Arjen Duinker

Plannen maken

Uitgangspunt kan zijn: een woord dat niet rijmt op schaken. Vaststellen dat dit uitgangspunt geen historische achtergrond heeft. Smakelijk lachen om die vaststelling. Kiezen voor schrijven zonder een enkele keer op te staan. Niet beginnen met schrijven, want er moet nog allerlei worden gedaan en gehaald en bezichtigd. Bedenken dat kikker op schaken rijmt, net als sorbet. Tijdelijk afgeleid worden door het zien van een tekening van een kampeerterrein. Vragen of de tekening secuur, leuk of bloemrijk is. Vragen of de tekenaar gebruik heeft gemaakt van een foto of een tekening of een herinnering. Vragen waar het kampeerterrein zich zou kunnen bevinden, welke nationale en regionale sfeer voelbaar lijkt, welke aanwijzingen waar zijn verstopt. Vragen of het om een kampeerterrein voor sportieve mensen gaat. Mond afvegen en inzien dat twee keer twee vier is. Accepteren dat het uitgangspunt van plaats verandert, van samenstelling, van hardheid — in de verte verdwijnt. Het uitgangspunt zo lang mogelijk nakijken en rustig opschrijven: Er was eens een man… En er onmiddellijk van overtuigd zijn dat deze woorden de goede zijn: Er was eens een man… Weten dat die man ook een andere man of een vrouw of een meisje had kunnen zijn, maar vandaag een man is, een man die allerlei plannen kan maken. Deze man, de man die er eens was, die zit in de bus, hij is op weg naar een firma die zorgt voor het onderhoud van espressoapparaten, hij heeft straks een gesprek met iemand van de leiding, hij zou graag bij de firma willen werken, dat heeft hij in een brief laten weten. Hij heeft een rij bewijs, rijdt graag, houdt van bedrijfsauto’s, heeft geen moeite met wachten, is handig en kan uitstekend met de meeste mensen overweg. Hij zit in de bus en raakt in gesprek met een man die weleens piloot zou kunnen zijn. «Klopt», zegt die man, «ik ben bijna piloot en mijn vriendin werkt in de bouw.» «Ik heb direct een gesprek over een mogelijke baan in de hoek van het onderhoud.» De piloot staart vreemdsoortig voor zich uit. «Kom», zegt de man, «voor mij ben je van top tot teen piloot, dat zag ik meteen, jij hoeft van mij niks meer te leren. Ik ken jongens die in Engeland aan het leren zijn, nou, die vertellen dat je na een jaartje al uit elkaar klapt van de ervaring. Is je vriendin jonger of ouder dan jij? Nee, ik wil liever weten hoe je haar hebt leren kennen.» «Op een camping, tijdens een spelletjesavond, de televisie stond verschrikkelijk hard», zegt de piloot. «Dat is grappig», zegt de man, «ik ben al mijn hele leven van plan om te gaan kamperen, maar ik ben er nooit toe gekomen.» Het gesprek twee bladzijden volhouden en vinden dat er iets feestelijks opdoemt. Terugdenken aan feestelijke dingen en vooruitblikken naar fees telijke dingen. Begrijpen wat er zou kunnen worden geschreven en zin hebben om een feest te organiseren, grappen uit te halen. Nog niet beginnen. Opstaan.