Op een bewolkte voorjaarsdag in 2022 druppelt een zaaltje ver buiten de Zuidas vol met belastingnerds. De binnenlopers zijn niet alleen geografisch maar ook in omgangsvormen ver verwijderd van het zakelijk centrum van Nederland. In deze provinciestad geen snoeverige types in op maat gesneden pakken, klaar om de volgende gehaaide constructie te bedenken voor Shell, Google of Nike. Onder het systeemplafond bevinden zich keuvelende coladrinkers in geblokte blousen.

Het zijn de belastingadviseurs van de lokale winkelier en de regionale fabrikant. Om de vrije discussie onder belastingexperts niet te verstoren, hebben we onze aanwezigheid niet aangekondigd. Om diezelfde reden noemen we de aanwezige fiscalisten niet bij naam.

De blokjesblousen zijn bijeengekomen om een groeiend gat in de Nederlandse belastingregels te bespreken. De bedrijven in hun klantenkring betalen op dat moment over de eerste 395.000 euro winst slechts vijftien procent vennootschapsbelasting, in plaats van de reguliere 25,8 procent. Het lagere tarief is bedoeld om hardwerkende middenstanders te ondersteunen, en slaagt daar misschien wel iets te goed in: met een bescheiden ingreep kunnen kappers, winkeliers en overigens ook multinationals hun belastingvoordeel vermenigvuldigen.

Het lage belastingtarief geldt namelijk voor iedere besloten vennootschap (bv) afzonderlijk. Wie zijn kapperszaak opsplitst in twee onderdelen − zeg: een was-bv en een knip-bv − profiteert twee keer van het lagere percentage. Het voordeel van de extra vennootschap loopt op tot liefst 42.000 euro uitgespaarde belasting, per jaar. De ontwijkmogelijkheid bestaat al langer, maar is door verlenging van de tariefschijf tot 395.000 euro veel lucratiever dan voorheen.

Op de powerpointpresentatie voor de neus van de coladrinkers verschijnt een extreme variant. Een winkelketen van tien modezaken met in totaal 3,9 miljoen euro winst kan iedere winkel apart registreren bij de Kamer van Koophandel. Als de ondernemer zijn winst handig over zijn vestigingen weet te verdelen, halveert de te betalen belasting tot slechts een half miljoen euro.

De vaststelling leidt tot rumoer in het zaaltje. Deze belastingplanning is agressief te noemen, gnuiven sommige adviseurs. Maar de politiek heeft de mogelijkheid toch zelf gecreëerd? Vakbladen en brancheorganisaties hebben luid gewaarschuwd voor uitgelokte belastingontwijking, wat moeten ze nog meer doen? Het is nu tijd aan de klant te denken. ‘Ik verlies mijn grootste klanten als ze erachter komen dat ik ze dit niet adviseer’, zegt de enige coltrui in de zaal.

Andere fiscalisten beargumenteren dat de truc met de vele bedrijfssplitsingen hen te ver gaat. ‘Ik zou dit niet doen’, reageert iemand achter in de zaal. Hij heeft zijn klanten geadviseerd tot splitsen, maar daar was altijd een bedrijfsmatige reden voor, zegt hij. ‘Dit is echt op steroïden.’

De discussie onder het systeemplafond staat symbool voor de willekeur in de Nederlandse belastingpolitiek. Want de maatregel die toenmalig staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66) van Financiën per 1 januari 2022 doorvoerde, is vanaf 2023 alweer ongedaan gemaakt. Het belastingvoordeel voor gesplitste bv’s verdwijnt vanaf 1 januari grotendeels. De cola van de blokjesblousen is voor niets uit de koelkast getrokken.

Regels voor het afdragen van vennootschapsbelasting veranderen voortdurend, blijkt uit een analyse van De Groene Amsterdammer. Niet door inhoudelijke keuzes of voortschrijdend inzicht, maar door politieke stemmingswisselingen. Bijvoorbeeld als een minister-president na een pijnlijk verlies een goedmakertje nodig heeft voor de eigen achterban. Of als daadkrachtig bedoelde reactie op mondiale gebeurtenissen. Buiten beschouwing blijft of een maatregel logisch is, laat staan of het plan zijn doel bereikt.

