Plopjes in de meisjesbuik

In de jeugdliteratuur verschijnt het ene na het andere boek over tieners die zwanger zijn of ervan dromen snel moeder te worden. Wat bezielt de auteurs en vooral, wat bezielt hun protagonisten?

ANNEMARIE BON, EEN NIEUW LEVEN
Unieboek, 190 blz., € 13,95

CORIEN BOTMAN & YASMINE VAN LEUR, HOU VAN MIJ, Querido (Slashreeks), 156 blz., € 12,95

TJIBBE VELDKAMP, TIFFANY DOP
Lemniscaat, 120 blz., € 12,95

DERK VISSER, LANDJEPIK
Nieuw Amsterdam, 123 blz., € 12,50

EVELIEN DE VLIEGER, BREI MET MIJ
Lannoo, 141 blz., € 12,95

Het aantal tienerzwangerschappen daalt in Nederland gestaag. Met 5,2 geboortes per duizend tienermeisjes komen tienerzwangerschappen wereldwijd gezien alleen in Zwitserland minder vaak voor. En van die ongeveer 2300 tienerzwangeren per jaar zijn de meeste achttien à negentien jaar oud – logisch wanneer je weet dat 17,3 de gemiddelde leeftijd is waarop Nederlandse jongeren voor het eerst seks hebben.
Vaak is de kunst een spiegel van de actualiteit en vice versa.
Dit algemeen geldende principe gaat momenteel echter niet op voor de jeugdliteratuur, tenzij je de plotselinge toename van fictieve (bijna-)tienerzwangerschappen beschouwt als de bevestigende uitzondering op de regel. Want toeval of niet, feit is dat een heel aantal jeugdboekenauteurs bovengenoemde statistieken en gemiddelden gewoon heeft genegeerd. De jongste pennenvruchten (kan een woord toepasselijker zijn) van Annemarie Bon, Corien Botman, Tjibbe Veldkamp, Derk Visser en Evelien de Vlieger gaan over jonge meisjes (het jongste is dertien, het oudste zeventien) die óf binnenkort moeder worden, of dat dolgraag willen worden.
De mutsige covers van deze boeken waarop meisjeshoofden en enkele zwangere buiken prijken en de even suffe titels – Hou van mij (Botman), Brei met mij (De Vlieger), Tiffany Dop (Veldkamp) en trendsetter Een nieuw leven (Bon) – doen typische meisjeslectuur vermoeden. Niet helemaal ten onrechte. Behalve dat er vermoedelijk geen jongen te vinden is die een van deze boeken spontaan zal oppakken en openslaan, proef je een aantal standaardingrediënten die van oudsher worden gebruikt om een klassiek meisjesboek te bereiden: er is ‘roze’ zoetigheid en sentiment, er vloeien hartstochtelijke tranen, de vrouwelijke protagonisten worstelen met zichzelf, de ‘Liefde’ en het gebrek aan aandacht van hun moeder, de begripvolle stiefvader (Brei met mij), ‘oom’ (Hou van mij) of jonge mannelijke vertrouweling (Tiffany Dop) biedt hulp en uitkomst en, behalve Vissers Landjepik, de verhalen eindigen ‘al goed’.
Toch overstijgen deze boeken de volgens standaardrecept bereide jolige meisjeslectuur doordat ze geenszins hersenverwekend zijn. Weliswaar zijn de verhalen gemakkelijk leesbaar, maar ze zijn stilistisch gemiddeld ook zeker genietbaar. En in plaats van de gebruikelijke, stuntelende karikaturen zijn Ana (Landjepik), Heide (Brei met mij), Monisha (Hou van mij), Nienke (Een nieuw leven) en Tiffany (Tiffany Dop) stuk voor stuk levensechte personages.
Maar waarin ze het meest afwijken van het meisjesboekengenre is dat deze vijf boeken doortrokken zijn van een aangenaam smakende taboedoorbrekende eigentijdsheid, zonder daarmee te verworden tot van die verantwoorde, humorloze, kitscherige probleemliteratuur. Want dat een zwangere tiener zo’n beetje het laatste onderwerp is waarop in Nederland een taboe rust, is een gegeven. Zijn tienermoeders niet schuldig in de ogen van de hele wereld? Hadden die meiden niet beter moeten en kunnen weten? Overigens verklaart het ‘laatste-taboe-gegeven’ ongetwijfeld de huidige ‘babyboom’ in kinderboekenland: waar moet je als geëngageerd jeugdboekenauteur tegenwoordig anders nog over schrijven als je durf wilt tonen, grenzen wilt verleggen en wilt verontrusten en verrassen?

