Het nieuwe oude China

Plastic draken en klatergoud

Na de kaalslag van de twintigste eeuw herbouwt China zijn culturele verleden. De lantaarnpalen, bushaltes en prullenbakken in elfde-eeuwse stijl beantwoorden niet altijd aan het westerse ideaal van de omgang met cultureel erfgoed. Is dit ideaal achterhaald?

Medium 6805145934 4da72a661d o

Behalve Peking maken ook andere Chinese steden aanspraak op de titel van keizerlijke hoofdstad. Een daarvan is Datong, op de grens van de Mongoolse steppe. Deze middelgrote provinciestad draait tegenwoordig op mijnbouw; kolen zijn er in dit barre landschap overvloedig. Schoorstenen rijzen op in de droge woestijnlucht, zuilen van witte rook omringen de talloze flats uit de Mao-tijd. Tijdens de Noordelijke Wei-dynastie (386-534 na Christus) was Datong echter een van de grootste cultuurcentra ter wereld. De Wei, overtuigde boeddhisten, haalden kunstenaars uit Perzië en Afghanistan om meer dan vijftigduizend religieuze beelden te maken. In de zogenoemde Yungang-grotten zijn deze figuren, verbleekt maar niet minder groots, nog steeds te bewonderen. Levensechte boeddha’s met klassiek Griekse gewaden en Levantijnse decoraties sieren dit Chinese hoge noorden.

Wie Datong bezoekt, op zes uur treinen van Peking, merkt dat er veel is gebeurd sinds de grotten in 2001 door Unesco zijn erkend als werelderfgoed. De autoriteiten zijn begonnen met grootscheepse valorisatie. Waar voorheen de boeddha’s vanaf hun bergmassief slechts uitkeken over een kolenmijn is nu een park aangelegd. Via een gloednieuwe poort in de stijl van de Tang-dynastie wordt de bezoeker door verschillende pseudo-antieke tempels geleid alvorens het eerste authentieke werk tegen te komen. Er wordt een fikse entree geheven, die mogelijk mede debet is aan de relatieve rust ter plaatse – zeldzaam in China.

In het stadscentrum wordt deze agressieve erfgoedpolitiek nog ingrijpender doorgevoerd. Zoals de meeste Chinese steden is Datong volop in ontwikkeling. De beroete oude bebouwing wordt gesloopt, met uitzondering van twee elfde-eeuwse kloosters waaromheen winkelruimte in historische stijl wordt neergezet. Rondom het centrum is een brede strook vrijgemaakt waar op dit moment een nieuwe stadsmuur wordt opgetrokken – een reconstructie van de middeleeuwse situatie, op ware grootte, voorzien van imposante bolwerken. Hijskranen staan als stormtorens tegen het grijze gesteente. Verkeer kan alleen naar binnen als de stadspoort wordt geopend.

Wandelen door Datongs nieuwe oude centrum is een bevreemdende ervaring. De stadsmuren zijn ontegenzeggelijk fotogeniek. Aan alle details is gedacht: de architectuur is van hout en natuursteen en zelfs lantaarnpalen, bushaltes en prullenbakken zijn nu in elfde-eeuwse stijl. Vaak is het lastig te onderscheiden waar origineel ophoudt en reconstructie begint. De twee kloosters zijn misschien iets te perfect, naar westerse smaak: zelfs enkele van de ongeverfde houten devotiebeelden maken een nieuwe indruk. Maar kun je de beheerders verwijten ruïnes op te kalefateren en gazonnetjes bij te houden? De grootste ergernis zijn de als vogelkooien verhulde luidsprekers, waaruit constant een toepasselijk achtergrondmuziekje klinkt.

De grootste ergernis zijn de als vogelkooien verhulde luidsprekers, waaruit constant een muziekje klinkt

Datong is niet uniek in China. De stad beoogt het verleden te gelde te maken om minder afhankelijk te zijn van vervuilende industrie (ofschoon op dit moment de nieuwe winkelruimtes nog leegstaan). Maar ook aan de rijke Chinese oostkust is een vergelijkbaar patroon te zien: in binnensteden wordt behuizing gesloopt en vervangen door historiserende architectuur die aansluit bij de belangrijkste monumenten zoals tempels en poorten. Zelfs Shanghai, China’s meest verwesterde stad, bevat een gereconstrueerde bazaar in de stijl van de Ming-dynastie, rondom een oude daoïstische tempel. Hier komen drommen Chinese toeristen. Met de overvloed aan lampionnen, plastic draken en klatergoud doet de wijk paradoxaal genoeg denken aan een Chinatown in een Europese stad.

Vertoont de Volksrepubliek steeds meer trekken van een Chinees restaurant in Nederland? Bevat China steeds meer ‘chinoiserie’? Met deze denigrerende term is het eenvoudig om de huidige reconstructiewoede af te doen als commercieel gemotiveerde volksverlakkerij. De nieuwe stadsmuren van Datong lijken te passen tussen andere Chinese imitaties zoals, in Guangdong, de volledige kopie van Hallstatt, een door Unesco erkend Oostenrijks bergdorp. Elders, op het eiland Macau, zijn Amsterdamse grachtenpanden gebouwd naast het Romeinse Colosseum. In Shenyang bevatte het Holland Village onder meer drie replica’s van de Sneeker Waterpoort. Dit project bleef onvoltooid en is inmiddels een ruïne; het is evenzeer onduidelijk of Datongs investering in grootscheepse reconstructie de beoogde vruchten zal afwerpen.

