Pil

Het is druk in de apotheek. Alle stoelen zijn bezet en in de hoek is een extreem mager meisje op de vensterbank gaan zitten. Ze kauwt op een tandenstoker. Ik heb nummer vierhonderddertig.

Boven de balie springt de monitor net naar vierhonderdzeventien. Een oudere man loopt naar voren, op erg grote schoenen. Hij heeft een grijze pet op, waar een plukje fel oranje haar onderuit steekt. Zijn neus glimt alsof hij die heeft ingevet. De vrouw achter de balie vraagt waar ze hem mee van dienst kan zijn. ‘Nou’, zegt de man met een opvallend luide, nogal krakende stem. ‘Deze pillen wil ik niet.’ Hij legt een doosje neer en schuift het naar haar toe. Ze kijkt er even verbaasd naar, pakt het dan op en leest het etiket. ‘Ik krijg last van dingen’, zegt de man nog harder. ‘Van lokale slapte!’ Zijn gezichtsuitdrukking schiet nu heen en weer tussen boosheid en schaamte. ‘Ik kijk even in het systeem’, zegt de vrouw, die inmiddels is gaan blozen. ‘Eén momentje.’ Ze verdwijnt achter een beeldscherm en begint driftig te typen. De man draait zich om en kijkt rond. Oranje haar, denk ik. Misschien is hij een beroepsclown. Zo’n man die verjaardagen af gaat en ballondieren maakt. Het lijkt hem niet te deren dat iedereen nu naar hem kijkt. ‘Ze denken zeker dat ik alles maar slik’, zegt hij, tegen niemand in het bijzonder. ‘Nou, deze jongen laat zich zijn pleziertjes mooi niet afpakken.’ Hij steekt zijn wijsvinger even in de lucht en wiebelt er veelbetekenend mee. Vanachter het beeldscherm klinkt gemompel. De vrouw van de apotheek vindt blijkbaar niet wat ze zoekt. Ze vraagt of meneer een recept kan overleggen. Dat kan meneer niet. ‘Geen probleem’, zegt ze. ‘Dan bel ik uw huisarts even.’ Ze loopt vlug naar haar kantoortje. De man haalt zijn schouders op en zucht. ‘Als ik niet kan neuken, dan hoef ik die rotpillen godverdomme helemaal niet meer’, zegt hij somber. Het is muisstil geworden in de apotheek. Je hoort alleen de zachte kauw­geluiden van het extreem magere meisje. Ja, een clown, denk ik. Maar een droevige.