…plantsoen…447

Op het terras van een cafe, schuin aan de overkant, bestel ik mijn favoriete combi: oeuf dur a la mayonaise.

Was op de schaal van het ei al niets aan te merken - de juiste krommingen op de juiste plaatsen en daaronder dat matte ziekenhuiswit waar een gewoon ei zo sterk in is - de chromaatgele vulling die daarop volgt en die zich eerst korzelig maar allengs meer als satijn tegen de binnenkant van het bovengebit vleit, waar het door de immer rusteloze tong (geroutineerd en nauwelijks hardhandig), als een ijverige straatveger met een enkele zwiep de afvoer in wordt geholpen, doet daar niet voor onder. Volmaakt in zijn kleine volmaaktheid.
Maar de mayonaise slaat alles.
Zelfs bij aanraking via de vork voelde ik al de donzige weerstand in de boventonen, het log en lome in de bassen. Onder de grijze vogelvrije hemel van Parijs heeft het daglicht vrij spel. Violette vonken in mijn mayo, vastgehouden door de tint van de vette materie zelf die gepureerde olifantsslagtanden nog het meest nabij kwam.
Als er dan toch een luilekkerland bestond, zou de belangrijkste rivier daar ongetwijfeld la Mayonnaise heten.
In een torenhoge flash zag ik mijzelf aan haar oever liggen, in een grazige weide of gefatsoeneerd plantsoen van kropsla, waterkers en ezelsoren. Het lichaam gereduceerd tot tong en wijsvinger. En steeds maar dat trage stromen van de Mayonnaise.
Op het terras van het Cafe du Jardin des Plantes bevorderde ik de mayonaise van sub- tot superstantie. Ik wilde mijn verdere leven aan de mayonaise wijden. Zodra ik klaar was met namijmeren over het Kabinet van Doctor Genitalia.