IN DE SCHADUW VAN DE RUSHDIE-AFFAIRE

Pleidooi voor een ‘Britse’ opvoeding

Bradford heeft een imagoprobleem. Wie de naam van deze stad in Yorkshire hoort, denkt aan de tribunebrand halverwege de jaren tachtig, de recente ondergang van de hypotheekbank Bradford & Bingley en aan de grootscheepse demonstratie twintig jaar geleden tegen de publicatie van De duivelsverzen, om van de rassenrellen in 1995 en 2001 maar niet te spreken. Tijdens de genoemde protestmars, georganiseerd door de Bradford Council of Mosques, werd om de dood van Salman Rushdie verzocht en gingen exemplaren van zijn gewraakte boek in vlammen op. De omarming van de fatwa door een deel van de Britse moslims was een keerpunt in de jonge geschiedenis van de multiculturele samenleving. Binnen autochtone kringen werd men zich ervan bewust dat, een decennium na de Islamitische Revolutie in Iran, ook een deel van de moslimgemeenschap in Groot-Brittannië bleek te zijn geradicaliseerd.
Het is geen toeval dat uitgerekend Bradford het toneel vormde. De stad van de Brontë-zusjes, de filosoof J.B. Priestley (uitvinder van de gom) en de schilder David Hockney, floreerde in het Victoriaanse tijdperk en nog lang erna, dankzij de productie van wol. Vanaf de jaren zestig zette het verval in. Goedkope arbeid in andere landen maakte een einde aan de nijverheid en futuristische planologen vernietigden de openbare ruimte. Aziatische immigranten, met name uit Bangladesh, betrokken de vergane glorie.
In sommige stadswijken zou meer dan negentig procent van de bewoners uit immigranten bestaan, wat zich weerspiegelde in het onderwijs. Begin jaren tachtig was 92 procent van de leerlingen op de Drummond Middle School in de ‘Aziatische’ wijk Manningham van Bengaalse komaf.
Deze school zou in 1984 landelijke bekendheid verwerven door het essay Education and Race: An Alternative View dat hoofdonderwijzer Ray Honeyford had gepubliceerd in The Salisbury Review. Hierin scheef hij dat het multiculturele ideaal van integratie met behoud van eigen cultuur juist verdeeldheid tot gevolg had en leidde tot zwakkere studieresultaten. Zo klaagde hij erover dat kinderen door hun ouders soms maandenlang naar hun land van herkomst werden meegenomen, een illegale gewoonte die door de onderwijsautoriteiten als verrijkend werd gezien. Tevens vond hij het ongepast dat een taal als Bengali evenveel aandacht kregen als het Engels. Ook het wegblijven van moslimmeisjes bij zwemlessen baarde hem zorgen, alsmede het lot van de blanke minderheid op school. Honeyford zag dat het niveau van het onderwijs leed onder het gewicht van het politiek correcte denken, wat gepaard ging met orwelliaanse Newspeak. De docent wilde, samenvattend, dat al zijn leerlingen allereerst als ‘British’ werden behandeld.
Toen een lokale krant gewag maakte van het artikel volgde een lastercampagne. Honeyford had natuurlijk de schijn tegen, aangezien The Salisbury Review, een geesteskind van de filosoof Roger Scruton, bekend stond als een conservatief opinieblad, dat kritiek uitte op zowel de socialistische als de neoliberale ideologie. Onder anderen Václav Havel, Hugh Trevor-Roper en Alexander Solzjenitsyn hadden in het verleden bijdragen geleverd. Het duurde niet lang eer Honeyford voor een racist (of Ray-cist) werd uitgemaakt. Er werd dagelijks voor de school gedemonstreerd door een interessante coalitie van boze moslims en ontstemde trotskisten. Het gemeentebestuur ontsloeg Honeyford, stuurde een psycholoog op hem af en overwoog hem te laten aanklagen, wat niet doorging omdat er nog geen passend artikel in het wetboek van strafrecht stond. Dankzij steun van de onderwijsvakbond, zijn personeel, de scholieren, de vox populi en een groot deel van de ouders werd hij weer in dienst genomen, maar normaal functioneren bleek onmogelijk te zijn en de 52-jarige Honeyford zag zich genoodzaakt om ontslag te nemen. Korte tijd later brandde de school, een stukje Victoriaans erfgoed, af. Ze verrees uit haar as onder de nieuwe naam ‘Iqra’.
Een kwart eeuw later is Honeyford gerehabiliteerd. Een paar jaar terug hield de toenmalige minister voor Gemeenschapszin, de streng katholieke Ruth Kelly, een toespraak die een stuk verder ging dan Honeyfords pleidooi. Op zijn beurt gaf Trevor Philips, de voorzitter van een rassengelijkheidsquango, toe dat men slaapwandelend de kant van segregatie op is gegaan. Vervolgens doorbrak hij een taboe door te pleiten voor… Britishness. De toenmalige burgemeester van Bradford Mohammed Ajeeb, verklaarde een tijdje geleden tegenover The Sunday Telegraph dat hij indertijd de juiste beslissing had genomen door Honeyford te laten ontslaan. Volgens Ajeeb is Honeyford wel degelijk een racist. Echter, tegenwoordig pleit Ajeeb ervoor om kinderen van Aziatische komaf met bussen naar ‘witte’ scholen te brengen, een idee dat Honeyford 25 jaar geleden al opperde en dat uiterst gevoelig lag. Ironisch genoeg is Bradford langzamerhand multicultureler geworden, in de ware zin des woords. De Bengaalse meerderheid heeft gezelschap gekregen van Somaliërs en Oost-Europeanen die juist pleiten voor een ‘Britse’ opvoeding van hun kinderen. Honeyford heeft in de tussentijd de boeken Integration or Disintegration, Starting Teaching en Race and Free Speech: Violating the Taboo geschreven. Dat hij weer helemaal salonfähig is, blijkt uit het feit dat hij af en toe recensies schrijft voor het progressieve weekblad The New Statesman & Society. Hoe zou de geschiedenis van Honeyford en het multiculturele drama zijn verlopen als hij zijn essay indertijd in dat opinieblad had weten te plaatsen, in plaats van een obscuur conservatief weekblad?