‘Het is absurd dat er wereldwijd nog steeds meer subsidie gaat naar fossiel dan naar groene energievoorzieningen’, vindt hoogleraar Rick van der Ploeg © Marco Okhuizen / ANP

‘Het is zeer zorgelijk, belangrijk om rekening mee te houden voor dit en een volgend kabinet’, reageerde Mark Rutte vorige week op hetipcc-rapport, waarin geconcludeerd wordt dat de stijging van de zeespiegel onomkeerbaar is en dat de stijging van de gemiddelde temperatuur met 1,5 graad al binnen twee decennia bereikt is. Hij zag tegelijkertijd een ‘enorme kans’ die miljoenen groene banen kan opleveren. ‘We moeten hierin voorop lopen in de wereld.’

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Evert de Vos en Jaap Tielbeke over het IPCC-rapport en hoe de journalistiek hiermee om moet gaan. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken en Klimaat (vvd), die tot voor kort met graagte twitterde over zogenaamde ‘klimaatdrammers’, stelde daarentegen in haar reactie dat vooral andere landen scherpere klimaatdoelen moeten stellen. ‘In ons eigen land doen we ons uiterste best’, zei ze, elders in de wereld moet men de ‘ambitie verhogen’.

Het is de standaard kabinetsreactie op elk verontrustend klimaatnieuws: natuurlijk zijn de problemen groot, maar we hoeven toch niet altijd het braafste jongetje van de klas te zijn? Laat anderen maar eens voorop lopen. De praktijk is echter dat Nederland op de lijstjes met klimaatmaatregelen onderaan bungelt. We bevinden ons in de onderste regionen in Europa als het gaat om het toepassen van duurzame energie en daardoor is het nu al bijna uitgesloten dat Nederland de afgesproken en wettelijk opgelegde klimaatdoelen in 2025 en zelfs 2030 gaat halen. In de polder lukt het niet om de noodzakelijke maatregelen af te spreken en doen we er alles aan om het Europese klimaatbeleid voor ‘onze’ industrie te verzachten.

Dat blijkt ook uit de lijst van bedrijven die profiteren van de ‘Subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS’ die het ministerie van Economische Zaken op ons verzoek samenstelde. Deze subsidie beoogt de gevolgen van het Europese emissiehandelssysteem (ets) te verminderen. In het ets moeten energiebedrijven namelijk sinds 2013 een koolstofprijs betalen voor hun volledige uitstoot. Deze prijsstijging rekenen zij door aan de industrie, waardoor de Europese industrie de competitie met concurrenten buiten de EU dreigt te verliezen. De subsidie moet de gestegen elektriciteitsrekening voor grootgebruikers compenseren. Jaarlijks gaat het om een bedrag tussen de 26 en 49 miljoen euro dat aan een kleine negentig bedrijven wordt uitgekeerd.

Het belastinggeld komt echter veelvuldig terecht bij bedrijven die helemaal geen nadeel ondervinden van het ets – die er zelfs goed aan verdienen, zo blijkt uit de lijst. Dat geldt vooral voor industriële reuzen als Tata Steel Europe, AkzoNobel, Lyondell, ExxonMobil en dsm. Deze bedrijven kregen grote hoeveelheden gratis CO2-rechten die ze op de markt konden verkopen, maar desondanks deden ze een groot beroep op de compensatiesubsidie.

Tata Steel Europe, bijvoorbeeld, verdiende meer dan 2,5 miljard euro aan het ets-systeem, zo becijferden we deze zomer. Toch kreeg het bedrijf van de Nederlandse overheid in de afgelopen jaren nog eens 28 miljoen voor de elektriciteitsrekening. AkzoNobel verdiende 48 miljoen euro aan het ets, en kreeg daar bovenop nog eens ruim 21 miljoen voor de gestegen stroomprijs. Chemiebedrijf Lyondell profiteerde met bijna 235 miljoen van het ets en kreeg daar bovenop nog eens 1,7 miljoen van de Nederlandse overheid overgemaakt. In totaal deden ruim 29 ets-profiteurs een beroep op de compensatiepot.