Toch is het onjuist om de groeiende interesse in historische architectuur simpelweg af te doen met het etiket ‘slechte kopie, made in China’. Ten eerste worden stedelijke monumenten in het nieuwe China waarschijnlijk beter beschermd dan gedurende de hele twintigste eeuw. Vergeten is de kaalslag van erfgoed tijdens de Culturele Revolutie in de jaren zestig. Ook de grootscheepse destructie tijdens de aanleg van de Drieklovendam in de Yangtze-rivier vanaf de jaren negentig, waarbij vijftienhonderd eeuwenoude dorpen met hun monumenten voor altijd onder water verdwenen, lijkt tegenwoordig niet meer denkbaar. China behoort inmiddels, met Frankrijk en de VS, tot de populairste toeristische bestemmingen ter wereld en is op weg om Italië voorbij te streven als land met het grootste aantal door Unesco erkende locaties. De interesse in de eigen geschiedenis getuigt daarmee van een groeiend zelfbesef. In de jaren negentig keek China nog naar het Westen als voorbeeld voor stadsvernieuwing. Toen onlangs echter in Nanjing een enorm treinstation werd gebouwd, dat grotendeels draait op zonne-energie, werd gekozen voor ontleningen aan de traditionele Chinese architectuur.

Ten tweede is historische reconstructie geen Chinees verschijnsel, maar eigen aan de ideologie van Unesco zelf. In Europa kregen steden als Lübeck, die na de Tweede Wereldoorlog van de grond af heropgebouwd zijn, probleemloos de status van werelderfgoed. De oude brug in het Bosnische Mostar kwam pas op deze lijst nadat hij door tanks was vernietigd en in 2004 werd gereconstrueerd. Unesco hanteert bovendien strikte richtlijnen met betrekking tot bufferzones in toepasselijke stijl, zodat monumenten worden omringd met pseudo-authentieke bouwsels. Paradoxaal genoeg zorgen deze er juist voor dat het erfgoed geïsoleerd komt te liggen van het levende historische weefsel – niet anders dan in Datong. Werelderfgoedstatus is een mixed blessing: de Amsterdamse grachtengordel is in toenemende mate een stijlvolle toeristische speeltuin waar tussen de dure kantoren, rosse buurt en de Amsterdam Dungeon de kenmerkende plaatselijke tongval nog weinig is te horen. Is dit verkeerd? Nee, toerisme is simpelweg een van de gezichten van toenemende globalisering. De blik van de buitenlandse toerist is weliswaar vluchtig en oppervlakkig, maar ook nieuwsgierig en er niet op uit om te veroordelen. Erfgoedbeheerders zien het doorgaans slechts als hun taak om bezoekersstromen in goede banen te leiden ter meerdere eer van het patrimonium van de mensheid, voor nu en later.

Ook sculptuur, toegepaste kunst en architectonische decoraties zullen vrijwel feilloos te reproduceren zijn

Reconstructie is bovendien het antwoord op klimatologische ontwikkelingen. Al decennia is veel van wat in een stad als Florence in de open lucht te zien is een modern afgietsel, terwijl het origineel in een museum wordt beschermd tegen zure regen. Voor de miljoenen toeristen die zich sinds 1990 hebben vergaapt aan kopieën van Lorenzo Ghiberti’s befaamde bronzen deuren en de beelden van Donatello en Michelangelo is dit nooit een probleem geweest. Een extremer en slechter voorspelbaar klimaat zal meer van dergelijke oplossingen noodzakelijk maken. Is dit erg? Nee, het ligt in de aard van historisch erfgoed dat het met het verstrijken van de tijd meer precair wordt.

Medium anp 7169079

Nieuwe technologie biedt hier een uitkomst. Geavanceerde 3D-printers zijn al in staat om met authentieke pigmenten kopieën te maken van historische schilderijen die zelfs met kennersoog niet van echt te onderscheiden zijn. Voor conservatoren is dit de verwezenlijking van een utopie, nu ze de originelen minder bloot hoeven te stellen aan de belasting van expositie en internationale uitleen. Als de techniek breder gangbaar wordt zullen ook sculptuur, toegepaste kunst en architectonische decoraties vrijwel feilloos te reproduceren zijn. De nieuwe stadsmuren van Datong suggereren dat het geen verbazing zou wekken als China in deze ontwikkeling het voortouw neemt.

Datong toont uitvergroot de paradoxen die inherent zijn aan de omgang met stedelijk erfgoed in de 21ste eeuw. De aantrekkingskracht van steden berust immers op een combinatie van historische sensatie en levende urbane dynamiek. De rol die monumenten kunnen spelen berust op keuzes van de autoriteiten die, niet anders dan museumconservatoren, een afweging maken tussen kwesties van behoud, restauratie, toegankelijkheid en gebruik. Moderne techniek voor verfijnde reconstructie is hierbij een van de meest veelbelovende middelen om de verschillende groepen betrokkenen tevreden te stellen, van de oorspronkelijke bewoners tot nieuwe rijken, creatieve werkers en toeristen. De Chinese stadsvernieuwers hebben in dit opzicht waarschijnlijk een vooruitziende blik. In Datong is het prettiger toeven dan in grotendeels verwesterde steden als Peking, waar de historische bebouwing heeft plaatsgemaakt voor flats. Datongs nieuwe oude centrum, en niet het Utrechtse Hoog Catharijne, is een leerzame testcase voor erfgoedbeleid in de komende decennia.


Beeld: (1) Pas gerenoveerd deel van de Datongstadsmuur (Anne Roberts/Flickr). (2) Macau’s Fisherman’s Wharf, een winkel- en uitgaanscentrum waar bouwstijlen uit de hele wereld bijeen zijn gebracht. Naast bouwsels uit Cuba, Portalegre, Kaapstad, Amsterdam en New Orleans staat een replica van het Colosseum tegen het decor van het gigantische Sand Hotel (Ruud Taal/ANP).