Pizzaiolo twee

Wie een warme pizza wil, moet ‘m niet laten bezorgen.

Een paar maanden geleden heb ik promotie gemaakt van pizzaiolo één naar pizzaiolo twee. Pizzaiolo betekent pizzabakker, en wat het verschil is tussen pizzaiolo één en twee weet ik niet. Mijn bazin was namelijk vergeten om het bestand uit te printen waarin mijn nieuwe functieomschrijving stond. Daarom kan ik er alleen maar naar raden, en op zonnige dagen stel ik me zo voor dat ik slechts één stap verwijderd ben van de chef-positie.

De realiteit is echter dat ik nog steeds onderaan de keten sta, wat inhoudt dat ik de pizza’s afmaak. Nadat de pizza’s uit de oven zijn gekomen, moet ik er – afhankelijk van het soort pizza – één of drie basilicumblaadjes op leggen. In sommige gevallen gaan er ook wat stukjes mozzarella of burrata overheen. Burrata is een zacht soort mozzarellakaas, en kost behoorlijk wat geld. Wanneer ik te veel burrata gebruik, hoor ik met regelmaat een stem achter me: ‘Iets minder, als je wil dat ik ooit nog op vakantie kan.’ Dat is dan mijn bazin.

De vakantie van mijn bazin is een leidend principe in onze keuken, een soort maatstaf voor de hoeveelheid ingrediënten die we mogen gebruiken. Ik geloof dat we inmiddels allemaal een voorstelling hebben van hoe die vakantie eruit zou zien, en dat iedereen er op zijn eigen manier naar snakt.

© Môsieur J / wikimedia commons

Toch lijkt die week vrijaf nu verder weg dan ooit. Onze pizza’s mogen alleen nog worden afgehaald, en we werken daarin samen met bedrijven als Deliveroo en Uber Eats. Aan beiden hebben we een hekel, en die hebben zij ook aan ons. Zij haten ons omdat we de pizza’s niet op tijd klaar hebben, wij haten hen omdat ze vaak niet komen opdagen op de afgesproken tijd. We haten ze eigenlijk ook wanneer ze wel op tijd komen, want hun vertraging is inmiddels ingecalculeerd in onze planning.

Ik geloof dat we tegenwoordig zo druk bezig zijn elkaar te haten, dat zowel wij als de bezorgers vergeten dat die pizza’s ooit nog ergens aankomen en worden opgegeten – als het goed is. Heel vaak gaat het niet goed, en dan worden we gebeld, door woedende mensen, die vertellen dat hun pizza ijskoud is. ‘Wie een warme pizza wil, moet ‘m niet laten bezorgen’, schreeuwt mijn bazin vervolgens door de zaak, en dat is misschien het enige inzicht dat door de bezorgers en ons gedeeld wordt.

Vaak ben ik degene die de telefoon opneemt, omdat ik het best gemist kan worden in de keuken. Ik ben daar niet goed in, want ik laat mensen hun verhaal afmaken. Bovendien kan ik me heel goed voorstellen hoe teleurstellend het is, zo’n koude pizza, en voelen klanten direct aan dat ik iemand ben op wie je invloed kunt uitoefenen. Ze komen daarom met groteske voorstellen – eeuwigdurende vouchers, nieuwe pizza’s met gratis tiramisu’s erbij – en voegen daar het dreigement aan toe dat ze zullen doorvertellen hoe catastrofaal hun ervaring met onze pizzeria was.

Maar hoelang mijn empathisch stilzwijgen ook duurt, ik moet ze altijd hetzelfde antwoord geven: ‘Je kunt het best Deliveroo bellen.’ Of: ‘Het gaat het snelst wanneer je zelf contact opneemt met Uber Eats.’ Vaak worden mensen dan nog kwader, en in dit stadium hangen mijn bazin en andere collega’s gewoon op. Dat krijg ik niet over mijn hart, en hoor vervolgens hoe mensen onze samenwerking met de bezorgservices beginnen te bekritiseren. ‘Hebben jullie dan geen zicht op de manier waarop zij te werk gaan?’ wordt me gevraagd.

‘Nee’, zou ik willen antwoorden, ‘dat noem je uitbesteding en dat is een voortvloeisel van het neoliberale systeem waarin wij allemaal gevangen zitten. Iedereen is slachtoffer, en we begeven ons in een jungle vol rancune en verschrikkelijk koude pizza’s.’ Maar dat inzicht houd ik voor me, want ook ik begrijp dat mensen op vrijdagavond geen reflectie willen op onze tijd. Heel weinig reflectie, willen mensen, enkel een gloeiendhete margherita – met het liefst wat extra burrata.