Pionieren in de flevopolder

Hij bestuurt al twintig jaar Neerlands jongste provincie. ‘Echt een ander gebied. De Flevolanders zijn mentaal sterk, een gemeenschap.’ Daar kan de rest van Nederland een voorbeeld aan nemen, meent Han Lammers
DE COMMISSARIS van de Koningin in Flevoland heeft zijn gevoel voor sociale rechtvaardigheid niet verloren. Neem de nieuwe Algemene Bijstandswet en Algemene Nabestaandenwet. ‘De kwaliteit van deze wetten blijft sterk achter bij de oude Bijstandswet en Algemene Weduwen- en Wezenwet. Er zullen mensen onder het bestaansminimum terechtkomen. De PvdA zal hiervoor zeker door het publiek ter verantwoording worden geroepen’, zegt hij fel in zijn werkkamer in het Provinciehuis te Lelystad.

In 1976 werd Han C.J. Lammers na zijn wethouderschap in Amsterdam benoemd tot landdrost bij het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders. Eind 1996 zal hij als commissaris van de Koningin afscheid nemen van de nieuwe polders. De ‘paarse ondermijning’ van de sociale zekerheid en de volkshuisvesting vindt hij op dit moment echter belangrijker dan verhalen over water en blubber in het drooggevallen land. 'Een verhoging van de uitkeringen ligt meer voor de hand dan tornen aan de sociale zekerheid. Met de ontwerpresolutie Ideeen voor de toekomst kan op het congres in februari aan het herstel van de geloofwaardigheid van de PvdA worden gewerkt. Het bevat interessante stof voor wie zich in de afgelopen jaren politiek dakloos heeft gevoeld.’
HIJ GENIET OVERIGENS nog steeds van de openheid van bestuur in de polders. Statenvergaderingen duren zelden langer dan een paar uur. De Flevolanders staan niet met hun pet in de hand? 'O, nee, nee’, schiet hij in de lach. 'Dat zeker niet. Het is echt een ander gebied. De Flevolanders kijken elkaar niet naar de ogen. De vrijmoedigheid waarmee ze met mij omsprongen was prettig. Je wist meteen waar je aan toe was.’
Lammers is een jaar burgemeester van Almere geweest. De lovende verhalen in de pers over de nieuwe woningen in de Regenboogbuurt deden hem plezier. 'Het zijn wel huizen voor de sjiek. Almere bouwt nog steeds voor Amsterdammers, maar niet meer voor de laagste inkomensgroepen. Het zijn vaak koopwoningen voor de iets betere stand. Het zij ze gegund, maar de achterstand van de laagst betaalden moet worden ingelopen. Het is curieus dat je Amsterdam daar niet over hoort. Adri Duivesteijn is de enige die zich teweer heeft gesteld tegen de huurstijgingen voor de minima. Hij dwong Tommel de kamer toezeggingen voor vermindering te doen. Maar is dat voldoende?
Het bestaansrecht van de socialistische beweging berustte voor een belangrijk deel op het oplossen van de woningnood. Die functie vervult de PvdA nauwelijks meer. In het begin van de jaren zestig was voor ons de woningnood Volksvijand nummer een. Als je wachtlijsten nu ziet, is er nog steeds sprake van woningnood. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening zijn de afgelopen tien jaar als stiefkinderen behandeld, zeker door het kabinet Lubbers-Kok met Heerma als staatssecretaris. Het evenwicht tussen vrije sector en sociale woningbouw is zoek. Volgens Ideeen voor de toekomst moeten er objectsubsidies komen voor het herstellen van dat evenwicht. Zeer juist. Het primaat van de volkshuisvesting moet sterker worden.’
Melkert heeft toch 582 miljoen voor huursubsidies en armoedebestrijding uitgetrokken?
'Ja, maar wel budgettair neutraal. Geld uit het overschot van Bijzondere Bijstand. Mensen in nood weten vaak niet hoe ze die bijstand kunnen aanvragen. Je komt er nooit uit met het paarse milieu. Als je ervan uitgaat dat dit kabinet de hele rit blijft zitten, moet je nu al duidelijk maken welke radicale stappen in linkse richting je gaat voorbereiden voor de volgende periode.
