Plezier

De Tweede Kamer buigt zich over een paar immateriële vraagstukken. De euthanasiewetgeving, de NIPT-test en de wet op de orgaandonatie stellen dwingende vragen aan de orde. Waar leven we voor?

De weduwnaar van Hannie Goudriaan, de vrouw van ‘Huppakee, weg’, verklaarde de keus om op de televisie de euthanasie van zijn demente vrouw te laten zien met de woorden: ‘Wij zijn hier voor ons plezier, niet om te lijden.’ Het zijn woorden om even bij stil te staan. Zeker ook in politiek Den Haag waar, in de schaduw van de vluchtelingencrisis en een mogelijke Brexit, ook een aantal immateriële vraagstukken aan de orde is, zoals de euthanasiewetgeving, de nipt-test en de wet op de orgaandonatie.

De documentaire waarin te zien was hoe Hannie Goudriaan stierf, kwam kort nadat een commissie onder leiding van voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Paul Schnabel, een rapport uitbracht over de huidige euthanasiewetgeving. De hamvraag was of een voltooid leven zonder dat er sprake is van medische problemen een basis is voor euthanasie, zoals de Nederlandse vereniging voor een vrijwillig levenseinde (nvve) bepleit. Oftewel of lijden aan het leven, er geen plezier meer in hebben, voldoende is om hulp te krijgen bij zelfdoding. Het antwoord van de commissie-Schnabel is een duidelijk nee.

Vooral in christelijke politieke kringen is die conclusie met instemming begroet. Niet verwonderlijk, zult u misschien zeggen. Maar waar ze in die kringen vooral blij mee zijn, is dat niet een christelijk politicus voorzitter was van die commissie, maar een d66-senator, Paul Schnabel dus. Dan komt zo’n eindoordeel toch in een ander licht te staan. d66 vindt namelijk dat ouderen bij een voltooid leven wél zelf mogen beslissen hoe en wanneer ze willen sterven. En daar onbaatzuchtige hulp bij mogen krijgen. Met een voorzitter van cda-huize hadden velen gezegd: ja, zie je wel, die christenen moeten sowieso weinig hebben van euthanasie.

In het rapport wordt goed uitgelegd dat bij een puur individualistische benadering van het euthanasievraagstuk er een recht op hulp bij zelfdoding ontstaat: ‘Dokter, ik eis een spuitje!’ Daar is het gezondheidsrecht niet op geschreven. Als het gaat over zelfbeschikking in het gezondheidsrecht is het juist omgekeerd: het geeft ons het recht om behandelingen af te wijzen.

De commissie-Schnabel wil niet aan de huidige euthanasiewetgeving tornen omdat ze vreest voor druk vanuit de maatschappij op ouderen om er maar een einde aan te maken. ‘Moeder, het leven heeft nu wel lang genoeg geduurd voor u’ is dan misschien niet wat er zal gaan gebeuren, maar het kan ook sluipend gaan, of zoals het in het commissierapport staat: ‘Bijvoorbeeld door de toch al negatieve beeldvorming over ouderen die door een wettelijke mogelijkheid verder kan worden versterkt.’

De maatschappelijke druk om donor te worden is niet groot genoeg gebleken

Maatschappelijke druk speelt ook een rol in de politieke discussie over de nipt-test, de test die bij zwangere vrouwen vrij goed de kans aangeeft of het ongeboren kind het syndroom van Down heeft. In de Tweede Kamer gaat het nog lopende debat over de vraag aan wie de test na de huidige proefperiode moet worden aangeboden: aan iedere zwangere vrouw of alleen aan risicogroepen, en of die test dan moet worden vergoed. ChristenUnie en sgp vrezen dat de acceptatie van mensen met het Downsyndroom afneemt als de test breed wordt uitgezet. Ouders die een kind met Down hebben, krijgen nu al te horen dat ze er toch zeker zelf voor hebben gekozen.

In de ogen van de christelijke partijen gaat een vergelijking met het bestrijden van de ziekte polio, zoals d66-Kamerlid Pia Dijkstra onlangs in een opiniestuk deed, niet op. Voor een Down-loze maatschappij moet je ongeboren kinderen aborteren, voor een polio-vrije samenleving heb je een medicijn nodig waarmee je mensen juist in leven houdt, een gezonder leven.

Stel dat de meerderheid in het parlement beslist de nipt-test wel uit te zetten maar niet te vergoeden, dan bestaat de kans dat vooral in streng christelijke gezinnen én in gezinnen met een krappe beurs nog kinderen met het syndroom van Down worden geboren. Dat laatste moet voor christelijke partijen een dilemma zijn, hoeveel moeite ze ook met de test hebben. Voor een partij als de vvd, voor wie puur de kosten van de test de doorslag geven, is dat laatste misschien een overweging om van gedachten te veranderen: zouden die kosten opwegen tegen het geld dat een kind met het syndroom van Down kost?

Waar bij euthanasie en de nipt-test de vrees bestaat dat door maatschappelijke druk ouderen en mensen met het Downsyndroom steeds minder worden geaccepteerd, is bij orgaandonatie de maatschappelijke druk om donor te worden juist niet groot genoeg gebleken. Om er toch voor te zorgen dat er meer donoren komen, heeft Pia Dijkstra een wet ingediend die regelt dat iedereen verplicht donor is, tenzij je expliciet laat vastleggen dat je juist geen donor wil zijn. Een omkering van het huidige ‘geen donor, tenzij’. Ook hier vindt Dijkstra de twee christelijke partijen ChristenUnie en sgp tegenover zich. Niet omdat deze partijen er tegen zijn om met het doneren van een orgaan een zieke medemens te helpen, maar omdat je lichaam niet het eigendom van de staat is. Ook niet na je dood.

Als Dijkstra’s wet wordt aangenomen, zou deze een goed onderwerp zijn voor een raadplegend referendum. Dat gaat dan over een heldere vraag: ja of nee tegen een wet die iedereen aangaat en waarover een breed maatschappelijk debat ontbreekt. Je hoeft niet christelijk te zijn om dan nee te stemmen. Zoals je ook zonder gelovige achtergrond je wenkbrauwen kunt fronsen bij de opmerking dat we hier zijn voor ons plezier.