Jungle Cruise, Dwayne Johnson als kapitein Frank Wolff (rechts) en Emily Blunt als Dr. Lily Houghton © 2020 Disney Enterprises Inc

Een vrijgevochten Engelse vrouw (Emily Blunt) en een goedige, barbaarse man (Dwayne ‘The Rock’ Johnson) beleven begin vorige eeuw allerlei avonturen terwijl ze in de jungle van Zuid-Amerika speuren naar de mystieke ‘boom des levens’. Dat is het verhaal van Jungle Cruise, gebaseerd op een Disneypark-attractie. Verder zijn er onsterfelijke conquistadores, een intelligente tijger en plaatselijke ‘kannibalen’ die de draak steken met onze stereotiepe kijk op de plaatselijke inwoners. Maar hoe je ooit een fijne tijd met zo’n film kunt hebben – dat overkwam mij – is een mysterie.

Toch is ‘plezier’ definieerbaar. Tijdens Jungle Cruise moest ik terugdenken aan toen mijn kinderen klein waren en we veel Disney-films zagen, aan dat gevoel van loslaten en genieten. Maar dat zegt op zich niets. Al onze favoriete Disney’s – Peter Pan, Robin Hood en een meesterwerk, The Love Bug (1968) – waren altijd meer dan alleen spektakel. Ze raakten ons vanwege de menselijkheid van de personages. Zo heb je in Jungle Cruise dat petje van The Rock. Natuurlijk zie je dan meteen Charlie Allnut (Humphrey Bogart) in John Hustons jaren-vijftigverfilming van C.S. Foresters prachtige roman The African Queen. Nu is The Rock geen Bogart, toch speelt hij heel fijn, met als running gag woordgrapjes die hij reflexief maakt (‘I can’t stop!’). Dat petje, identiek aan dat van Bogart, geeft The Rock iets kwetsbaars. Daar reageert Blunt natuurlijk weer op, net zoals Katherine Hepburn in Hustons klassieker uiteindelijk als een blok valt voor de op het oog brute, in werkelijkheid zachtaardige Charlie.

De film is hoofdzakelijk te zien in 3D, maar ik zag hem met opzet in 2D om te kijken of er ergens iets echts in de film zit. Immers, de special effects moeten de grootste attractie van Jungle Cruise zijn. Maar zelfs ‘plat’ vond ik ze vooral vermoeiend, zeker die levende dode Spaanse veroveraars die lang geleden… tja, wat eigenlijk? Ik weet het niet eens meer. In ieder geval is de constante beweging wanneer ze van vorm veranderen – slangen kruipen uit gezichten, gezichten veranderen in zwermen wespen – irritant om naar te kijken. Als alles in de rimboe kan veranderen, dan verandert niets meer echt. Dat schept een emotionele afstand tussen kijker en beeld. Ook de sets, vrijwel volledig digitaal gemaakt, scheppen een fantasierijke setting, maar wel een waarin de actie nooit tot echte gevolgen leidt.

Heel goed werkt de chemie tussen Blunt, die eerder een fabuleuze Mary Poppins in een onverwacht goed vervolg op het origineel neerzette, en The Rock. Kijkend naar hen denk je behalve aan Bogart en Hepburn ook onwillekeurig aan Michael Douglas en Kathleen Turner in Romancing the Stone (1984). Voeg hierbij de conventies van het avonturenverhaal en de winnende mix is compleet: harde maar kwetsbare man, gecultiveerde maar sterke vrouw, personages die onder extreme omstandigheden een andere, verrassende kant van zichzelf tonen. Dit spel met verwachtingen maakt Jungle Cruise bijzonder aardig om te zien.

Nu te zien in de bioscoop en op Disney+