Plat op tafel

Miró zag zichzelf als een tuinman in zijn moestuin: met veel geduld van alles laten groeien. Composition avec des cordes getuigt van dit geduld.

MET Composition avec des cordes was het, denk ik, de eenvoudige bedoeling van Joan Miró om nu eens een rommelig oppervlak te proberen. In het gewoel van dit schilderij duiken wel de sierlijke vormbewegingen op en die luchtig dansende figuren die het merk zijn geworden van de kunstenaar. Toch is het werk een wat ongewoon en grillig experiment. Het heeft drie lagen. Eerst heeft Miró met verdunde olieverf een patroon laten ontstaan van vlekkerige vormen. De natte kleuren (rood, geel, wat groen en blauw en dan, daaromheen, een mat bruingrijs) werden, zo lijkt, voorzichtig op het doek uitgegoten en dan met een zachte kwast verder verspreid. Hun ongeregelde vorm ontstond toen aan de spreiding van de natte verf in het absorberende linnen een eind kwam. Aan hoe, in bijvoorbeeld de hoek rechtsonder, donkere vlekken over het heldere geel zijn terechtgekomen, is te zien dat aan deze gekleurde, atmosferische achtergrond in minstens twee fasen is gewerkt. Met kennelijke zorg heeft de schilder gezocht naar het goede evenwicht tussen vlekken heldere en matte kleur - zo dat het vlak gelijkelijk licht en dun blijft. Ook de lichte kleur van het linnen, waarvan het zachte weefsel hier en daar zichtbaar bleef, doet mee in het orkestreren van deze zweverige ruimte van gekleurd licht en schaduw.
Ooit heeft Miró van zichzelf eens gezegd dat hij zich zag werken als een tuinman in zijn vruchtbare moestuin: met veel geduld van alles planten, verzorgen, bijwerken en laten groeien. Zulk geduld voel ik als ik naar dit schilderij kijk en probeer het langzame verloop van zijn ontstaan te zien - het ding is inderdaad een soort tuintje.
Wel is het, nog eens kijkend, beter in plaats van achtergrond te spreken van ondergrond. Ik zie geen sporen, bijvoorbeeld, van druipende verf en uit de vlokkige vorm van de vlekken is af te leiden dat de natte kleur op het linnen is opgebracht terwijl het doek plat lag - waardoor het vocht naar alle richtingen in het poreuze weefsel heeft kunnen uitvloeien. Aan bewegingen van verf, op en neer, had je kunnen zien of het schilderij recht op een ezel stond. De ondergrond ziet er echter uit als een stil wateroppervlak waarin wolken van kleur uitwaaieren. Het is goed mogelijk dat toen Miró verder ging met zijn Composition hij het ding plat op een tafel liet liggen.
Heeft hij toen de sierlijke vormen en gestalten het eerst gedaan, verfijnd geschilderd en gekleurd, of heeft hij zich toch eerst aan de figuren van touw gewijd? Voorzover ik weet zijn er geen documenten die hierover uitsluitsel geven. Toen het kleine schilderij in 1960 in Eindhoven werd aangekocht (tien jaar oud en fris), kwam het ook nog in een klein museum terecht. Daarom is het nooit beroemd geworden en dus ook niet uitvoerig onderzocht. Het is zoiets als schrijven in het Nederlands: daar kraait geen haan naar, zei Harry Mulisch ooit, weemoedig.
Daarom beweer ik maar dat Miró, na de ondergrond, daar eerst met klodders lijmverf de knopen van touw op heeft geplakt: twee kleine lussen en drie grotere knopen van dikker touw, met rafelige uiteinden zodat ze op platte, gedroogde bloemen lijken. Behalve de ene linksonder zijn de andere vier los gegroepeerd in de bovenste helft van het beeld. In de open ruimtes zijn vervolgens de figuren terechtgekomen. Ik denk dat het schilderij toen nog steeds op tafel lag - en ik stel me voor dat Miró nu in het beeld een sluimerende ruimte begon te zien waar zulke vlinderachtige vormen thuishoorden. Ze zijn zo fijn en beheerst geschilderd en zo strak gekleurd dat ik me daar de kunstenaar gebogen over het schilderij bij voorstel - zorgvuldig en van dichtbij bezig met die ijle poppetjes alsof het om een tekening ging. Dat ene, midden onderin, met de geblokte staart is een fraaie vogel, misschien een pauw. Door het discrete volume van de ornamenten van verknoopt touw, boven op het luchtige oppervlak, was het schilderij ook een informeel soort reliëf geworden, met een ondiepe maar suggestieve binnenruimte. Dat bleek toen het overeind werd gezet en het rommelige oppervlak als bij toverslag veranderde in een schaduwrijke kijkdoos. Schilderijen van Miró zijn vaak zo meeslepend suggestief. Bij wat je hier ziet denk je misschien aan een mediterrane tuin op een zomeravond - met in het deinende licht van lampionnen, tussen het wiegende gebladerte, sprookjesachtige verschijningen.