‘De regeling is twee keer slecht’, reageert Rick van der Ploeg, universiteitshoogleraar environmental economics aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar economie in Oxford. ‘In het ets is elke prikkel verdwenen om de uitstoot van CO2 te verminderen door het massaal uitdelen van gratis rechten aan de industrie. Milieuvriendelijker produceren levert geen enkel profijt op. En dat wordt nog eens versterkt door ook nog de gestegen stroomprijs te vergoeden.’

Natuurlijk is het vervelend als omzet en werkgelegenheid naar buiten Europa verdwijnen doordat in de EU in de stroomprijs de CO2-rechten, nu vijftig euro per ton, verrekend zijn, erkent Van der Ploeg. ‘Maar om dat te voorkomen zijn er veel slimmere systemen.’ In Canada bijvoorbeeld betalen bedrijven gewoon die hogere prijs. En als ze dan kunnen aantonen dat er inderdaad carbon leakage plaatsvindt, dan krijgen ze daarvoor een vergoeding. ‘Maar wat Nederland nu doet, is gewoon platte staatssteun voor de industrie.’

En dan is dit nog niet eens de enige subsidieregeling voor industriële grootgebruikers van elektriciteit. De grootste regeling is de ‘Subsidie Duurzame Energie’ (sde). Bedrijven die herwinbare energie afnemen of op een andere manier hun broeikasgasuitstoot verminderen, kunnen hierop een beroep doen. In 2019 zat er 1,2 miljard euro in de pot.

Een andere populaire subsidie is de ‘Energie-investeringsaftrek’. Hiervoor komen bedrijven in aanmerking als ze energiebesparende maatregelen doorvoeren. Voor kleine bedrijven een duw in de rug, maar voor de industrie een onnodige aanmoediging: de grootste energieverslinders leggen hun energierekening sowieso onder een vergrootglas omdat het vaak hun grootste kostenpost is. In 2019 betaalde de samenleving 146 miljoen euro voor de regeling die de industrie een korting van gemiddeld elf procent op de energierekening opleverde.

In Nederland zijn energie-intensieve bedrijven in principe vrijgesteld van elektriciteitsbelastingen

En dan zijn er nog stille energiesubsidies. Vorig jaar gaf toenmalig minister Wiebes van Economische Zaken onder grote druk eindelijk inzicht in zijn steun aan fossiele brandstoffen. Deze bleek de steun aan vermindering van de CO2-uitstoot zelfs te overtreffen. Bovendien bleek dat de zware industrie voor bepaalde processen een vrijstelling van de energiebelasting geniet ter waarde van 104 miljoen euro.

Ook het argument dat de lobby van de industrie graag naar voren brengt dat de gestegen energieprijzen niet in de prijs doorberekend kunnen worden zonder de concurrentie te verliezen, moet met een korrel zout worden genomen. CE Delft zette verschillende studies op een rij waaruit blijkt dat de industrie deze prijsstijging gewoon doorberekent in de productprijzen van cement, ijzer, staal, olie, chemicaliën en bouwmaterialen. De Nederlandse industrie zou op deze manier 2,7 miljard euro hebben verdiend.

De regelingen en de belastingvoordelen zorgen ervoor dat de elektriciteitsprijzen voor de Nederlandse industrie een stuk lager zijn dan in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk, en ze liggen onder het Europese gemiddelde, constateerde De Nederlandsche Bank in 2018. Kleine ondernemingen en particulieren betalen daarentegen het volle pond. Nederland is zelfs het enige land in Europa waar zeer energie-intensieve bedrijven in principe vrijgesteld zijn van elektriciteitsbelastingen.

Met relatief gemak zou de vaderlandse grootindustrie een CO2-belasting van vijftig euro per ton kunnen betalen, berekende de Bank in hetzelfde rapport. De gemiddelde kostprijs van de Nederlandse exportproducten stijgt dan hooguit met 1,2 procent ten opzichte van andere landen, wat een omzetdaling van slechts 0,8 procent veroorzaakt.

