Zwedens groene religie

Pioniers in duurzame ontwikkeling

Zweden presenteert zich graag als het eco-vriendelijkste land ter wereld. De milieubeleving heeft er inderdaad religieuze trekken. Het ‘Merk Zweden’ surft mee op de groene golf.

ALS U NAAR Stockholm vliegt, landt uw vliegtuig in gecontroleerde ‘groene landing’ boven op de grootste warmtepomp ter wereld, die onder de luchthaven warm en koud water opslaat om energie te besparen. U wordt in een bus op biobrandstof naar de terminal gereden – uw bagage misschien nog met een benzinewagentje, maar binnen twee jaar is dat minpunt verholpen. Mogelijk heeft vliegmaatschappij SAS de wereld er dan van overtuigd om op biokerosine te vliegen. In ieder geval staan op de taxistandplaats dan enkel nog ecotaxi’s op u te wachten. Voor de benzinewagens die nu nog worden gedoogd, moet u verder lopen. Als u wordt opgehaald, hangt de afstand die u tot de auto van uw kennis moet lopen af van het energielabel van de vierwieler. Natuurlijk is de op groene stroom rijdende trein milieuvriendelijker en daar wordt u tijdens een rit naar het stadscentrum in twee talen aan herinnerd. Als u uitstapt, wordt de warmte die u in de stationshal uitwasemt gebruikt om kantoren van de spoorwegen te verwarmen. De bus of tram voor de ingang is waarschijnlijk een miljöbil, die u naar uw hotel brengt, waar stickers en hangkaartjes u verzoeken de verwarming alleen hoog te draaien als dat nodig is.
Welkom in Zweden, dat in ‘ecologische voetafdruk’ per inwoner maar een handvol landen voor zich moet dulden in de wereld, waar de auto’s het grootst zijn van Europa, waar geen woning compleet is zonder sauna, geen winter zonder reis naar de zon en geen verhuizing zonder een herinrichting naar de laatste design-trends. In dit Zweden bestaat geen noemenswaardige oppositie meer tegen Groen. ‘Er is politieke consensus over de algemene richting naar een maatschappij die minder fossiele brandstoffen gebruikt, minder afval produceert en minder schadelijke stoffen uitstoot. De regering heeft ambitieuze doelen gesteld, maar de oppositie wil verder gaan en de Groenen tweemaal zo ver’, zegt Zwedens klimaatambassadeur Staffan Tillander in de ontvangstruimte van het Zweedse ministerie van Milieu. Of de consensus al vruchten afwerpt? ‘Absoluut, al groeit de ecologische voetafdruk per Zweed helaas nog steeds.’
Door zijn actieve houding en de voortdurende lobby voor strengere milieu-eisen is Zweden een soort milieuzendeling geworden. En omdat Zweden de huidige voorzitter is van de Europese Unie spelen de Zweedse milieuambities volgende week een mondiale rol bij de klimaattop in Kopenhagen. Net als Tillander, die al jaren namens Zweden onderhandelt over klimaatdoelstellingen: ‘Wij willen dat de Europese landen zich vrijwillig vastleggen op een veel grotere CO2-reductie dan nu op tafel ligt. Hopelijk krijgen we er ook een Europese CO2-taks door, die we al jaren heffen in Zweden.’

