Pleidooi voor de zakelijkheid

In de politiek lijken waarden meer dan ooit te prevaleren boven feiten. Hoog tijd om de klassiekers van Max Weber er weer eens op na te slaan.

De vertaling van twee klassieke teksten van Max Weber, Wetenschap als beroep en Politiek als beroep, gaf mij de gelegenheid om terug te blikken op mijn essay uit 1999 Politiek van goede bedoelingen, dat de nodige kritische vragen stelde bij de Navo-­interventie in Kosovo van dat jaar. Het onderscheid van Weber tussen een overtuigingsethiek en een verantwoordelijkheidsethiek vormde de achtergrond van mijn beschouwingen. In de politiek bestaat er volgens Weber weinig ruimte voor de eerste vorm van ethisch handelen. Goede bedoelingen en diepe overtuigingen moeten daar voor een belangrijk deel plaatsmaken voor het dragen van verantwoordelijkheid voor de gevolgen van politieke keuzes.

‘Het is een waarheid als een koe’, stelt Weber, ‘een fundamenteel gegeven van de geschiedenis, dat het uiteindelijke resultaat van het politieke handelen vaak, om niet te zeggen in de regel, volstrekt verschilt en vaak zelfs in schrille tegenstelling staat tot de oorspronkelijke bedoeling.’ Juist vanwege dit tragische gegeven dient de politicus ernaar te streven om zo goed mogelijk de gevolgen van zijn handelen te voorzien.

Dat het hier tegenwoordig, nog meer dan in Webers tijd waarschijnlijk, aan ontbreekt, wordt elke dag op nationaal en mondiaal niveau pijnlijk zichtbaar. Ik beperk mij tot twee recente voorbeelden. In een grote reportage (4 juni 2012) schetst NRC Handelsblad ‘de onvoorziene gevolgen van internationaal ingrijpen’, deze keer van de Navo in Libië. De Toearegs, die zich onlangs in de nieuwe islamitische staat Azawad in Noord-Mali van de rest van dit land hebben afgescheiden, bieden aan moslimterroristen van al-Qaeda ongetwijfeld op dit moment een betere uitvalsbasis dan het Taliban-bewind in Afghanistan ooit heeft gedaan. ‘Noord-Mali ligt dichter bij westerse doelwitten en is het kruispunt van een levendige handel in wapens, drugs en migranten richting Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Europa.’

Wat heeft deze recent gecreëerde werkelijkheid met de door goede bedoelingen gemotiveerde Navo-interventie te maken? Na de val van het bewind van Kadhafi trokken de Toearegsoldaten die Kadhafi gesteund hadden met hun moderne wapens terug naar hun stam­gebied in Mali. Zij waren verantwoordelijk voor de staatsgreep. Ironisch, of beter misschien tragisch, is dat – net als in het verleden Bin Laden – de coupleider Sanage oorspronkelijk door de Verenigde Staten militair werd getraind en bewapend.

De Franse filosoof Bernard-Henri Levy beroemde zich erop dat hij in een direct contact met de Franse president Sarkozy de militaire interventie had geïnitieerd. Zijn diep mede­gevoel met mogelijke slachtoffers zou door Weber ongetwijfeld als een overtuigingsethiek zijn gekenschetst. Levy zou er goed aan doen zijn filosofische denkkracht nu ook eens in te zetten voor een analyse van de gevolgen van het politieke handelen.

Een tweede, binnenlands voorbeeld van politiek handelen op grond van een overtuigingsethiek biedt het verslag van het onderzoek dat de Eerste Kamer uitvoert naar de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten in het verleden (de Volkskrant, 5 juni 2012). De eerste drie deskundigen die gehoord werden, waren unaniem in hun oordeel. ‘Het debat over de marktwerking is ideologisch en dat gaat ten koste van de nuchtere zakelijke analyse van de feiten’, stelde ser-voorzitter Rinnooy Kan. Saskia Stuiveling, de president van de Algemene Rekenkamer, was nog scherper. De beslissingen om overheidstaken naar de markt over te hevelen, waren volgens haar nergens op gebaseerd. De ‘marktwerking-believers’ waren er volgens haar simpelweg in geslaagd om hun eigen overtuigingen door te drukken. ‘Wat het heeft gekost en wat het heeft opgeleverd? Niemand weet het.’ Helaas zou ik zo nog een tijdlang door kunnen gaan met voorbeelden die illustreren hoe belangrijk het voor politici is om een gevolgenethiek na te streven en hoe gevaarlijk het is om van goede intenties uit te gaan. Met name het fenomeen van de humanitaire interventie door militairen, dat ik in mijn studie Met alle geweld geanalyseerd heb, zou voor zo’n verdere bespreking in aanmerking komen, omdat hier de nobele intenties en morele gevoelens vaak de overhand hebben op nuchtere politieke afwegingen. Toch sla ik deze voor de hand liggende weg niet in. Waarom niet?

  • De rest van dit artikel is alleen beschikbaar voor vaste abonnees. Zij kunnen hier inloggen om de rest van dit artikel te lezen.
  • Als u al een abonnement op De Groene Amsterdammer heeft maar nog geen gebruikersnaam en wachtwoord, klik dan hier om u te registreren.
  • Geen toegang? Klik dan hier om de abonnementen te bekijken of neem voor slechts vier euro week-toegang tot het gehele digitale archief en lees De Groene van deze week tevens in pdf op uw scherm of iPad.