'Ik verlies mijn grootste klanten als ze erachter komen dat ik ze dit niet adviseer'

Ondoordachte fiscale maatregelen kunnen leiden tot belastingontwijking, maar ook tot onzekerheid bij ondernemers, die niet meer snappen waar handig boekhouden eindigt en belastingontwijking begint. Fiscalisten zijn zo wantrouwig dat ze hun klanten terughoudend adviseren hun bv’s op te splitsen, terwijl ze de ondernemers toch een flinke pot geld hadden kunnen besparen. ‘Van al dat gelegenheidsbeleid worden mensen warrig. Dat dit weer teruggedraaid wordt, bewijst de wispelturigheid’, zegt Fons Overwater, tot voor kort voorzitter van Register Belastingadviseurs.

Begin deze eeuw lagen de twee tarieven voor bedrijfsbelasting nog dicht bij elkaar. Het lage en hoge tarief scheelden slechts zo’n vijf procent. Belangrijker nog: het lage tarief was alleen van toepassing op de eerste 22.689 euro winst. Een bv splitsen was mogelijk, het leverde alleen te weinig op om zelfs maar de fiscalist van te betalen.

Het te behalen belastingvoordeel bleef in de jaren daarna beperkt. Dat verandert pas als premier Mark Rutte (VVD) in 2017 een plannetje opvat: de politicus wil de dividendbelasting afschaffen. Aandeelhouders van Nederlandse multinationals houden daardoor twee miljard euro extra over, zo heeft de VVD-leider berekend. Het komt hem op een hoos aan kritiek uit politiek en samenleving te staan. Lodewijk Asscher (PvdA) noemt het een ‘cadeautje voor buitenlandse aandeelhouders’. Rutte’s plannen overleven de storm niet.

Maar Nederlands langstzittende premier weet het verlies te verzachten: de voor aandeelhouders gereserveerde miljarden blijven bestemd voor het bedrijfsleven. Al snel wordt duidelijk hoe Rutte zijn achterban wil paaien: de vennootschapsbelasting gaat dalen. Vanaf 2021 verlaagt de regering het instaptarief naar vijftien procent, bij hogere winsten gaan bedrijven 21,7 procent betalen, zo staat te lezen in de Miljoenennota van 2020.

De kloof tussen laag en hoog ontstaat definitief doordat Nederland rond dezelfde tijd in de coronacrisis verzeild raakt. In allerijl tovert het kabinet miljarden tevoorschijn om te voorkomen dat luchthavens, horecazaken en winkels omvallen. Om al die staatssteun te financieren annuleert het kabinet de geplande verlaging van het hoge tarief. Hogere winsten blijven dus belast met ruim 25 procent, het lage tarief zakt wel naar vijftien. De redenatie: grote bedrijven moeten meebetalen, het zwaar getroffen kleinbedrijf blijft gespaard.

Dit is vragen om problemen, denken drie ambtenaren op het ministerie van Financiën dan al. Martijn Badir, Jolanda Timmerman en Lieuwe van Hoorn waarschuwen in economenvakblad Economische Statistische Berichten (ESB): vrijwel nergens in Europa is het verschil tussen het lage en hoge tarief zo groot. Bovendien is er geen EU-land met een laag belastingtarief voor winsten tot 395.000 euro.

Ze vrezen dat kleine en grote ondernemers hun bedrijven op papier opdelen om belastingvoordeel te behalen. ‘In de adviezen van fiscale advieskantoren is de laatste jaren steeds meer nadruk gelegd op de fiscale voordelen van het splitsen van een bv, hetgeen suggereert dat het splitsen van een bv om fiscale (geldelijke) redenen vaker voor zal komen’, schrijven ze.

Via het rapport Bouwstenen voor een beter belastingstelsel wijst het ministerie van Financiën de eigen staatssecretaris op een andere misvatting: het zijn niet bij uitstek de kappers en winkeliers die profiteren van het lage belastingtarief, zoals het kabinet aanneemt. ‘De helft van de winst onder het lage tarief zit bij het grootbedrijf. De andere helft bij het midden- en kleinbedrijf (mkb)’, schrijven ze. Oftewel: Rutte en de zijnen sparen in de coronacrisis niet de worstelende middenstanders die ze voor ogen hebben, maar alle bedrijven.

'Onze fiscale regels hebben de houdbaarheid van een pak melk’

De kritische toon uit artikel en rapport druppelt door in de kolommen van zakenkrant Het Financieele Dagblad. In een snoeihard commentaar haalt de redactie uit naar de plannen van Vijlbrief. ‘Het argument van de D66-politicus om vast te houden aan de verruiming klinkt net zo gekunsteld als de opzetjes die zo meteen als paddenstoelen uit de grond zullen schieten om er optimaal van te profiteren. Geef de fortuinlijke belastingbetalers eens ongelijk.’