In 2017 liet het ministerie van ezk de Subsidieregeling indirecte emissiekosten ets evalueren door het bureau seo Economisch Onderzoek. Dat concludeerde weliswaar dat de regeling haar werk leek te doen, maar kraakte ook een opvallende noot: er wordt door Nederland opvallend riant mee omgesprongen. De subsidie is aan Europese regels gebonden. Brussel beschouwt haar namelijk als staatssteun. Er is nauw omschreven hoe het steunbedrag per bedrijf moet worden berekend. Bovendien gaf Brussel de opdracht mee heel gematigd van de mogelijkheid gebruik te maken. seo concludeerde dat Nederland vanaf het begin, in 2014, het onderste uit de kan heeft gehaald: maximale bedragen voor alle bedrijven die maar enigszins in aanmerking komen. Eerlijk is eerlijk: de Duitse en de Belgische overheid doen precies hetzelfde. Maar opvallend is dat juist in Zuid-Europa veel minder kwistig wordt gesubsidieerd.

Een andere opmerkelijke observatie van seo: ‘Uit de tekst van de regeling kan worden geconcludeerd dat een nevendoelstelling van de regeling gelegen ligt in behoud van de concurrentiepositie van Nederlandse energie-intensieve bedrijven binnen Europa.’ Met andere woorden: de regeling is ingevoerd uit angst voor concurrentie van de buren: als Duitsland het doet, kunnen wij niet achterblijven. Kortom: door in verschillende EU-landen compensatiesteun aan te vragen, hebben de bedrijven zélf de concurrentie aangewakkerd die zij vreesden.

In een Kamerbrief stelt de toenmalige minister van Economische Zaken Eric Wiebes (vvd) dat de regeling effectief is in het voorkomen van carbon leakage. Dat effect is echter maar zeer beperkt als wordt gekeken naar de hoeveelheid omzet en werk die door de tientallen miljoenen jaarlijkse subsidie behouden blijven. Volgens het seo-rapport gaat dat om vijftien miljoen opzet en maximaal zeventig arbeidsplaatsen per jaar. Afhankelijk van de hoogte van de jaarlijks toegekende subsidie is dat tussen de 370.000 en 700.000 euro voor elke arbeidsplaats die in Nederland is gebleven. Per baan de duurste arbeidssubsidie ooit.

‘We moeten zo snel mogelijk van dit soort regelingen af’, vindt hoogleraar Rick van der Ploeg dan ook. ‘Het is gewoon absurd dat er wereldwijd nog steeds meer subsidie gaat naar fossiel dan naar groene energievoorzieningen.’

De European Green Deal die de Europese Commissie nu voorstelt biedt daarvoor de juiste handvatten. Er zit namelijk een Europese grensbelasting in het plan van eurocommissaris Frans Timmermans voor producten buiten de EU die geproduceerd zijn zonder dat de kosten van de CO2-uitstoot zijn meegenomen. ‘Het is nu nog een vrij grofmazig systeem, maar het kan steeds meer verfijnd worden. Per kilo van bijvoorbeeld staal of beton kan prima berekend worden wat de CO2-belasting moet zijn’, meent Van der Ploeg.

Zo ontstaat er ook een gelijk speelveld tussen de industrie binnen en buiten de Europese Unie. ‘De volgende stap is dan om al die Europese en Nederlandse energiesubsidies voor de industrie tegen het licht te houden.’

De tegenlobby vanuit de Europese industrie zal sterk zijn, verwacht Van der Ploeg: ‘Dat merk je nu al.’ Maar juist nu moet de politiek leiderschap tonen en de subsidies voor fossiele energie beëindigen. ‘Daarover laat het ipcc-rapport geen twijfel.’

Tijdens het notaoverleg Klimaat en Energie in de Tweede Kamer op 7 juli heeft staatssecretaris Yeşilgöz echter aangekondigd dat de Subsidieregeling indirecte emissiekosten ets met een jaar wordt verlengd. De vaderlandse industrielobby heeft dus de eerste overwinning bij de gloednieuwe milieustaatssecretaris al behaald. In de kabinetsformatie valt het besluit over een eventuele verdere voorzetting van de regeling.


Bekijk hier de volledige lijst van bedrijven die profiteren van de Subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS