Pippi is racistisch

Californië bindt met de Yes means yes-wet de strijd aan met ‘een epidemie van verkrachtingen’ op universiteiten. Het past in de nieuwe politieke correctheid die zich focust op slachtofferschap van minderheden en vrouwen.

Medium commentaar

Na een kort intermezzo waarin we weer trots moesten zijn op onze eigen identiteit en de dominante cultuur, met volop aandacht voor de canonisering van het fiere verleden, is een angstvallige houding tegenover discriminatie, racisme en seksisme als een boemerang in de westerse samenleving teruggekeerd. Maar het gaat nu een stap verder: pijnlijke sporen uit de geschiedenis moeten worden gewist.

Zoals zwarte piet staat voor slavernij, de gouden koets voor kolonialisme, zo is Pippi Langkous sinds kort racistisch. Zij is namelijk trots op haar vader die koning van de negers is en maakt spleetogen om een Chinees uit te beelden. En haar vader, met zijn forse gestalte, refereert aan het kolonialisme zoals Sinterklaas aan de uitbuiting door de blanken. Die vrolijke Pippi die met haar vrijgevochten leventje in Villa Kakelbont de burgerlijke moraal aan haar laarsjes lapte, was eerder een rolmodel voor meisjes of eventueel een verwaarloosd kind waar de kinderbescherming geen vat op heeft. Dit jaren-zeventigicoon wordt nu bezoedeld door de nieuwe invulling die gekrenkte figuren in Zweden eraan geven.

Voorstanders van het retoucheren van het verleden achten – heel koloniaal eigenlijk – de nazaten van de slachtoffers kennelijk niet in staat tot reflectie: verschijnselen plaatsen in het perspectief van de tijd. Je laat daarmee juist zien hoe gewoon ongelijke rassen-, sekse- en standsverhoudingen vroeger waren en hoe volstrekt verwerpelijk die nu zijn.

Racisme en seksisme worden aangekaart door een gekwetste enkeling die een minderheid mobiliseert en daarmee de meerderheid dwingt daarin mee te gaan – want anders ben je voor discriminatie. In dat patroon past ook de Yes means yes-wet in Californië, ooit de bakermat van hippiedom en vrije seks. De wet kwam voort uit een campagne van een studente die in dronken toestand slapend werd gepenetreerd door een jongen en de volgende dag dacht: niemand zal geloven dat ik ben verkracht.

Drugs en alcohol gelden niet meer als excuus, en instemming wordt omschreven als ‘een bevestigend, bewust en vrijwillig akkoord om deel te nemen aan seksuele activiteit’. Die instemming hoeft niet verbaal te zijn, zolang ze ‘niet mis te verstaan is’. Wat dát precies is, blijft de crux. Tussen spijt achteraf en verkrachting zitten rekbare en morsige emoties, en die laten zich niet in het keurslijf van een wet persen.

De Amerikaanse schrijfster Katie Roiphe, dochter van een feministe, verzette zich in 1994 in The Morning After: Fear, Sex and Feminism tegen het beeld van de vrouw als het ultieme slachtoffer van date rape op campussen. ‘Als we mogen aannemen dat vrouwen niet hulpeloos en naïef zijn, dan moeten vrouwen niet achteraf roepen dat ze ongewenste seks hadden omdat een man hen drank en drugs had gevoerd. Ze zijn zelf verantwoordelijk geweest voor de inname van drogerende middelen. Maar het is altijd de schuld van de man.’

De enige oplossing is een neukcontract: beiden ondertekenen van tevoren alle stappen tot een definitief jááá. Want zoals je met het wegpoetsen van een schaamtevol verleden discriminatie niet kunt voorkomen, kun je met deze nieuwe wet verkrachting niet tegengaan.