Mensen als Linschoten en Zalm volgen een a-solidaire koers. De jongelui van de VVD zijn zeer zelfverzekerd bezig. Als je het lijstje van Korthals Altes ziet, houd je je hart vast. Doordat ook de gemeentelijke heffingen hoger worden, komen veel mensen, vooral ouderen, in een isolement terecht. Intussen loopt Zalm lachend met Waigel door Den Haag. De Nederlandse minister van Financien heeft zijn Duitse collega beloofd dat hij voor toetreding tot de EMU het financieringstekort drastisch omlaag zal schroeven. Maar waarom is een zeker financieringstekort zo slecht, als het wegwerken ervan leidt tot nog meer misere en armoede? De onrust in Frankrijk is een teken aan de wand. De weerstand in Engeland tegen de EMU is ook groot. Het is goed dat Wallage blijk heeft gegeven van zijn verontrusting. Uitstel van de EMU tot na de eeuwwisseling lijkt mij onvermijdelijk. Zonder Engeland en Frankrijk ontstaat er een kongsi van rijke landen: Duitsland, Oostenrijk en de Benelux, en het overwicht van onze Oosterburen wordt dan wel erg groot. Ik denk dat we toe zijn aan een heroverweging van het Ecu- en EMU-verhaal.’
OP DE TENTOONSTELLING De Rode Droom: Een eeuw sociaal-democratie in Nederland in de Nieuwe Kerk in Amsterdam hangt een foto uit 1966 van de schrijvers van Tien over rood met een jeugdige Han Lammers, Hans van der Doel en Arie van der Zwan. 'Dat waren voortreffelijke jaren’, zegt Lammers met enige weemoed. 'In die tijd is de ontwikkelingshulp ontstaan. Ontwikkelingshulp, inkomenspolitiek en vredespolitiek om tot een soort overleg in Europa te komen. In Helsinki is dat laatste begonnen. Op een PvdA-congresje in Haarlem hebben we dat aan de orde gesteld. Alle bolleboffen van de partij en vakbeweging kwamen ijlings opdraven. We zeiden niks over de sociale zekerheid, omdat we vonden dat die goed geregeld was. De sociale zekerheid was een van de redenen waarom ik me na jaren politiek dakloos te zijn geweest, aansloot bij de PvdA. Het ging toen heel slecht met de partij bij de Statenverkiezingen. De inkomenspolitiek stond bij ons centraal: een rechtvaardige verdeling van het nationale inkomen.
Dat speelt nu opnieuw zeer sterk. Ik hoor veel narigheid. Alle jaren door heb ik in de polders de noodvoorzieningen krachtens de Bijstandswet voor mijn rekening genomen. Dat systeem heeft men geformaliseerd en bij het bestuur weggehaald. De burger is daarmee niet beter geholpen. Wij hadden een lage drempel. We zochten altijd naar een oplossing die meteen resultaat opleverde. Van misbruik heb ik weinig gemerkt.’
Lammers heeft Paul Kalma’s Wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit met instemming gelezen. 'Het lijkt erop dat de PvdA er wat minder kil mee omspringt. Misschien is het tijd voor de heroprichting van de PvdA. De wending moet veel krachtiger en consequenter worden doorgezet.
De organisatie van de sociale zekerheid berust op solidariteit. Je moet eigenlijk niet in termen van de overheid maar van de gemeenschap praten. Dan maak je de mensen veel sneller duidelijk dat ze moeten opkomen voor de zwakkeren in hun eigen samenleving. De gemeenschap kan zeer sterk zijn als ze voor uitdagingen staat. Dat kun je bijvoorbeeld heel goed zien in de nieuwe polders. De Flevolanders zijn mentaal sterke mensen. De boeren zijn grootondernemers. Als je ergens geemancipeerde vrouwen wilt ontmoeten, moet je gaan praten met de boerinnen in Flevoland. Dat geldt ook voor de mentaliteit in de steden. De criminaliteitsgolf in Lelystad is in samenwerking met de politie door de burgerij zelf een halt toegeroepen. Nabuurschap, ja. Op de boerderijen spreekt dat vanzelf. Het verenigingsleven is rijk en sterk.
