Pleisterplaats voor literaire toeristen

TOMÁS ELOY MARTÍNEZ
DE TANGOZANGER
Uit het Spaans (El cantor de tango, 2005) vertaald door Trijne Vermunt. Cossee, 223 blz., € 12,50

Van huis uit is de Argentijn Eloy Martínez (1934) journalist, maar dan een die telkens de roman nodig heeft als hij meer te vertellen heeft dan wat de feiten lijken te dicteren. Zo maakte hij al in 1969 een portret van Perón, publiceerde lange gesprekken met hem en publiceerde in 1985 een satirische roman, eenvoudig Novela de Perón (1985) geheten. Roman ván Perón, leidmotief: ‘Ik heb mijn leven lang anderen toebehoord’, oftewel hoe een mannetje (dictator) wordt gemaakt. Tijdens de dictatuur leefde Eloy Martínez in Venezuela, schreef een academische studie over Borges en doceerde in de Verenigde Staten.
De tangozanger is het enige dat van hem vertaald is. Ook dat boek begon niet als roman maar als publicatie over Buenos Aires. Van die opzet draagt de roman de sporen: de stad is de hoofdpersoon, de stad waar straten wekelijks van naam veranderen, waar zelfs bewoners in hun eigen wijk verdwalen; kortom, de stad zoals bekend uit het werk van Borges, Cortázar en vele anderen. Behalve historische vindplaats en magisch centrum is Buenos Aires in 2001, het jaar van handeling, een stad ten prooi aan een gierende inflatie; er heerst wanorde die het meer voor het zeggen heeft dan de presidenten die elkaar wekelijks opvolgen (een ervan heet Joker). En tegen protesterende inwoners wordt veel geweld gebruikt. Politiek en zwart verleden spelen nadrukkelijk mee in de puzzel van schijn en werkelijkheid.
Hoofdpersoon is een Amerikaanse student die in zijn proefschrift over Borges vastzit en zich daarom op de tango werpt. Want Borges had geschreven dat alleen de tango van vóór 1910, toen hij nog in de bordelen gedanst werd, de moeite waard was. Van een docente hoort Bruno – hij heeft alles uit de tweede hand – over Julio Martel, een geheimzinnige tangozanger van wie nooit een opname is gemaakt. Het toeval wil dat het huis waar de student in Buenos Aires woont vlak bij de plaats is waar de aleph gesitueerd zou zijn, Borges’ magische middelpunt, nu pleisterplaats voor literaire toeristen. Het zoeken naar de aleph is als het zoeken naar de zanger: waar Bruno hem verwacht komt de zanger niet opdagen. Later blijken de plaatsen waar de mismaakte man met de wonderbaarlijke stem zonder aankondiging optrad een schaduwtracé te vormen langs plaatsen van historische wandaden, onder meer een foltercentrum ten tijde van de dictatuur.
Dat is veel bij elkaar, misschien wel te veel, maar Eloy Martínez verweeft al die verhaaldraden en uitlopers ervan heel behendig; het blijft licht en daardoor misschien in evenwicht.