Dit soort materiaal wekt overigens de indruk dat leren lezen een dagtaak voor het hele gezin is. Dat lezers in spe onder druk van zo'n totaal pedagogisch didactisch front afhaken, lijkt me niet uitgesloten. Een andere kanttekening betreft het gesloten Zwijsencircuit waar kinderen en ouders in rond worden gedirigeerd: van speel-leerbloc, naar series oefenboekjes, naar educatieve cd-rom, naar boekenabonnement, alles aansluitend bij het betreffende niveau uit de leesmethode. Nergens wordt bijvoorbeeld gewezen op Vos en haas van de Vlaamse Sylvia van den Heede, dat je elke verse lezer toe zou wensen.
Vos en haas is een echt boek. Het heeft omvang, gewicht, uitnodigende bladzijden en zestien afgeronde verhalen over een beperkt aantal figuren met een eigen karakter. De gebeurtenissen volgen de loop van het jaar en met het verstrijken van de seizoenen worden de leestechnische eisen hoger. Op tweederde van het boek bijvoorbeeld verschijnen de hoofdletters. Vos en Haas hebben een niet nader omschreven relatie met elkaar. Vos is bezorgd wanneer Haas ziek is, Haas vindt Vos te dik en zichzelf niet aantrekkelijk genoeg wanneer er een stadse eekhoorn verschijnt die de status quo dreigt te verstoren. En er is Uil, die met passie een vreemd ei uitbroedt en later moet verdragen dat zijn kuiken de wijde wereld in wil: ‘Alsof het bos niet wijd genoeg is. Ik wou dat hij nog een ei was. Dan bleef hij lekker thuis. Een ei loopt niet weg.’ Gelukkig heeft deze puberkip een groot hart: hij stuurt zijn adoptiefvader per post een nieuw ei…
Van den Heede toont inzicht in het dierlijk (lees menselijk) bedrijf en weet binnen de technische beperkingen de zaken met gevoel voor humor en vindingrijkheid op te schrijven. Dat het zo'n prachtig boek is geworden is vooral ook te danken aan Thé Tjong-Khing, die zichzelf heeft overtroffen in een stortvloed van expressieve, buitengewoon grappige tekeningetjes. Het zijn allemaal prijsfiguren: Vos met zijn middelbare-herenbuik die over de pantalon heen bloest, Uil in ingewikkelde standjes boven op zijn ei en vooral Haas, bevallig in een leunstoel gedrapeerd, laveloos op het bed vanwege Vos’ wonderdrank of mismoedig voor de spiegel, wanhopend over haar oren en staart. Wie zulke plaatjes te ‘lezen’ krijgt, raakt vanzelf geïnteresseerd in wat de woorden daar nog meer over te melden hebben.