Hoofdcommentaar: Chili

Pinochet en de doden van het verleden

Tot ons genoegen is generaal Augusto Pinochet zojuist gevangen in het web van zijn eigen perversiteit. Toen de voormalige dictator van Chili duizenden politieke gevangenen liet verdwijnen in de nacht en nevel van zijn dictatuur, ze achterlatend zonder een begrafenis, had hij in zijn stoutste nachtmerries niet kunnen voorzien welke grap de geschiedenis met hem zou uithalen: dat vele jaren later diezelfde misdaden rechter Guzmán ertoe zouden brengen hem te veroordelen voor misdaden tegen de menselijkheid. De Chileense rechter kan voortgaan met Pinochets proces omdat in augustus het hooggerechtshof van Chili de generaal zijn zelf-verleende parlementaire onschendbaarheid ontnam door de verdwijning van gevangenen te interpreteren als gevallen van ontvoering, het soort misdrijf dat aanhoudend en eeuwigdurend is, een schending van leven en vrijheid die zal voortduren tot de lichamen van de ontvoerden opduiken.

De hardvochtige praktijk om de gezinnen de lichamen van hun vermoorde verwanten te onthouden, moet Pinochet en zijn discipelen in het begin een briljant idee hebben geleken. De autoriteiten konden van twee walletjes eten. Ze konden hun tegenstanders doden en niet verantwoordelijk worden gehouden voor die moorden, zichzelf de totale macht over leven en dood toe-eigenen en zichzelf tegelijkertijd toch zuiveren met een officiële ontkenning: er waren geen gevangenen en hun verdwijning was een verzinsel van onruststokers. En dus kan het habeas corpus worden verworpen omdat er, om het bot te stellen, geen corpus is. Geen lichaam. Dood of levend. En dus geen bewijs en geen misdrijf.

Toen Pinochet de familieleden veroordeelde tot het inferno van de absolute onzekerheid over het lot van de mensen die zij liefhadden, dwong hij hen en de rest van Chili zich, steeds en steeds weer, die onzegbare dingen voor te stellen die op datzelfde moment de mannen en vrouwen in gevangenschap werden aangedaan. Omdat er geen lichaam was om te ruste te leggen, kon er ook geen geestelijke rust zijn. Het martelen werd getransformeerd van iets overwegend lichamelijks tot een gebeurtenis die eindeloos werd herhaald in de innerlijke wereld van iedere burger, waardoor hij of zij verlamd raakte van angst. Die verdwijningen zouden voor velen van ons uiteindelijk het verdwijnen van het land zelf gaan symboliseren, de poging voorgoed het Chili van de vrijheid te vernietigen waar wij eens hadden gewoond.

Pinochet was ervan overtuigd dat hij nooit zou worden aangepakt of voor de rechter gesleept voor die wrede schending van onze mensenrechten. Het was niet alleen omdat hij opperbevelhebber van het leger was en dus het monopolie bezat op geweld. Ook vrijwaarde hij zichzelf van elke mogelijke vervolging door amnestie uit te vaardigen voor welke misdaden dan ook die konden zijn gepleegd in de gruwelijkste jaren van zijn heerschappij.

Het is daarom vooral prachtig dat het juist die vermiste en verondersteld dode lichamen zijn die nu zijn teruggekomen om Pinochet te kwellen, nu ze het instrument zijn geworden van wat heel goed zijn straf en die van zijn medeplichtigen zou kunnen zijn. Om de dans te ontspringen zal Pinochet nu moeten bewijzen dat hij die gevangenen vermoordde — of het bevel gaf hen te vermoorden; hij zou ze moeten opgraven uit de diepte van hun anonieme graf, ze opdreggen uit de rivieren en de zeeën waar ze in werden gegooid. Dan en alleen dan zou zijn eigen amnestie op hemzelf toegepast kunnen worden: hij zou worden vrijgesproken omdat hij toegaf te hebben gemoord. Perfecte rechtvaardigheid: zijn eigen extreme wreedheid doet de generaal uiteindelijk de das om.

Deze nieuwe ontwikkeling in de zaak-Pinochet is het gevolg van vele factoren, eerst en vooral de nooit eindigende strijd van de familieleden van de vermisten, die altijd weigerden te geloven dat hun geliefden dood waren. En ze werden bijgestaan in hun zoektocht door grote groepen Chilenen die begrepen dat zolang die lichamen geen begrafenis kregen, een echte rustplaats waar het rouwen kon beginnen, er geen vrede en geen verzoening zou zijn. We moeten echter niet vergeten dat deze enorme sociale beweging jarenlang gerechtigheid heeft geëist zonder te worden gehoord. Wat de machinerie van de staat in Chili in gang zette, de democratische regering en het rechtssysteem, het leger en de rechtse pinochetistas deed reageren, was de arrestatie van de generaal in Londen op bevel van de Spaanse rechter Baltazar Garzón. De lange uitleveringsprocedures (behalve dat ze het universele principe vastlegden dat staatshoofden geen immuniteit kennen als ze misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd) dwong Chilenen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen problemen en manieren te vinden om te gaan met de mensenrechtendilemma’s die al die jaren onopgelost waren gebleven.

Het is nog te vroeg om te raden wat de gevolgen zullen zijn van de beslissing van rechter Guzmán, of Pinochet een proces zal ontlopen om medische redenen. Noch is in te schatten welke druk de strijdkrachten zouden kunnen uitoefenen, om maar te zwijgen van de protesten van Pinochets aanhangers, die een groot deel van de economie en bijna alle media controleren en die een grote electorale achterban hebben.

Maar er is al een ethisch gevolg van enorm belang zichtbaar, niet alleen voor Chili maar voor elke uithoek van deze planeet. De strategie van het laten verdwijnen van gevangenen, die extreme vorm van geweld die zoveel regimes overal ter wereld heeft bezoedeld, blijkt een boemerang te zijn die uiteindelijk diegenen beschadigt die hem gebruiken. Deze nieuwe overwinning op de straffeloosheid behoort dan ook vooral onze verdwenen familieleden toe, los desaparecidos, die mannen en vrouwen die weigerden het lot van vergetelheid en angst te aanvaarden dat een dictator voor hen had bedacht, die mannen en vrouwen die op een avond werden opgepakt en die op een of andere manier nog in leven zijn, over de dood heen, en die nog steeds de man beschuldigen die hen voorgoed dacht te kunnen vernietigen.

Vertaling: Rob van Erkelens