Pik botha wil wel weer

Conservatief in de Nasionale Party in Zuid-Afrika, dat is nogal niet een beetje conservatief. En conservatieven die tegen alle stromen in gebeten bleven op handhaving van oude blanke privileges, waren sinds enige tijd alles wat F.W. de Klerk nog over had in de harde kern van zijn NP.

De doodsklok voor de partij was al begonnen te luiden toen de laatste ‘verligte’, Johannesburgs partijleider Roelf Meyer, enige maanden geleden ontslag nam. Hij had in opdracht van voorzitter F.W. de Klerk geprobeerd een nieuwe toekomst voor de NP uit te stippelen als brede oppositiepartij; hij had getracht er, zoals de opdracht kort samengevat had geluid, 'zwarten bij te halen’. Maar na tal van gesprekken met zwarte politici, zoals de bij het ANC in ongenade gevallen Bantu Holomisa, was hij tot de conclusie gekomen dat een dergelijke alliantie er alleen in zat als ook het beleid omging. Geen zwarte was zo gek zich aan te sluiten bij een partij die de verdediging van blanke 'groepsrechten’ nog als enige programmapunt had. De NP zou moeten opschuiven naar het midden, wat overigens nog steeds behoorlijk conservatief zou zijn in een land waar de grootste linkse partij, het ANC, inmiddels beleidsmatig meer overeenkomt met D66 dan met de PvdA, en waar zelfs de communisten niet gevaarlijker klinken dan Wim Kok in zijn hoogtijdagen.
Maar 'FW’ wilde er niet aan. Hij had 'zijn eie volk’ juist door de veranderingen van 1990 en daarna heen gesleept om een bloedige ondergang af te wenden en om zoveel mogelijk brokjes van het oude blanke bestaan te redden. Hij legde Meyers rapport naast zich neer. Meyer nam ontslag en met hem verlieten ook de laatste NP'ers die over enig nationaal democratisch gevoel beschikten de partij.
Een al even onaantrekkelijke optie voor FW was voorzitter blijven van een partij die onafwendbaar afstevende op een kleine etnische rol aan de zijlijn - wellicht in een soort van samenwerkingsverband met de etnisch-fundamentalistische Zulu’s van Inkatha, maar ook die beweging verliest rap aan steun. Ontslag was het enige wat FW overbleef. Maar de kwestie van het lot van de Nasionale Party zelf is daarmee niet opgelost. Mogelijke opvolgers zullen met hetzelfde probleem te maken krijgen. Een terugkomst aan het nationale politieke firmament zit er onder vrijwel niemand in.
Behalve als de joker wordt ingezet, en die joker is Pik Botha. De getaande oude NP-minister van Buitenlandse Zaken, die zowel diende onder de gehate Vorster en P.W. Botha als onder De Klerk, die zelfs meer dan tien jaar deelnam in het top-apartheidsonderdrukkingsapparaat, de State Security Council, en die er - en dat mag een huzarenstukje heten - desondanks in slaagde om een zwartvriendelijk imago te behouden, is terug. Hij wil FW wel opvolgen als men hem daartoe uitnodigt, heeft de oude vos royaal aangeboden, maar dan wil hij wel met de partij in een regering van Nationale Eenheid. Pik zou Pik niet zijn als hij geen macht zou willen. En een vinger in de regeringshandel - er is geen nasionalis die zo vaak genoemd is in verband met corruptieschandalen als hij. En zo zou de NP dan toch nog even een laatste machtsmoment kunnen meemaken: als tijdelijk persoonlijk vehikel voor de laatste der apartheidsmohikanen.