Generatie Alles: Internationale vrijwilligers

Pimp je cv

Vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden is onder schoolverlaters en pas afgestudeerden erg populair. Maar van het voeren van pandaberen tot het planten van wensboompjes, de diversiteit aan projecten is geëxplodeerd.

Medium groene vrijwilligerswerk

De vrijwilliger die tegenwoordig afreist naar een arm land om voor enkele weken of langer ontwikkelingswerk te gaan verrichten, lijkt nauwelijks op de archetypische wereldverbeteraar die zich in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verdienstelijk wilde maken. De ‘Derde Wereld’, zoals het werkterrein indertijd nog heette, bestaat niet meer. Ook het karakter van het moderne vrijwilligerswerk heeft een flinke verandering doorgemaakt.

De hulpverleners van nu worden weliswaar nog dikwijls gedreven door idealisme en sociale bevlogenheid, maar tegelijkertijd moet er in Afrika, Zuid-Amerika of Azië vooral voor henzelf wat te halen zijn. Fun, zon en avontuur zijn criteria die bepalend zijn als schoolverlaters en pas afgestudeerden zich op het aanbod van internationaal vrijwilligerswerk oriënteren. Net zoals ze er terdege rekening mee houden welke klus het best past in hun persoonlijke ontwikkeling, op hun cv en bij het opbouwen van een eigen netwerk.

Op al die punten komen reisbureaus en andere organisatoren van vrijwilligers-packages ze tegemoet. ‘Het aantal organisaties dat vrijwilligers overzees aanbiedt is sinds 2005 enorm gestegen’, zegt onderzoeker ontwikkelings­studies Francien van Driel van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Het lastige voor onderzoekers is dat hun aantal moeilijk te schatten valt, omdat de scheidslijn tussen de toeristische industrie en traditioneel vrijwilligerswerk steeds minder zichtbaar is.’

Er zijn inderdaad honderden projecten waaruit kan worden gekozen, zelfs maatwerk behoort tot de mogelijkheden. Ruben Slagter van Travel Active vertelt: ‘Je benadert ons met je specifieke wensen, en wij stippelen de perfecte reis voor je uit.’ Zijn bedrijf is een van de 23 deelnemers aan een informatiedag in Utrecht die is gewijd aan internationaal vrijwilligerswerk. Het eerste wat daar opvalt, is dat er forse prijskaartjes hangen aan eigentijdse ‘liefdadigheid’. Voor 705 euro zendt non-profitorganisatie siw je uit om een maand Engelse les te geven aan kinderen in Kenia. Voor tweeduizend euro voer je namens Projects Abroad twee weken reuzenpanda’s in China. Via African Backpackers kun je met Zimbabwaanse rangers op pad om neushoornvallen onschadelijk te maken. Wel eerst flink sparen, want de kosten bedragen bijna honderd dollar per dag. In vrijwel alle gevallen komt een vliegticket voor eigen rekening, net als het eten en drinken. Dit maakt de vrijwilligersreis in de meeste gevallen een stuk duurder dan een luxe resort-vakantie.

Wie op de informatiemarkt in Utrecht niet direct een passende bestemming vindt, kan er thuis nog eens rustig een speciale Lonely Planet-uitgave over vrijwilligerswerk op naslaan. De populaire gids wordt gepresenteerd als de ultieme inspiratiebron voor het samenstellen van een vrijwilligersreis, of je nu wilt helpen met het opzetten van handwerkbedrijfjes in Ghana of schildpadden wilt tellen op een zonnig Grieks eiland.

Twintiger Eline Stroo koos ervoor panda’s te verzorgen in China. Haar werkdagen in het reservaat begonnen om acht uur ’s ochtends. ‘Eerst worden de panda’s gevoerd en dan het harde werk: het schoonmaken van de hokken. In mijn bruine overall en gewapend met mijn bezem en poepschepbakje ga ik aan de slag. Dit duurt ongeveer anderhalf uur. Het is echt zweten, maar daarna ben je vrij tot elf uur. Kun je lekker rondlopen in het park of internetten. Buiten het schoonmaken hoefde ik dus niet zo hard te werken. Het is veel wachten tussendoor. Soms is het wel vervelend, maar aan de andere kant heb je dan tijd om de panda’s te observeren en foto’s te maken.’

Ze beschrijft hoe het voeren van de beren in zijn werk gaat. ‘Om elf uur krijgen ze meestal pandacake, wortels, appels en natuurlijk bamboe. De meeste panda’s mocht ik zelf voeren en dat was het leukste van de dag. Ze komen meteen aangewaggeld als ze het pandabrood ruiken en dan gaan ze heel lief voor de tralies zitten met hun pootjes er doorheen geklemd. Ze houden de cake vast in hun pootje en smikkelen er dan van. Dat is superschattig.’

Ook studente Stephanie van Dommele is enthousiast. Zij nam met Projects Abroad twee maanden deel aan een paardentherapieproject in Argentinië. Het kostte bijna drieduizend euro, maar het was de ervaring volledig waard. ‘Ik heb een geweldige tijd gehad. Iedereen gaat met dezelfde reden vrijwilligerswerk doen: om samen een fantastische tijd te hebben. Het was prachtig om te zien hoe de kinderen met een mentale of fysieke handicap een band opbouwen met een paard. Ze krijgen weer zin in het leven, ze hebben plezier. En de fysiek gehandicapten leren weer gecontroleerd hun spieren gebruiken. Dat geeft zoveel genoegdoening. Je ziet echt dat ze weer naar de toekomst kijken door het paardrijden, ze denken na over hun plaats in de samenleving. Ik kan iedereen aanraden dit te gaan doen, maar je moet natuurlijk wel kunnen paardrijden.’

