen, vinden onder meer de initiatiefnemers van de Nederlandse versie van de Nashville-verklaring. Zij verwoorden wat meer conservatieven denken: refo’s worden te wereldgelijkvormig als het gaat om man-vrouwverhoudingen. Echtscheidingen, bijvoorbeeld, worden door refo’s ook steeds meer geaccepteerd. Wat is de volgende stap? Hoe lang duurt het nog voordat er vrouwen op de kansel willen? Ook gaan er verhalen rond over praktiserende homo’s die aan het Heilig Avondmaal deelnamen en gemeenteleden die daarop weigerden aan diezelfde, ontheiligde tafel te zitten.

Het Amerikaanse statement uit 2017 van de Council on Biblical Manhood and Womanhood was vooral gericht tegen feministische invloeden in de kerk, maar had tevens een duidelijk standpunt ten aanzien van homoseksualiteit en zou dus ook hier van nut kunnen zijn. Een aantal in 2017 gepolste reformatorische kopstukken, zoals Van der Staaij, was het daarmee eens. Net als hun Amerikaanse broeders moesten de reformatorische kerken zich verenigen en bezinnen op huwelijk en seksualiteit.

Ergernis en ongerustheid over de Nijkerkse studiedag en die briefwisseling in het RD hebben dat bezinningsproces in een stroomversnelling gebracht. Net voor de jaarwisseling werd de Amerikaanse verklaring door Google Translate gehaald en meteen rondgestuurd naar een groot aantal predikanten met de vraag die te tekenen.

Twee kerkelijke hoogleraren maakten daarop in het RD bezwaar tegen het statement. Het was wat hun betrof voorbarig, onnodig hard en liefdeloos naar homoseksuele gelovigen die weer terug de kast in werden gejaagd. De verklaring gaat overigens ook over transgenders en interseksuelen, maar dat is slechts retorische ergernis over de ‘genderlobby’ in de seculiere media. Genderneutraliteit en geslachtsverandering zijn in de reformatorische gezindte geen onderwerpen van gesprek.

Het opiniestuk van de hoogleraren verraste de initiatiefnemers. Snel zetten ze de verklaring, die ze qua formulering nog een beetje hadden aangepast, online. Daaronder verschenen ook alvast de namen van degenen die wél tekenden, plus die van degenen die een jaar eerder positief stonden tegenover bezinning, zoals Van der Staaij.

Dat ook niet-refo’s dit statement onder ogen zouden krijgen, namen de initiatiefnemers voor lief. Het is tijd om zonden weer te benoemen, las ik op het refo-forum, waar dominees en homo’s die de verklaring in de seculiere media verdedigen applaus kregen. Ook Van der Staaij werd geprezen, omdat hij ondanks bezwaar over de gang van zaken de verklaring toch verdedigt. Die zei overigens: ‘Als de lhbti-gemeenschap zich sterk uitdrukt, mag de kerk dat toch zeker ook doen?’ Dat is geen bijbeltaal maar het discours van moderne emancipatiebewegingen.

De prille erkende positie van homo’s is inzet geworden van een pijnlijke cultuurstrijd. Dat veel refo-kopstukken, zoals refo-burgemeesters, zich tegen de verklaring durven uitspreken, doet vermoeden dat het om een achterhoedegevecht gaat. Waar de verklaring een eind had moeten maken aan het verkennende gesprek is dat op het refo-forum juist losgebarsten. Wanneer begaat men precies een zonde? Welke bijbelteksten moet je hierbij meenemen? In Trouw noemt Theoloog des Vaderlands Stefan Paas de verklaring niet theologisch: ‘Er wordt van alles geroepen over Gods natuur en hoe dat werkt, maar dat leest men af aan de complementariteit van de geslachtsorganen.’ Dominees moeten zich juist niet uitspreken, vindt hij, opdat noch de celibataire noch de praktiserende homo zich door zijn of haar predikant veroordeeld voelt. Een verrassend geluid in die behoudende kring.

Na alle ophef betreurt de hele refo-gezindte de imagoschade. Waar is de eenheid? De progressieven vinden het bovendien erg dat ze nu geassocieerd worden met intolerantie en liefdeloosheid. In alle opwinding werden ze ook wel iets te vaak op één hoop gegooid.