Antonio Skármeta, De dans van Victoria

Plan A en B

Antonio Skármeta

De dans van Victoria

Uit het Spaans (El baile de la Victoria, 2003) vertaald door Adri Boon

De Geus/Novib, 316 blz., e 22,50

De Chileen Skármeta (1940) is hier vooral bekend vanwege de eindeloos populaire film Il postino die naar een boek van hem gemaakt is. Als film zou de nieuwe roman een misdaadkomedie heten. Amnestie maakt dat twee mannen vrijkomen: de jonge Ángel Santiago, een kleine dief die twee jaar gezeten heeft omdat hij het paard van zijn baas leende. In de gevangenis heette hij Cherubijn en werd door alleman verkracht, inclusief de directeur, die terecht vreest meteen door de jongen vermoord te zullen worden en daarom een moordenaar vrijlaat om Ángel voor te zijn.

Vrij komt ook Nico Vergara Grey, een oudere meesterdief. Ángel probeert de beroemdheid ertoe te bewegen samen met hem een grote kraak te zetten: de brandkast van het hoofd van de geheime dienst. Ángel leert weldra een spijbelend schoolmeisje kennen dat droomt van een balletcarrière. Dankzij zijn goede invloed gaat zij weer terug naar school, ze krijgt zelfs weer zin in het leven. Maar op school moet men niets van een eigenzinnige geest weten. Op straat vóór die school is trouwens indertijd de vader van het meisje, die leraar was, gearresteerd en onthalsd, omdat hij tegen de dictatuur was.

De tijd van Pinochet hangt als een sinister achterdoek op het toneel van de handeling. Het meisje speelt de hoer om aan geld voor haar balletdroom te komen. Van het een komt het ander: het meisje verkeert op het randje van de dood, maar de jongen redt haar leven. De jonge en de oude dief ontwikkelen twee plannen. Plan A is een clandestien optreden van Victoria in de stadsschouwburg én een jubelende recensie in de krant. Plan B is de grote brandkastkraak. Je voelt het met de dictatuur op de achtergrond aankomen: wat komisch begint zal tragisch eindigen.

De luchtigheid doet af en toe geforceerd aan, mede door de politieke lesjes tussendoor. Zelfs voor een misdaadkomedie komen er ook nogal wat aardige mensen in voor. Een sprookje wordt een beetje een smartlap. Maar Skármeta (1940) is niet de eerste die speelt met de in Zuid-Amerika populaire filmgenres. Hij vluchtte in 1973 naar Duitsland en keerde pas in 1989 terug. Van hem zijn in 1979 en 1982 de romans De opstand en Ik droomde van brandende sneeuw vertaald, daarna alleen De postbode (1996).