Arjen Duinker

Plannen maken (3)

Halverwege beginnen. Doen alsof je halverwege begint. Iets maken op de gebruikelijke manier, maar nu met een idee in je hoofd. Halverwege beginnen om halverwege te kunnen eindigen en om tegen die of die te kunnen zeggen: de dingen die ik tegenwoordig maak, die zijn stuk voor stuk halverwege begonnen. En dan wachten.

Wachten tot je de kans krijgt iets over het idee te zeggen. In de tussentijd dingen maken met een snelheid die je verbaast en enige schrik aanjaagt. Begrijpen dat die schrik te maken heeft met een omgekeerde faalangst en blijven wachten op de kans interesse te kweken voor het halverwege beginnen. Reisgidsen halen en zeer gelukkig worden.

Zeker weten dat het halverwege beginnen vanzelf opvalt en dat het wachten een kwestie van drie, vier maanden is. Een paar plaatsen en streken in de reisgidsen onderstrepen. Stevige schoenen kopen. Enorm hard lachen om vroegere ideeën die bij voorbaat kansloos waren. Overhemden strijken en je afvragen of je er goed aan doet papieren zakdoekjes in je tas te stoppen.

Steeds meer pret hebben. Tegen mensen die vragen hoe het leven is zeggen dat het leven wel goed is. Niet precies weten wat voor een gezicht je moet trekken. Overlopen van pret. Voor de spiegel oefenen op gelaatsuitdrukkingen die halverwege beginnen. De deur op het nachtslot doen en slingerend met je tas gaan lopen. Op de brug knikken naar de baas van het feestwinkeltje. Bij het stoplicht aan de timmerman vertellen dat je halverwege bent begonnen.

«Het is inderdaad een heel interessant idee om halverwege te beginnen, om een ding halverwege te laten beginnen, toen ik dat idee kreeg zag ik onmiddellijk geweldige mogelijkheden. Ik bedoel, er worden door hooggeleerde lieden vele en verschillende kwaliteiten geëist van dingen die zijn of worden of gaan worden gemaakt, welaan, ik ben dankzij mijn idee in staat om zonder problemen mooie dingen te maken, verontrustende dingen, intelligente dingen, erudiete, aanvallende, helse, zinderende, intuïtieve, filosofische, poëtische, droge, economische, overbodige, zintuiglijke, intrinsieke, verwachtingsvolle, bedrukte, consistente, beeldende… al die mogelijke dingen vloeien regelrecht voort uit dat idee, nogmaals, buitengewoon interessant, ik vermoed dat ik nog maar een fractie van het idee doorgrond, het heeft iets te maken met ruimte, met beweging, met diagonalen, met toegenegenheid, met passie, ik weet niet hoe, het idee lijkt zich telkens wanneer ik nader uit de voeten te maken, of om te kleden, of te verharden, het maakt de indruk iets volslagen nieuws te zijn, iets dat in ooraak en gevolg definitief anders is dan wat tot op heden in onze wetten verscholen ligt, het lonkt niet naar bewondering, nee, het bewondert zelf, ik bedoel, het is onwaarschijnlijk interessant, de dingen die ik maak zijn daardoor ook onwaarschijnlijk interessant, op het uitzinnige af, de dingen zijn eindelijk mensen…»

Deze woorden alleen dromen, niet tegen de timmerman zeggen. Halverwege het zebrapad beginnen je tas open te maken. Zien dat een mevrouw die je van voetballen kent bij de apotheek naar binnen gaat. Zien dat ze meteen aan de beurt is. Zien dat ze een briefje overhandigt. Zien dat ze iets ontroerends aan het zeggen is. Zien dat ze zegt dat ze halverwege begint.