CONTROVERSE BINNEN DE PVDA

Placebo-rivaliteit

Er is weer eens onrust in de PvdA. Openlijk proberen partijprominenten de partij naar hun hand te zet-ten. Dit weekeinde is het partijcongres.

OF HET VERSTANDIG IS dat PVDA-prominenten via de media proberen de koers van de partij te beïnvloeden is een retorische vraag. Bovendien zit het PVDA’ers in de genen om over de band onderlinge meningsverschillen uit te vechten, waardoor de vraag of het verstandig is eigenlijk een zinloze is. Ze doen het toch. Zinniger is de vraag waarom de discussie over de koers van de partij juist nu oplaait. Beter gezegd weer oplaait, want deze flakkert al decennialang geregeld op.
Er is een opeenhoping van aanleidingen voor het huidige gesteggel. De PVDA is inmiddels een dikke veertien maanden regeringspartij, na verloren verkiezingen. Wouter Bos werd daardoor niet, zoals de inzet was, premier, maar vice-premier. En, is de klacht, onzichtbaar.
Voor die regeringsdeelname krijgt de PVDA tot nu toe weinig waardering en dat is mild uitgedrukt. In opiniepeilingen staat de partij er met soms zelfs een halvering van het aantal zetels belabberd voor. De eigen fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Mariëtte Hamer, had het half mei over een kabinet dat ‘heel snel goed is begonnen, maar pijlsnel is gekelderd’. De kiezer is niet de enige die vindt dat er wat aan schort.
Hamers verkiezing tot fractievoorzitter is de volgende aanleiding. Toen Hamer niet langer de vervanger was van de zieke Jacques Tichelaar maar echt diens opvolger, gaf ze in een interview haar visie op de sociaal-democratie in de 21ste eeuw. Gezien het zwakke profiel van de PVDA kon wat scherpte volgens haar geen kwaad. Maar juist die scherpte brengt de onderlinge verschillen die in de partij sluimeren weer naar voren. Hamer had het over klassiek progressief, vooruitgangspartij en knokken voor de ontslagbescherming. Ook pleitte ze voor een natuurlijker omgang met de SP, de grootste rivaal, en voor samenwerking op links.
Bij de SP maken ze de grap dat ze zich slechts hebben vergist in de tijd die het duurde voordat een andere PVDA’er op Hamer zou reageren. Ze hadden het korter ingeschat. Uiteindelijk werd het een goede twee weken. Toen plofte op een zaterdag NRC Handelsblad op de mat: PVDA heeft niets bij de SP te zoeken. Was getekend Frans Timmermans. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken werd in de aanloop naar de recente fractievoorzittersverkiezing in alle wandelgangen genoemd als rivaal van Hamer. Zover kwam het toen echter niet. Nu pakt hij de handschoen openlijk op. Timmermans geeft in een vijftienpuntenplan op zijn beurt zijn visie. Hij heeft het over Broeder burger, bestuurlijke vernieuwing, nee tegen populisme, terugkeer naar het verheffingsideaal, schijnveiligheid van de Hollandse Waterlinie. En hij bepleit een links-progressieve samenwerking met D66 en GroenLinks.
Het zijn vooral de opmerkingen over met wie de PVDA het moet gaan doen die nu de meeste aandacht trekken. In de media gonst de discussie verder. Ook Hamer deed nog een duit in het zakje door in Nieuwe Revu op te merken een lijstverbinding met de SP niet uit te sluiten.

Het is op zijn minst vreemd te steggelen over samenwerking met deze of gene oppositiepartij, als er nog moet worden samengewerkt met CDA en ChristenUnie. Het loopt in die coalitie al niet gesmeerd en dit doet de zaak geen goed, terwijl het voortbestaan van dit kabinet ook in het belang van de PVDA is: verkiezingen zouden de fractie immers kunnen halveren. Bovendien, hoe aantrekkelijk is een verzwakte PVDA als partner? Of is ze dan juist zeer aantrekkelijk, omdat zo’n PVDA zich bescheiden moet opstellen?
Het openlijk lonken naar andere partijen staat voor een welhaast vertwijfelde zoektocht naar de kiezer, dan wel de eigen identiteit: moet de partij zich richten op de lagere inkomensgroepen of op de middenklasse, is de PVDA klassiek sociaal-democratisch of sociaal-liberaal. Met daar achter de ook al veel langer levende vragen wie die lagere inkomensgroepen zijn nu de klassieke arbeider niet meer bestaat, hoe met de verschillende groepen aansluiting te krijgen en wat progressief, links of sociaal anno 2008 eigenlijk behelst.
Partijleider Bos probeerde de controverse tussen de hamerianen en de timmermansianen te sussen met de opmerking dat de PVDA die twee stromingen altijd in zich heeft gehad. Klopt, maar wat de situatie nu wezenlijk anders maakt, zijn de uitwijkmogelijkheden voor de kiezer, richting de SP van Jan Marijnissen, de PVV van Geert Wilders en Trots op Nederland van Rita Verdonk. Partijen die niet over één kam kunnen worden geschoren, maar die wel een gemeenschappelijk kenmerk hebben: het aanvoelen van de onzekerheid bij de burger over diens toekomst.
De Derde Weg, als uitweg voor de twee stromingen binnen de PVDA, is niet wat de kiezer lijkt te willen. Of is het probleem dat de PVDA zelf niet meer weet waar de Derde Weg is? Oorzaak en gevolg lopen hier stevig door elkaar heen. ‘Is de PVDA niet per definitie op drift in een klasseloze postindustriële kenniseconomie’, schreven de wetenschappers René Cuperus en Frans Becker al eens in het Jaarboek voor het democratisch socialisme. Boekenplanken vol zijn er geschreven over het verdwijnen van ideologieën en het veranderen van de politiek in een technocratische aangelegenheid, waarbij de verschillende partijen het in grote lijnen met elkaar eens zijn en er slechts verschil van mening is over aanpak en middelen. Cuperus en Becker plakten in datzelfde jaarboek op dit soort rivaliteit tussen politieke partijen de term placebo-rivaliteit.

Hoeveel licht zou er daadwerkelijk zitten tussen de visies van Hamer en Timmermans als het tot een praktische uitwerking van een verkiezingsprogramma zou komen? Is er dan, dit keer binnen één politieke partij, meer dan placebo-rivaliteit? Afgezien dan van een mogelijke rivaliteit om de macht.
Hamer bezigt een jargon en heeft een uitstraling waarmee je als het ware een nieuwe Hollandse Waterlinie kunt bouwen. Timmermans spreekt de taal van de wereldburger en hekelt juist de schijnveiligheid van een waterlinie in deze globaliserende wereld. Nu het water letterlijk en figuurlijk stijgt, is de vraag hoeveel begrip er achter de woorden van Timmermans schuil gaat voor de zorgen van de kiezer voor zijn toekomst. En hoe Hamers waterlinie er in de praktijk uitziet: ondoordringbaar of modern doorlaatbaar daar waar nodig.
Maar misschien gaat het niet langer om de overeenkomsten tussen de twee stromingen, hoe graag Wouter Bos en andere PVDA’ers dat ook willen doen geloven. Mogelijk heeft zowel Mariëtte Hamer als Frans Timmermans, tot ergernis van weer andere partijleden, geaccepteerd dat de rol van de PVDA als grote middenpartij is uitgespeeld. Dan gaan de verschillen tellen. Met name die in woordgebruik, karakter en uitstraling.