De pioniersgeest is nog steeds overal aanwezig. Het inrichten van de polders was natuurlijk een grote uitdaging. In het begin werd het werk in belangrijke mate door het Rijk gedaan. Het indelen van de landerijen, het bouwen van woningen. Het ging onder leiding van de staat, maar het tempo was ongewoon hoog. Een van de meest opvallende ondernemingen was de razendsnelle verhuizing van het Burgerziekenhuis uit Amsterdam naar Almere, eind 1982. Het werd compleet met doktoren, verpleegkundigen en inrichting overgeplaatst. Niemand vond dat gek. Het is echt monumentaal wat hier gebeurt. Buitenlanders kunnen hun ogen niet geloven. Het betekent echter niet dat je er een monument van moet maken, zoals Nuis wil door plaatsing van de Noordoostpolder op de Wereld Erfgoedlijst van de Unesco. Dat zou de verdere ontwikkeling van Flevoland kunnen belemmeren.’
IN HARMELEN worden boeren miljonair door verkoop van grasland voor f40,- per vierkante meter ten behoeve van de verplaatsing van glastuinders voor het Masterplan Leidsche Rijn. Het plan voorziet in de bouw van dertigduizend woningen voor het oplossen van de woningnood in Utrecht en Vleuten-De Meern. Volgens het PvdA- raadslid Jacques van Geest in Vleuten-De Meern wreekt zich hier op kosten van de bevolking het afwijzen van de grondpolitiek van Den Uyl in de jaren zeventig. Maar er kwam geen voorkeursrecht voor de overheid bij de verkoop van grond, en nu is er geen vrije poldergrond meer over. Is die situatie in Flevoland minder schrijnend?
'In Flevoland gaat alle grond nog steeds van het Rijk naar de gemeente. We zijn toe aan een nationaal debat over de verdeling van de ruimte in ons land. We werken nog steeds met de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening; er moet een Vijfde Nota komen. Die nota is ook nodig als minister De Boer het Groene Hart wil behouden. Er moeten uitspraken komen over locaties waar nog wel of niet kan worden gebouwd of industrie kan worden gevestigd.’
En daarna alsnog inpoldering van de Markerwaard?
'Van mij mag het, maar dat is een nationale zaak, die goed moet worden bekeken. Lelystad was met de ingepolderde Markerwaard oorspronkelijk gedacht als centraal gelegen hoofdstad van Flevoland met ongeveer honderdduizend inwoners. Het is nu nog een stad aan het water met zestigduizend inwoners.’
Het niet inpolderen van de Markerwaard heeft nadelig gewerkt voor de ontwikkeling van Lelystad, meent Lammers. 'Voor het waarborgen van het voorzieningenpeil van de burgers moet de stad nu op eigen kracht doorgroeien naar tachtigduizend inwoners. Dat betekent het bouwen van nieuwe woningen en het scheppen van heel veel nieuwe en hoogwaardige arbeidsplaatsen. De Europese bijdragen aan het Regionaal Ontwikkelingsprogramma 1994-1999 komen daarbij goed van pas. Het gemiddelde inkomen is in Lelystad te laag. Er is daar grote leegstand. Huren van achthonderd tot negenhonderd gulden zijn te hoog voor de bewoners.’
Met het Europese geld kunnen bovendien scheefgegroeide situaties worden rechtgetrokken. 'Almere heeft met ruim honderdduizend inwoners Lelystad inmiddels ver achter zich gelaten. Almere ligt nu eenmaal dichter bij het oude land, en mag uitgroeien tot een stad van 250.000 inwoners. Flevoland ligt centraal, vormt een verbindingsgebied. Het is ook belangrijk voor Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. De aanleg van de Zuiderzeespoorlijn vind ik dan ook een must. De provincie telt nu in totaal ongeveer 255.000 inwoners. Dat mag uitlopen tot vijfhonderdduizend, maar dan zijn de nieuwe polders wel vol. De vraag is ook hoe het dan verder moet met de Markerwaard. Bovendien heeft de directeur van Schiphol gelijk als hij zegt dat de tijd na de vijfde baan en het jaar 2005 niet stilstaat. De vraag is dan of de uitbreiding van Schiphol zich in Nederland moet afspelen. Het is gezond dat hij daarover in Europees verband wil nadenken. Maar bij een keuze voor Nederland komt onherroepelijk de Markerwaard weer in beeld.