DE BEKERING van Zweden is recent maar vrijwel totaal. Oppositie kwam recent nog van bedrijven en conservatieven, maar die zijn helemaal om. Op televisie en straatmeubilair wemelt het van de reclames waarin bedrijven hun groene passies uitventen. De markt voor ecoproducten groeit jaarlijks met bijna tien procent en de Zweden kopen tweeënhalf maal zo vaak ecoproducten als het Europese gemiddelde. Heel Zweden doet mee. ‘Van alle burgemeesters wil 98 procent vrijwillig meer doen aan het milieu’, stelt de bekoorlijke blondine Mila Hamberg van het Zweedse Energie Agentschap in haar kantoor in Stockholms hipste wijk Södermalm. Geen wonder dat het etiket ‘groen’ aanslaat bij vrijwel alle kiezers. En als het niet vrijwillig gaat, springt de staat wel bij. Meer dan driekwart van alle publieke aanbestedingen bevat milieu-eisen en het parlement decreteerde dat volgend jaar een kwart van al het eten in scholen en ziekenhuizen organisch moet zijn. Milieuregels aan de laars lappen is geen goed idee: wie bijvoorbeeld moedwillig een eik beschadigt in Stockholms ecowijk Hammarby Sjöstad krijgt een tik op de vingers van 750.000 kronen, 71.500 euro.
Het ontgaat de Zweden niet dat hun milieubeleving intens is. De bezoekersbrochure Sweden and Swedes refereert keer op keer aan zaken als respect voor de natuur als ‘centraal element van de Zweedse ziel’, ‘onze sentimentele relatie met natuur’ en ‘onze exotische liefdesrelatie met ons landschap’. De Zweden blijken van hun landschap te houden ‘met een bijna religieuze intensiteit’. En uiteindelijk: ‘In onze geseculariseerde Zweedse samenleving komt liefde voor de natuur het dichtst bij een nationale religie.’
In die religie lijken ‘groen’ en ‘eco’ deel van de geloofsbelijdenis. Bij weinigen is die zo intens als bij de Zweden die ‘passieve huizen’ bouwen, woningen die geen of nauwelijks verwarming en koeling nodig hebben. In Europa staat één op de zeven passieve huizen in Zweden, wereldwijd één op de vijftien – hutjes in de tropen vallen kennelijk niet onder de definitie. Het ‘eerste passieve huis van Stockholm’ is op een stevige drie kwartier rijden uit het stadscentrum, in wat in Nederland natuurgebied zou heten. Eigenaar Andreas Granbäck komt voorrijden in zijn elektrische Smart. Hij toont zijn nog in aanbouw zijnde Passivhus, met zijn muren van een kleine meter dik, de zonnecollectoren, warmtewisselaar en zijn honderd ingenieuze energiebesparende oplossingen. ‘Gebouwen zijn goed voor bijna veertig procent van de energieconsumptie in Europa’, zegt Granbäck. ‘We kunnen veel besparen zonder sjofel te wonen.’ Het huis is inderdaad een mooi geheel, zeker door de sjieke inrichting. Even later wordt duidelijk hoe de restaurantserveerder zich dat kan veroorloven en waarom zijn vader rondhangt en opeens een PowerPoint-presentatie op de muur projecteert: Passivhus Granbäck is een showcase van vader, die een bouwbedrijf heeft en een patent op de steenwolisolatie die het huis beschermt.

