Plaats ongeluk

Op het pleintje naast ons huis zijn nieuwe bomen geplant. Kersenbomen, die in dit jaargetijde altijd een roze confetti laten neerdwarrelen. Het was vreemd om ze uit een vrachtwagen getakeld te zien worden: compleet in bloei bungelden ze aan hun zware stammen in de lucht, waarna twee werklieden ze verticaal in de grond manoeuvreerden.

Alsof daarmee de lente pas officieel was.
Zes minuten later ben ik op hetzelfde stukje straat getuige van een ongeluk. Dat gaat zo: ik nader het kruispunt met de auto, vrouw en kinderen aan boord en allemaal feestelijk aangekleed, want het is eindelijk echt lente en later die dag zit ik bij het galadiner van de Librisprijs. Als ik afrem voor het stoplicht, hoor ik mijn vrouw schreeuwen: ‘Stoppen!’ en vloeken en gebaren naar een vuilniswagen die de hoek om komt. Meteen zie ik dat er iets onder die wagen ligt, nee, het is iemand, een vrouw, op een tandem, over de hele breedte van die wagen, die haar als een sneeuwschuiver over het asfalt stuwt en pas stopt wanneer ik met beide handen op mijn claxon leun.

Mijn vrouw rent op het slachtoffer af, ik houd de kinderen rustig, en zie intussen hoe het kruispunt verandert in wat in juridische termen een ‘plaats ongeval’ heet. Er is politie, op motoren en in auto’s, er komt een ambulance – de vrouw zit op de grond en praat (‘ik leef, ik leef’, zegt ze, zal ik later vernemen), er komt publiek, er komt een rood-wit lint, er komt een brandweerauto (mijn zoon vindt het machtig interessant, en zingt inmiddels de begintune van Brandweerman Sam), er komt iemand foto’s maken voor het Twitter-account dat ik zelf ook volg en dat alle incidenten in de regio registreert.

Even later kwam een agent met een opschrijfboekje die mij vroeg verslag te doen van wat ik had gezien. Hij stond naast me zoals later die avond een journalist van een krant naast me zou staan voorafgaand aan het Libris-diner, met precies zo’n notitieboekje en ballpoint.

Ineens was dit kruispunt geïsoleerd uit de gebeurtenissenstroom, het was bevroren en die paar seconden van zojuist werden nu van alle kanten onderzocht, vanuit alle perspectieven teruggespeeld. Een technisch onderzoeksteam arriveerde in een grote bus, en bracht markeringen aan die ook na een week nog zichtbaar zijn. In witte lijnen de omtrek van de vuilniswagen, in geel de tandem, schetsmatig, met twee kruisen op de plaats van de pedalen. Een confetti van kersenbloesem waaide er overheen.

Tijdens mijn getuigenis ontdekte ik hoeveel werkelijkheid je ontgaat. Wat deed de bestuurder nadat hij gestopt was? Stond mijn stoplicht inderdaad wel op rood, of minderde ik alleen vaart om de bocht te nemen? Riepen anderen iets? Was er nog meer verkeer?

Je ziet maar een fractie van wat er gebeurt (zeker als het net lente is, en je op weg naar de Libris-uitreiking bent). En de rest, merkte ik even later, vult je verbeelding wel aan.

Schrijven komt voor een groot deel neer op het stellen van de vraag: wat als? Dus de rest van de ochtend en middag zag ik steeds glimpen (en vaak meer dan glimpen) van wat er gebeurd was als ik niet had getoeterd, als de vrouw haar kinderen vóór en/of achterop de tandem had gehad. Al toen ze over het asfalt schoof, had ik haar herkend als een moeder die haar dochter op dezelfde crèche heeft als wij onze kinderen, die niets gezien hebben en die ik een soort Nijntje-versie gaf van wat ik oom agent vertelde: ‘Die mevrouw is een beetje gebotst, en het gaat weer helemaal goed. De politie gaat even met iedereen praten.’ Wat als wij daar niet hadden gereden? Wat als er helemaal geen tegemoetkomend verkeer was geweest dat de aanrijding opmerkte? Wat als die vrouw niet op zo’n robuuste tandem had gereden die kennelijk niet onder de bumper paste?

Wat als. Vanuit de ‘plaats ongeluk’ ontspringen vier, vijf, zes parallelle werkelijkheden die door de stomtoevallige loop van de geschiedenis niet zijn gerealiseerd. Wat als ik zes minuten eerder was vertrokken en geen foto’s had staan maken van die bloeiende kersenbomen?

Ik leef, ik leef. Een paar seconden moet de vrouw ervan overtuigd zijn geweest dat het voorbij was, en ineens hadden de omstandigheden een ander scenario uitgekozen om te realiseren. De verhalen van mensen die de fatale vlucht op het nippertje misten op 9/11. Een beschermengel? Welnee, want er zijn er ook die naar die vlucht werden omgeboekt. Hadden die een duiveltje op de schouder? Dat zijn menselijke fantasieën achteraf. De waarheid is onuitstaanbaar blind.