We hebben jaren geleden Rijkswaterstaat gevraagd of de Markerwaard niet wat vriendelijker kan worden ingepolderd. Daar zijn mooie oplossingen uitgerold: ruimte voor woningbouw, maar ook veel natuur en een groot strand aan het Markermeer. Dit zou de druk op de Randstad kunnen verlichten. Helaas is er te weinig bestuurlijke samenhang in dit kleine land. Het dienstvaardige karakter van het openbaar bestuur is verdwenen in onwrikbare lagen. Wat betekenen beslissingen voor de samenleving? Waar is de solidariteit van de bestuurders met de bestuurden? Men let liever op de procedures dan op de feitelijke raakvlakken. Het gebrek aan fantasie is opvallend. Er is een enorme juridische technocratie aan het ontstaan.’
HOE DENKT HIJ over de vorming van stadsprovincies?
'Het gekke is dat niemand mij heeft kunnen uitleggen wat er verkeerd gaat als er geen stadsprovincie komt’, zegt Han Lammers. Ook het idee van het referendum vindt hij geen noodzakelijke vernieuwing van het openbaar bestuur. 'Begrijp me goed, het referendum is niet verboden. Het kan zijn dat plannen zo ingrijpend zijn dat je zegt: ik wil gewoon weten hoe de bevolking daarover denkt. Een rondvraag, een volksraadpleging waarop je je besluitvorming kunt afstemmen. Maar niet in de plaats van de besluitvorming van de gemeenteraad, de staten of het parlement. Dus: geen rondvraag over reeds genomen besluiten, geen referenda die de gemeenteraden opzij zetten. Vooral meningen peilen en niet tornen aan de Planologische Kernbeslissingen. De grote steden moeten gewoon hun werk doen. De zaken waren twintig, vijfentwintig jaar geleden gecompliceerder dan nu. We stonden toen aan het begin van de stadsvernieuwing. Met vallen en opstaan hebben we het gered en is er ervaring opgedaan die nu nog toepasbaar is.
Gemeenten moeten ophouden met in elkaars vaarwater te zitten. Onlangs las ik weer in de krant: twee gemeenten vechten om grond. Grote steden denken te veel in de categorie macht, terwijl het anders kan. De omliggende gemeenten worden daar schuw van. De ruimtelijke ordening is niet het exclusieve domein van de provincie, de gemeenten hebben ook niet alles te zeggen en het Rijk ook niet - het aardige is dat eigenlijk niemand het alleen voor het zeggen heeft. Dat betekent dat alle medespelers eropuit moeten zijn om elkaar te helpen. Dat geldt ook voor grotere verbanden als de Randstad; het is te vaak Holland en nog eens Holland.
Er is ontegenzeglijk een afstand tussen gemeente en provincie. Er zijn functionele en ideologische verschillen. Provincies hebben nogal de neiging een afwachtende houding in te nemen; in ruimtelijke ordening is de provincie vaak het tweede echelon. De provincie moet zich beperken tot het beoordelen van bezwaar- en beroepsschriften tegen de besluitvorming.’
De Kamers van Koophandel willen de stadsprovincie ter bevordering van een slagvaardig economisch beleid. Vooral in de Rijnmond en de IJmond pleiten zij voor een loket voor het bedrijfsleven. Ze zijn het beu steeds met alle gemeenten langs de Nieuwe Waterweg of het Noordzeekanaal te moeten onderhandelen voor het slaan van de eerste paal. Lammers: 'Dan moeten die gemeenten zich maar op dit gebied verenigen. Dan wijzen ze gezamenlijk een bijzondere vertrouwensman aan, die dat bedrijf begeleidt vanaf het begin van de aanvraag tot het slaan van de eerste paal. In Flevoland gaat dat al zo.’