Toch plaatsen de meeste jonge reizigers kritische kanttekeningen bij hun tijd als vrijwilliger en betwisten ze de toegevoegde waarde van hun werk. De negentienjarige Eefje besloot een week les te geven in een weeshuis op het Thaise platteland. Behalve dat ze schrok van de ‘grote gore bende’ waarin de kinderen leven, verbaasde ze zich ook over de verantwoordelijkheid die ze kreeg. ‘Als je ’s ochtends aangaf dat je les wilde geven, werd je naar een klasje begeleid van in mijn geval vier tot zes kinderen. De leraar verdween dan gewoon, je moest het zelf maar uitzoeken. Het was af en toe heel grappig, maar als je erover nadenkt was het eigenlijk een ernstige zaak, waar wij helaas weinig aan kunnen veranderen. Of de kinderen nou echt iets geleerd hebben, weet ik niet, maar ze hebben in elk geval veel lol met ons gehad.’

De doorgewinterde vrijwilliger Karel vat het allemaal kernachtig samen: ‘Ik heb projecten gedaan in verschillende Aziatische landen. Lesgeven, muren schilderen, putten graven en wensboompjes planten. De organisatie is vaak gebrekkig en je hebt ’s middags niks te doen. Een structurele verandering in het land breng je dus niet teweeg, maar dat beseffen de meeste vrijwilligers op voorhand ook wel. Bovendien had iemand anders net zo goed hetzelfde werk kunnen doen als ik.’

veel projecten richten zich puur op het fun-aspect van vrijwilligerswerk. Dat blijkt ook uit het feit dat het siw buitenlandse jongeren naar Nederland haalt om in Friesland of Groningen op het land te werken. Dorpelingen uit het Friese Twijzel keken verbaasd op toen bij een lokale boer opeens een groep met verschillende nationaliteiten druk in de weer was met het steken van hooi. Koen Elsdijk, begeleider van dergelijke projecten in Nederland, licht toe: ‘Het is prachtig om met een groep vrijwilligers uit Azië, Portugal of Oost-Europa samen te zwoegen op het land. Het leukste is de gezamenlijke invulling van de vrije tijd nadien. Er wordt geskelterd op de boerderij, we spelen mens-erger-je-niet en we bezoeken gezamenlijk het Ot en Sien-museum. We bouwen echt een band op en er is ruimte voor culturele diversiteit, wat veruit het leukste is van deze projecten.’

Waar ontwikkelingswerk voorheen het gebied was van missionarissen, kerkelijke organisaties en ngo’s groeit voluntourism nu uit tot een breed geaccepteerde wijze van ‘de zon opzoeken’. Lucas Meijs doet als hoogleraar strategische filantropie op de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek naar de motivatie van vrijwilligers. Hij snapt waarom jongeren willen dat het mes aan twee kanten snijdt. ‘Vrijwilligerswerk moet ook leuk zijn. Je houdt het niet vol als je er zelf geen plezier aan beleeft. Er is ook geen behoefte aan sadomasochistische types. Hoe langer mensen vrijwilligerswerk doen, hoe bepalender het wordt dat ze het gevoel hebben er zelf ook iets aan te hebben. Het inzicht in de impact van hun werk wordt realistischer, minder naïef.’

Stefan Verwer, directeur van mediaorganisatie Lokaalmondiaal en uitgever van een vakblad over ontwikkelingssamenwerking, acht het effect van vrijwilligerswerk op het ontwikkelingsniveau van een land ‘nihil’. Hiermee drukt hij zich nog voorzichtig uit. Andere deskundigen wijzen al jaren op de risico’s van korte-termijnvrijwilligerswerk. Werknemers worden verdrongen, landen worden afhankelijk van hulp en de wensen van de lokale bevolking worden genegeerd. ‘Maar’, zegt hij, ‘doordat mensen in aanraking komen met armoede kan vrijwilligerswerk indirect wel leiden tot een groter draagvlak voor mondiale solidariteit. Dit kan vervolgens resulteren in ander stemgedrag en eerlijker beleid.’

Het wordt op de informatiemarkt in Utrecht niet onder stoelen of banken gestoken dat vrijwilligerswerk career building is. Op een poster van de Vrijwilligerscentrale Utrecht prijkt de leus ‘Pimp je cv ermee’. Susan Eikenaar van DoinGoood zegt: ‘Het staat prachtig voor werkgevers als je wat van de wereld gezien hebt. Het toont dat je goed met verschillende culturen kunt omgaan en dat je om je medemens geeft. Dat is een waardevolle eigenschap op de arbeidsmarkt.’

Meijs noemt het nog niet heel gebruikelijk om vrijwilligerswerk op een Nederlands cv te zetten, hoewel de noodzaak om jezelf te onderscheiden op de arbeidsmarkt groter wordt. Maar allicht zijn de studenten en afgestudeerden die op die ervaring kunnen bogen intussen al een tikje te laat om er nog goede sier mee te maken. Meijs: ‘De betekenis van vrijwilligerswerk vermindert natuurlijk als anderen ook massaal vrijwilligerswerk doen. Een potentiële werkgever zal bovendien wel drie keer nadenken voor hij een kandidaat aanneemt op basis van een cv met referenties naar het schoonmaken van pandahokken, het schilderen van schoolmuurtjes, het tellen van schildpadden, het planten van een wensboompje en de verzorging van paarden.’