Wie zijn Ana (15), Heide (16), Monisha (17), Nienke (15) en Tiffany (13) en wat bezielt ze dat ze zo jong al ‘babygek’ zijn? Natuurlijk is het niet zo dat alle vijf er vrijwillig voor kiezen om zwanger te worden. Ana en Monisha zijn beiden van allochtone afkomst en leven in een fysieke wereld vol agressie, waarin jonge meisjes kwetsbaar zijn, zo blijkt. Visser en Botman, die het boek met Yasmine van Leur schreef op wier levensverhaal Hou van mij is gebaseerd, schuwen de harde werkelijkheid geenszins. Ze schetsen op authentieke wijze de zelfkant van de Nederlandse samenleving, hetgeen op zich al vrij uitzonderlijk is voor jeugdromans: meestal worden die bevolkt door beschaafd sprekende autochtone medeburgers. Vissers eigenzinnigheid resulteert in een knap geschreven tragikomische novelle, die van Botman in een veredelde realitysoap.
Ana (Landjepik) is verbitterd. Haar Servische ouders zijn door moslims vermoord, maar, zegt ze, ‘niemand in Nederland huilde, omdat ze Serviërs’ waren. ‘Als er een God bestaat die dit heeft geregeld’, schrijft Ana in een brief, ‘dan zoek ik hem op als ik doodga, dan klets ik me met een smoes de hemel in en als ik hem dan zie lopen, trap ik z’n knieschijven kapot, dan kan hij de rest van zijn leven achter een rollator door zijn koninkrijk schuifelen.’
Ze haat Nederland. En ze haat de dubbele moraal van Nederlanders. Het moment dat ze hoort dat de lichamen van haar ouders eindelijk gevonden zijn, komt alle verdriet eruit. Ze breekt, rent naar buiten en laat zich door ‘de eerste de beste’ vent pakken, met als gevolg dat ze aan het begin van het verhaal bij de Bristol babysokjes aan het uitzoeken is: vijf maanden zwanger, ‘een kind zonder moeder’ dat samen met de vermeende achttienjarige vader, een Turk die in een gestolen auto rondrijdt, weg wil uit Nederland omdat ze ‘hier tegen meisjes met een kind in hun buik zijn. Tegen meisjes met een grote bek. Tegen meisjes die geen “nee” kunnen zeggen.’
Jammer voor Ana dat ze Botmans Indiase Monisha niet tegen het zwangere lijf is gelopen. Ze hadden elkaar kunnen steunen. Ook Monisha’s zwangerschap is haar – zo vertellen de terugblikken – overkomen. En ook Monisha ervaart, als haar moeder liefdeloos een abortus als oplossing aandraagt, dat zwanger zijn op vijftienjarige leeftijd een taboe is.
Vanzelfsprekend en invoelbaar voor de lezer worstelt Monisha met deze ingrijpende gebeurtenis – stilzwijgend – binnen de rond haar ziel gebouwde ijsmuur. Maar wanneer ze zwaar verliefd wordt op Lewis die gaat trouwen met zijn hoogzwangere vriendin, kan ze het verleden niet langer verdringen, ‘lijkt de muur steeds minder betrouwbaar’ en maakt zich een diep verlangen in haar los: ‘Ik wil een baby in mijn buik’, dagdroomt ze. ‘Ik wil een baby in mijn armen. Ik wil slapen met een kindje.’ Wanneer Lewis haar duidelijk maakt dat ze niets in haar hoofd moet halen en zeker niets in haar buik, stort de ijsmuur in en wordt ze overspoeld door een zee van tranen. Tranen om haar eerste vriendje dat haar ruw verkrachtte. Tranen om haar moeder die haar vervolgens geheel negeerde. Tranen om haar ongeboren kind dat ze al in haar buik voelde vlinderen en hoorde roepen: ‘Hou van mij.’
Monisha’s gevoelens verbeelden natuurlijk haar eigen schreeuw om aandacht. De vaders en vooral moeders van meisjes als Monisha, Ana en ook Nienke (onbedoeld zwanger na een zomerliefde en geloofwaardig vechtend voor een volwaardig moederschap, tegen de wil van haar door antroposofie besmette moeder, die Nienke’s baby zelf wil grootbrengen) zijn letterlijk én figuurlijk te ‘afwezig’ in hun dochters levens.
Monisha’s moeder was zelf ook ooit zo’n eenzame dochter, want geadopteerd. Woordelijk licht ze toe hoe ze als depressieve puber vanuit die eenzaamheid, bloedverwanten missend, zocht naar liefde, naar iets ‘om mee te knuffelen’ en daarom een kind ‘nam’. De gewaande liefde van tienermeisjes voor hun ongeboren baby’s is groot en onvoorwaardelijk en ze hopen dat die kinderen, wanneer geboren, hun overdosis liefde met eenzelfde overdosis beantwoorden. Zelfs Nienke, die aanvankelijk een abortus wil omdat ‘roze wolken bedrog zijn’, smelt bij de eerste ‘plopjes’ in haar buik.

