Economie

Pimp my ride

Dit kabinet heeft de mond vol van kennis en innovatie en denkt de productiviteit te verhogen door ongericht te strooien met overheidssubsidies voor onderwijs en speur- en ontwikkelingswerk (R&D). Die subsidies zijn al niet erg effectief en worden dat door het kabinetsbeleid nog minder. Een hogere productiviteitsgroei vereist dat goederen-, diensten- en kapitaalmarkten concurrerender worden en dat private investeringen in het hoger onderwijs toenemen. Maar dit gebeurt niet. Als het kabinet al iets doet, doet het precies het verkeerde.

Dat er iets mis is met de Nederlandse productiviteitsgroei is al een tijd bekend. In het laatste decennium vertraagde de groei van arbeidsproductiviteit, net als in de rest van stokoud Europa. De arbeidsproductiviteitsgroei in Amerika en Engeland versnelde. Nederland heeft decennialang productiviteitsgroei kunnen boeken door imitatie van bestaande technologieën. Volgens Harvard-econoom Philippe Aghion, een van de grondleggers van de moderne groeitheorie, is dit een doodlopende weg geworden. Naarmate Nederland de grens van de technologische mogelijkheden nadert, werkt imitatie niet meer. Vandaar dat Nederland nu vastloopt. Nederland moet zelf de technologische grenzen verleggen. Dat gaat niet vanzelf. Investeringen in hoger onderwijs en R&D zijn daarvoor essentieel.

De nieuwe regering komt niet veel verder dan goedbedoelde subsidies aan hoger onderwijs en R&D. Hieraan geeft Nederland al jaren meer uit dan het oeso-gemiddelde. Toch lokken al die overheidssubsidies geen hogere private investeringen uit. De private uitgaven aan hoger onderwijs en R&D blijven ver achter bij het oeso-gemiddelde. De private sector mag namelijk niet zelf investeren in onderwijs. Het wijdverbreide toegankelijkheidsfetisjisme maakt het onmogelijk hogere collegegelden te vragen, zelfs als de toegang is gewaarborgd met een sociaal leenstelsel.

Bovendien gaat er iets goed mis als bedrijven dankzij overheidssubsidies hun eigen investeringen kunnen terugschroeven. De bedoeling is juist om bedrijven meer te laten investeren, niet minder. De belastingbetaler financiert nu op grote schaal private R&D-investeringen die ook zonder subsidie waren gedaan.

Volgens Aghion is meer subsidie op innovatieve investeringen onvoldoende om de productiviteitsgroei aan te jagen. Om technologisch grensverleggend te zijn, moet er meer concurrentie komen in goederen- en dienstenmarkten. Anders worden bedrijven niet uitgedaagd om te innoveren en rusten ze te veel op hun lauweren. Ook moeten arbeidsmarkten flexibeler worden. Door te goede ontslagbescherming schakelen bedrijven noodgedwongen te langzaam over op nieuwe technologieën en productieprocessen. Toegang tot geavanceerde kapitaalmarkten is eveneens vereist om innovatieve investeringen te financieren.

Dat de private investeringen in R&D in Nederland zoveel achterblijven heeft weinig te maken met te weinig overheidssubsidies, maar alles met starre arbeidsmarkten en gebrekkige concurrentie op goederen-, diensten- en kapitaalmarkten. Door de fusie- en overnamegolf in de financiële sector is bovendien de kredietkraan voor innovatieve ondernemingen dichter gedraaid.

De woorden ‘meer concurrentie’ en ‘vermindering van toetredingsbarrières’ ontbreken echter in het regeerakkoord. Toch is dit broodnodig.

Dit kabinet zwijgt eveneens over versoepeling van de ontslagbescherming om de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Hogere collegegelden en meer concurrentie in het hoger onderwijs zijn geen onderwerp van discussie.

Dit kabinet verhoogt de toetredingsbarrières en vermindert actief de concurrentie. De insiders van het innovatieplatform mogen nog vier jaar doorgaan met lobbyen voor staatssteun onder de noemer van de ‘sleutelgebiedenaanpak’. Sleutelgebiedenaanpak is vermomde industriepolitiek. Bedrijven die reeds innovatief zijn, krijgen staatssteun. In het verleden was dit economisch schadelijk. Picking the winners is bovendien contraproductief. De uitdagers zorgen voor baanbrekende innovaties. De gevestigde orde moet de belagers van zich afschudden door zelf productiever te worden. Niet door verhoging van toetredingsdrempels voor innovatieve nieuwkomers. Het kabinet werkt valse concurrentie sterker in de hand via de polderinstituties onder het mom van ‘samenwerking en uitwisseling’ tussen universiteiten, het bedrijfsleven en de overheid.

Dit kabinet lijkt met zijn innovatiebeleid te veel op de weinig snuggere types die een oude roestbak voor duizenden euro’s pimpen met onzinnige accessoires. Dat het kabinet hiermee de blits denkt te maken is nogal treurig, want de productiviteitsgroei zal door dit kabinetsbeleid afnemen.