Plooibaar

Willem de Kooning boetseerde zoals hij schilderde, ontroerend intiem en met fabuleuze lichtheid.

Medium kooning  a 28690

In mijn hoofd zie ik een typische tekening, uit de jaren zestig, van Willem de Kooning: de staande gestalte van een struise vrouw – een eeuwenoud klassiek thema voor een moderne kunstenaar. Het woord gestalte gebruik ik omdat dat, voor mijn gevoel, de stevigheid van de vormgeving aanduidt. De vrouw in de tekening (in mijn herinnering) staat model: eerst zijn haar vorm en omtrek getekend met beweeglijk dun krijt in bochtige lijnen en fragmenten van lijn, jachtig bijna. Vervolgens heeft de kunstenaar die droge contouren hier en daar aangezet met brede kronkels van houtskool die vrij rond de gestalte zweven als vlekken schaduw. Je kunt ook denken aan een geraamte dat met stukken vlees wordt opgetuigd. Dat is niet eens een rare vergelijking.

Wij kennen het werk van De Kooning het best door de luisterrijke groep schilderijen in het Stedelijk Museum. Hoofdzakelijk zijn dat werken uit de jaren 1970, net als de geboetseerde bronzen beelden – ook in die verzameling – zoals Cross-Legged Figure. Aan de schilderijen viel me altijd op hoe smeuïg en mals hun oppervlak was, met over het algemeen een figuratie van met lange streken uitgemeten verf die zacht glanst en oogt als roomboter. De Kooning was de schilder van de weelderigheid, van luxuria. Als dat wat zegt: hij was nog een beetje Nederlands. Net in de twintig was hij toen hij als verstekeling aankwam in New York, oud genoeg om iets mee te dragen van het gloeiende goudgeel en rood van bijvoorbeeld het Joodse bruidje. In New York was hij van alle kunstenaars om hem heen het meest materialist. Dat kwam ook doordat in zijn schilderijen altijd vrouwelijke figuren aanwezig bleven – dat wil zeggen de vloeiende plooibaarheid daarvan die je dan zag meebuigen in de penseelvoering. De kneedbaarheid van materiaal en vorm zat hem in de genen. Daarom is hij ook die beelden in klei gaan boetseren. Hij wilde de zachtheid van het materiaal (olieverf), dat hij op de oppervlakte van de schilderijen moest uitsmeren, ook wel eens in zijn handen voelen. Ooit zei hij daarover dat klei eigenlijk nog beter voelde dan olieverf. Er zijn ook foto’s waarin je hem, heel tevreden, met zijn handen een vorm ziet kneden. Aan Cross-Legged Figure kun je, zelfs nadat het in brons is gegoten, goed zien met hoeveel voorzichtige aandacht de vorm is gebouwd. Ik had het over de schaduwen, in die tekening, van brede vegen houtskool. Bij het beeldje is de huid overal met vingertoppen en duimen ingedeukt zodat er een uiterst beweeglijk en geschakeerd oppervlak is gegroeid. Het zit, als de tekening, vol met vlekken en builen schaduw en licht. Cross-Legged Figure heeft daarom een opmerkelijk veerkrachtige vorm. Traditionele bronzen beelden, van Rodin of Maillol, hebben doorgaans een glad-glanzend oppervlak. Dat geeft een effect van gewicht en volume.

Maar dit is een sculptuur gemaakt door een schilder – die niet bezig was met het maken van een statige, gewichtige gestalte maar met, zou ik zeggen, een verschijning van een figuur die in het licht treedt, zoiets. Vergelijk het beeldje met het kleine schilderij, Singing Women, waarin de summier geschetste figuren druk zijn behangen met losse passages kleur, terwijl ze de hele vormgeving toch heel vrij laten. Je kunt zien dat de twee flarden geel van boven naar beneden zijn geschilderd – maar dan zijn ze daar blijven zweven en hangen. Van onderen lijken de figuren daarom opwaarts te stijgen. Hier liet De Kooning zich verleiden en meeslepen door de fabuleuze lichtheid van het schilderen en de romige vloeibaarheid van verf. Net zoiets, lijkt mij, probeerde hij met Cross-Legged Figure te boetseren, een beeldje dat zonder zwaar gewicht is. Eigenlijk oogt het ook vrij plat. Zo kijkt en denkt de schilder: de agiele schwung van het beeld komt van de grillige contour van de gestalte die kronkelt als een ornament – en die rondom rusteloos blijft. Het ding is ook klein omdat De Kooning het bij het kneden de klei letterlijk in zijn handen wilde blijven houden. Net als tekeningen zijn het dus ook ontroerend intieme vormgevingen. De grotere versies van de beelden, hier en daar op pleinen en in parken, zijn mechanische vergrotingen van de oorspronkelijke kneedsels.


Beeld: Willem de Kooning, Stedelijk Museum Amsterdam