Pippi in Taka Tuka-land

‘Allemaal leuk en aardig’, schreef ik aan mijn vriendinnen die koffie zouden plukken in Nicaragua, ‘maar wat dóen jullie nou eigenlijk daar?’
We schrijven 1980 of ‘81, en we dienden de revolutie. Dat wil zeggen: twee leden van onze woongroep waren afgereisd naar Managua om de daad bij het woord te voegen, en ik was nog hevig op het woord aan het studeren. Friedrich Engels’ Oorsprong van het gezin, van het particuliere eigendom en de staat lag permanent opengeslagen naast mijn matras. Strenge brieven schrijven, daar was ik goed in.

‘Alles duurt hier zó lang’, schreven ze ootmoedig terug. ‘Voordat je een kaartje voor de bus hebt, is die al weer vertrokken.’
In de praktijk bleek het best lastig om van hun strijd onze strijd te maken.
Des te meer fascineert het me als het iemand wél lukt, zoals kennelijk Tanja Nijmeijer in Colombia. Wat heeft zij dat wij misten?
Gelukkig verscheen er pas een boek over haar, en ook was er een documentaire op tv. Het boek is geschreven door León Valencia en Liduine Zumpolle. De eerste is een voormalig guerrillero en Zumpolle werkte lang voor Pax Christi. Ze is nu actief in Colombia om guerrillastrijders vanuit de gevangenis te demobiliseren, wat dat ook moge betekenen (ik citeer de achterflap). Dezelfde Zumpolle was uitgebreid aan het werk te zien in de documentaire, waar ik echt eens voor was gaan zitten maar die ik na drie minuten moest uitzetten. Misschien moet je zo'n Zumpolle onverschrokken en onvermoeibaar noemen - zo werd ze denk ik ook ingezet door de familie Nijmeijer, in de hoop weer contact te krijgen met hun dochter/zus - maar ik kreeg acuut uitslag bij zoveel drammerig vertoon. Revolutionair elan is alleen te pruimen bij jonge meisjes. En bij mooie, droevige mannen. Dat die elkaar vervolgens in de jungle vinden is waarschijnlijk een van de aantrekkelijke kanten van het guerrilleroschap.
Zo valt in ieder geval uit het boek over Tanja op te maken.
Een heel gek boek overigens. ‘Pitty gaat naar kostschool’ is er niks bij. Of ‘Marjoleintje zet de boel op stelten’. Maar dan speelt het zich dus af in de jungle, met echte wapens. Op een bepaald moment heeft Tanja er voor het eerst eentje in haar handen, als ze in gesprek is geraakt met guerrillero’s Joaquín en Milton, over wie eerder is opgemerkt dat ze rond de dertig waren, en in het bezit van ‘een sterk en gespierd lichaam’. Eventjes ervoor is ook al duidelijk geworden hoe Tanja eruitziet: ‘Met haar 23 jaar was ze een sensuele vrouw, niet zo lang als de meesten van haar landgenoten, maar toch iets langer dan de gemiddelde Colombiaanse. Met haar bruine, schitterende ogen, zijdezachte huid, lange benen en slanke figuur viel ze ongetwijfeld in de smaak bij de guerrillero’s, die vaak gedwongen waren vele maanden zonder vrouw door te brengen.’ Het moment suprème kan kortom niet lang uitblijven, en ja hoor, na talloze omtrekkende bewegingen mag Tanja eindelijk even de wapens van de jongens vasthouden. ‘Joaquín en Milton zagen geamuseerd hoe Tanja’s ogen begonnen te schitteren toen ze het wapen door haar vingers liet glijden.’
Inderdaad, dit is gewoon seks. Niet dat daar wat mis mee is, word je dan geacht er gehaast aan toe te voegen.
Waar wél echt wat mis mee is, is de manier waarop dit boek is geschreven. Het probleem zit ‘m in het perspectief, in de stijl, in alles. De auteurs stellen zich op als ghostwriters van Tanja Nijmeijer. Ze reconstrueren haar leven in verhaalvorm, op basis van haar dagboek, interviews en - en nu komt het gevaarlijke aspect - hun eigen inlevingsvermogen. En dan krijg je dus dit: 'Tanja hoorde de eerste schoten zodra ze het kampement binnenliep. Ze bleef stokstijf staan.’ Pippi gaat van boord in Taka Tuka-land ja. Tanja is voortdurend ‘vurig’ van alles aan het hopen, ‘ploft neer’ op boomstronken om even uit te puffen en droomt weg bij de gedachte aan haar vroegere zelf dat een patatje nuttigde op het Centraal Station in Amsterdam. ‘Ze kon het haast proeven, zo goed herinnerde ze zich dat.’
In hun behoefte aan duiding komen de auteurs niet verder dan het ene na het andere cliché. ‘Tanja wilde niet alleen kritiek leveren, zij wilde in actie komen, consequent zijn met haar ideeën, geen huur betalen en dat geld aan andere zaken besteden. “Niets doen is geen optie”, zei ze dan, om haar standpunt te onderstrepen.’
‘We worden gek van het wachten hier’, schreven mijn vriendinnen vanuit Managua. ‘Iedereen is alleen maar in onze dollars geïnteresseerd.’
Misschien dat ik stiekem hoopte op een nieuw verhaal over een oude meisjesdroom. Een verhaal over een romantisch ideaal en de uiterste consequenties ervan. Ik ben echter bang dat de werkelijkheid minder heroïsch is. Tanja had wél opeens een kaartje voor de bus, maar aan retourtickets deden ze niet.