Vijlbrief reageert met een moreel appèl. In een beschouwend artikel in het jubileumnummer van Weekblad Fiscaal Recht gaat de staatssecretaris vlak voor de kerstdagen van 2021 in op de kwestie. Hij erkent dat belastingadviseurs hun klanten zouden kunnen aanraden om extra bv’s op te richten, maar verzoekt ze dit niet te doen. Hij benadrukt dat het splitsen van bv’s ‘maatschappelijk niet wenselijk’ is.

Tegelijkertijd lijkt de staatssecretaris voor te sorteren op zijn toekomstige ongelijk. In een brief aan de Tweede Kamer belooft Vijlbrief dat zijn ministerie zal monitoren hoeveel ondernemers misbruik maken van de geschepte mogelijkheden. ‘Vervolgens zal worden bezien of er aanleiding is om wettelijke maatregelen te nemen.’

In september presenteert zijn opvolger Marnix van Rij (CDA) de cijfers. Wat blijkt? Ondernemers richten in de laatste twee jaar meer nieuwe bv’s op dan voorheen, en heffen vaker hun zogeheten fiscale eenheden op. Bij zo’n fiscale eenheid zijn meerdere bv’s op papier verenigd en betalen ze onder meer samen belasting − het opheffing van zo’n verbond is dus een variant op splitsen.

Hoogste tijd voor Van Rij om het fiscale gat te dichten? Ja, maar wederom niet om inhoudelijke reden. Ditmaal is het de oorlog op het Europese continent die gevolgen heeft voor de Nederlandse bedrijfsbelasting. De Russische invasie zet de economische groei onder druk en leidt tot hogere inflatie. Met de naweeën van corona schept dat een probleem: de begroting moet rond.

En dus besluit het kabinet de som waarover bedrijven lagere winstbelasting hoeven te betalen maar weer te verlagen. De aanlokkelijke schijfgrens van 395.000 euro gaat terug naar tweehonderdduizend euro. Het bedrijfsleven betaalt daardoor vanaf 2023 1,27 miljard euro jaarlijks meer belasting, rekenen ambtenaren uit in de Voorjaarsnota.

Het blijkt niet voldoende. Vanaf de zomer dreigt een deel van de middenklasse de mede door de oorlog geëxplodeerde energierekening niet meer te kunnen betalen. De accijnzen op benzine en belasting op gas en elektriciteit moeten omlaag, oordeelt het kabinet. Ter financiering van die maatregelen kijken de ministers met Prinsjesdag opnieuw naar het met zoveel moeite opgetuigde belastingvoordeel voor middenstanders.

De uitkomst: Van Rij krikt het lage tarief vanaf 2023 weer op naar negentien procent. De opbrengst van de winstbelasting stijgt hierdoor nog eens met ruim anderhalf miljard euro per jaar. Bijvangst: het gat tussen laag en hoog tarief is sterk verkleind, zodat het veel minder loont een bedrijf op te splitsen in knip- en was-bv’s. Het voordeel van een extra bv is na één jaar fiscaal feest weer teruggelopen van 42.660 euro naar 13.600 euro.

Het gepingpong met tarieven doet het vertrouwen van directeur fiscale zaken Sylvester Schenk van Register Belastingadviseurs geen goed. Hij neemt het woord over van voormalig voorzitter Overwater. ‘Wetgeving is te veel een wegwerpartikel geworden. Een wet is nog niet ingevoerd of het wordt alweer afgeschaft. Erg consequent is het niet. Je zou moeten zeggen: in de tien jaar na invoer van een wet moet je die alleen met een heel goede reden nog wijzigen.’

Voor ondernemers zijn de gevolgen van de fiscale chaos te overzien, nuanceert Schenk. ‘Een procentpunt meer of minder, dat moeten ze aankunnen.’ Vervelender gevolg is dat fiscalisten zich jaar na jaar moeten bijscholen, zegt hij. Dat hoort wel een beetje bij het vak, maar toch: ‘Ik denk weleens: ik had theologie moeten gaan studeren, daar heb je nog eeuwige waarheden. Onze fiscale regels hebben de houdbaarheid van een pak melk.’

Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten