Economie

Plaagstootje

De afgelopen campagne was hij terug van weggeweest: de bewering van rechtse politici dat de hoogste inkomensgroepen in Nederland goed zijn voor zeventig procent van de opbrengsten uit de inkomstenbelasting. Dat zou voldoende verontrusting teweeg moeten brengen omtrent allerlei snode plannen van progressieve partijen om de koek eerlijker te verdelen. Premier Rutte suggereerde: het moet maar ‘ns afgelopen zijn met het grote herverdelen. Het is een briljant staaltje politiek gemotiveerd gebruik van cijfers.

Enige studie leert dat de rechtse partijen vermoedelijk handig geshopt hebben in een statistiekje op pagina 37 van het rapport Continuïteit en Vernieuwing van de Studiecommissie belastingstelsel (2010). Die was ingesteld door het vorige kabinet om, samen met negentien heroverwegingswerkgroepen, de overheid grondig tegen het licht te houden op zoek naar miljardenbesparingen. In dat kader werd ook het fiscale stelsel doorgeploegd. Dat leverde overigens interessante aanbevelingen op die helaas terzijde zijn geschoven door het huidige kabinet. Er zijn - best gek eigenlijk - ook nog geen kabinetsplannen gesignaleerd om de lagere inkomens flink meer te laten bijdragen aan de inkomstenbelasting.

Terug naar de cijfers. Het getal is al jaren bekend en klopt. Bijna. 68 procent van de opbrengsten uit de loon- en inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt in 2010 opgebracht door de twintig procent rijkste Nederlanders (de Rijken). Dat was ook altijd de bedoeling. De inkomstenbelasting is in het fiscale stelsel de enige belasting waarbij de hoogte van inkomen en vermogen bepalend is voor de af te dragen belasting. Het is bovendien de enige progressieve belasting waardoor over de laatst verdiende euro meer wordt afgedragen dan over de eerste. Dat lukt. De laagste twintig procent inkomensgroepen (de Armen) dragen daarom niet veel bij aan de schatkist. Hun inkomen is te laag om grote sommen geld over te maken naar de belastingdienst en dat leidt dus ook tot verhoudingsgewijs weinig opbrengsten voor de overheid. De Rijken verdienen een veelvoud en dragen navenant bij.

Deze exercitie levert echter geen inzicht op in twee kardinale kwesties: hoe is het gesteld met de totale verdeling van de belasting- en premiedruk in Nederland over diverse inkomensgroepen, en hoeveel belasting en premies dragen inkomensgroepen af in verhouding tot hun inkomen? Merkwaardig genoeg is de laatste jaren weinig onderzoek beschikbaar gekomen dat adequate cijfers bevat. Het Centraal Bureau voor de Statistiek is momenteel bezig met een omvattend onderzoek, zo laat het weten op zijn site.

Antwoord op de eerste vraag zou licht werpen op het relatieve belang van de inkomstenbelasting voor de overheid. In 2010 komt ‘slechts’ 38 procent van de overheidsinkomsten voor rekening van de inkomstenbelasting en premies voor de volksverzekeringen. De overige 62 procent betreft met name kostprijsverhogende belastingen als btw en accijnzen (32), de zorgpremies (21) en winstbelasting (7). Van de btw en zorgpremies is al lang bekend dat de laagste inkomens hier relatief het meest aan betalen.

Flip de Kam (Wie betaalt de staat, 2007) heeft laten zien dat de verdeling van de belasting- en premiedruk over inkomensgroepen dan fors begint te schuiven. In 1999 betaalden de Rijken 35 procent van de btw-opbrengsten tegen acht procent van de Armen. Afgezet tegen hun bruto-inkomen - antwoord op de tweede vraag - zijn de Armen zo'n zeventien procent van hun inkomen kwijt aan btw. De Rijken zien slechts tien procent van hun inkomen in de schatkist verdwijnen. Godzijdank hebben we nog de inkomstenbelasting. Daar is het beeld (meegerekend zijn de sociale premies) beter: de Armen zijn elf procent van het bruto-inkomen kwijt, de Rijken 29 procent. De Kam rekent voor dat wanneer álle belastingen en premies in ogenschouw worden genomen en zijn toegerekend aan alle inkomensgroepen dan een goeddeels proportioneel beeld ontstaat. Met andere woorden: in Nederland is iedereen grosso modo een gelijk deel van zijn bruto-inkomen aan belastingen en premies kwijt. Het cijfermateriaal dat hij hanteert is noodgedwongen gedateerd, maar ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat het beeld anno 2011 niet progressiever is. Nederland is ook in dit opzicht een vlak land.

Misschien is het de conservatieven om iets anders te doen. Zij schermen vaker met de bijdrage die mensen betalen aan de schatkist, lós van het inkomen dat verdiend wordt. Als dat de maat der dingen wordt, zetten we de klok een eeuw terug, toen de overheid belasting incasseerde zonder acht te slaan op het verdiende inkomen. Dan verdwijnt ook de elementaire notie dat inkomen dat mensen verdienen niet in de eerste plaats een individuele verdienste is, maar vooral mogelijk gemaakt wordt door de samenleving als geheel. En dat navenant mag worden bijgedragen aan de publieke zaak. Het plaagstootje van CDA en VVD in campagnetijd is minder onschuldig dan het lijkt.