Naar liefde smachtende, veronachtzaamde tieners kun je echter ook anders vormgeven, bewijzen Veldkamp en De Vlieger: minder gruwelijk dicht tegen de uiteindelijk voor maar een klein groepje herkenbare zwangere werkelijkheid aan. Met meer onderhuidse humor. Met meer onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid, door gedurfd te balanceren op de grens van wat net wel en niet kan, zonder daarbij aan geloofwaardigheid in te boeten.
Ook Tiffany en Heide lijden onder een chronisch aandachtstekort. En ook Tiffany en Heide maken deel uit van verknipte gezinnen en hopen door middel van babyliefde hun stille eenzaamheid en pijnlijke levens te ontvluchten
Tiffany Dop, ‘bats veur de kop’ (deze geweldige bijnaam dankt Tiffany aan haar loszittende handen) besluit te ontsnappen aan haar corrupte halfbroers en al even corrupte, hoererende, plat Gronings sprekende moeder, door te proberen zwanger te worden van een ‘soavrije seksmachine’, een schone ‘slappe man, zonder haast’, omdat ze denkt dat een baby haar gelukkig zal maken. Terwijl de altijd breiende, stugge en preutse Heide niet eens zwanger hoeft te worden; ‘haar’ baby wordt haar letterlijk in de schoot geworpen door haar eigen jonge moeder, die zich liever bezighoudt met het verleiden van Heide’s vermeende vriendje dan met haar pasgeboren zoontje Linus en aldus de noodkreet van haar dochter – ‘brei met mij’ – niet hoort.
Zowel Heide’s hilarische vlucht met halfbroertje Linus als Tiffany’s bizarre zoektocht naar een geschikte verwekker – daarbij geholpen en gehinderd door student Oscar die Tiffany haar eigenheid doet inzien – is licht absurd en leidt tot idiote filmische toiletscènes (in beide verhalen), droogkomische, rake observaties over de platvloerse eentonigheid van pornofilms en vrouwen van middelbare leeftijd die eeuwigdurende jeugdigheid najagen en treffende beelden van valse (zons)ondergangen en ‘drenkelingen die net op tijd uit water worden gevist’.
Heide, die allergisch is voor ‘de bloesembeeldspraak’ van haar moeder waar het ontluikende liefde en ‘knoppen’ betreft, maar die ondertussen wel romantisch alleen maar ‘met zijn tweeën’ op een kus wil wachten, en Tiffany, die met al haar stoerdoenerij bijna letterlijk ‘smelt’ wanneer Oscar haar in de regen thuisbrengt, kruipen ontegenzeggelijk onder je huid. Meer dan Ana, Monisha en Nienke, die misschien wel te zwanger zijn (waren), en daardoor te levensecht.
Tiffany Dop en Brei met mij werken als een lachspiegel waarin alles op z’n kop wordt gezet en uitvergroot en daardoor onvergetelijk echt wordt. Meer van dit soort (meisjes)boeken graag, meer van dit soort jeugdliteratuur, met of zonder bolle buiken.

De foto is uit het boek PUUR: Trotse Tienermoeders van fotografe MeRy / Melanie Rijkers en Miranda Baas. Uitgeverij d’jonge Hond, 120 pagina’s, € 19,95