HETZELFDE MECHANISME is overal in Zweden te zien: bedrijven die aanhaken bij de groene golf en die zich niet verzetten tegen milieuregels maar juist pleiten voor een totale eco-omslag in wonen, werken, reizen. De al genoemde ecowijk Hammarby Sjöstad is een ander voorbeeld. Tien jaar geleden was het nog een rafelrand van het centrum: een oud haven- en loodsenterrein, vol werkplaatsen, autosloperijen, woonwagens en andere wilde activiteiten. Toen Stockholm zich kandidaat stelde voor de Olympische Spelen viel het oog op Hammarby als Olympisch dorp en het gebied werd hereigend.
‘Hammarby Sjöstad bleek zo vervuild dat het alleen nog als dumpplaats kon worden gebruikt. Het was een van de smerigste plaatsen in Europa’, zegt Erik Freudenthal van Hammarby’s bezoekerscentrum Glashusett. In plaats daarvan werd Hammarby afgegraven en opnieuw volgestort. Nu is het Java-eiland-achtige Hammarby de eerste milieuneutrale wijk ter wereld. Het afval wordt met een ingenieus buizensysteem uit de huizen gezogen, gescheiden en hergebruikt of verbrand voor energie, rioolwater wordt gegist om biogas te produceren, afvoerwater wordt gefilterd voordat het in het Meer van Stockholm wordt geloosd. De hele wijk is ingericht op het verlagen van de ‘ecologische voetafdruk’ van de bewoners, die voortdurend worden gewezen op ecologische doelstellingen – tot aan het gebruik van tandpasta zonder witbleker toe.
‘Hammarby is het uithangbord van “Merk Zweden’”, zegt Gunnar Söderholm, Stockholms omvangrijke en opgewekte milieuwethouder, in zijn kantoor in het hart van de oude stad. ‘Alle milieuoplossingen en technologie bij elkaar verkopen we als totaalconcept Symbiocity aan andere steden. Het trekt internationaal zoveel interesse dat drie bouwbedrijven zelf een nieuwe wijk aan het bouwen zijn waarin alles beter moet zijn dan in Hammarby.’ De groene golf combineert voor Söderholm op een ideale manier milieu- en bedrijfsdoelen: ‘Experts voorspellen ons dat we hier het klimaat van Parijs krijgen. Daar nu op anticiperen is goedkoper dan achteraf. Stockholm loopt dertig, veertig jaar achter met zijn infrastructuur. Het inhalen van die achterstand doen we meteen groen. En dat zal straks winstgevend blijken te zijn. Denemarken zette vanaf de jaren zeventig in op windmolens en is nu de mondiale leider in windenergie.’
Verscheidene bedrijven vertellen dat win-win-verhaal, maar niet overal komt het oprecht over. Zo houdt pr-chef Jan Linqvist van vliegveld Arlanda in het gebouw van de luchtverkeersleiding een lang verhaal over hoe milieubewust Arlanda is. Portee: we doen al heel veel zelf, dus een reizigersbelasting of kerosineheffing zou heel unfair zijn. En heel slecht voor het begrip tussen volkeren en de wetenschap. ‘Dit gebouw symboliseert de groene richting die Arlanda ingeslagen is’, zegt hij over het in een berkenbos opgetrokken kantoor. ‘In onze pauze gaan we naar buiten om van de rust en de natuur te genieten, of om paddestoelen te zoeken.’

MAAR ANDERE bedrijven lijken even oprecht door milieubewustzijn bevangen als de gemiddelde Zweed. De semi-publieke Zweedse spoorwegen spannen de kroon. ‘Toen kantoorgebouwen naast Stockholms station aan sloop toe waren, zijn we om de tafel gaan zitten en hebben lang nagedacht over wat we precies wilden, met het hele stationsgebied en met onze functie in de Zweedse maatschappij’, zegt ingenieur Karl Sundholm, de sympathieke projectleider van Zwedens meest besproken bouwproject.
Onder Sundholms leiding bouwt stationseigenaar Jernhusen nu voor honderd miljoen euro het energiezuinigste gebouw ter wereld, met ‘slimme’ thermostaten die anticiperen op weersvoorspellingen, glasfiber zonlichtgeleiders, slimme hoeken naar de zon, vijf lagen isolatieglas, en als pronkstuk de warmtegeleider vanuit Stockholms stationshal. ‘Er gaan dagelijks 250.000 mensen door die hal, er staan duizenden lampen aan, er worden vijfduizend cappuccino’s gemaakt en vijfduizend flesjes water koel gehouden. Daardoor is het bij het dak altijd heet’, zegt Sundholm. ‘We tekenden de oplossing op een servet bij de lunch: die warmte aanvoeren voor verwarming, het water van het meer voor koeling.’ Tot de helft van de stook- en koelkosten van het nieuwe gebouw wordt straks gedragen door de enorme warmtewisselaars in de kelder. Alles aan het gebouw is openbaar. Sundholm: ‘Iedereen mag alles van ons project weten, alle bouwtekeningen en oplossingen. Wat we terug willen, zijn energiebesparende ideeën van anderen, zodat we het hele stationsgebied en het centrum van Stockholm stap voor stap de beste plek maken die het kan zijn.’

Deze reportage werd gemaakt op uitnodiging van het Svenska Institutet