Pluk de dag

HELGE HESSE
DAN LIEVER DE LUCHT IN: DE WERELDGESCHIEDENIS IN 75 BEROEMDE UITSPRAKEN
Balans, 343 blz., € 18,95

Je kunt geen krant openslaan, geen tv aanzetten, of je wordt overspoeld met clichés, met uitdrukkingen die al zo vaak zijn gebruikt of gevarieerd dat je niet alleen precies weet wat ermee bedoeld wordt, maar dat ze je ook de neus uitkomen. Niet zelden gaat het om uitspraken die volkomen los zijn komen te staan van de context waarin ze ooit werden gebezigd en waarvan de meeste mensen niet meer weten wie ze ooit voor het eerst hebben gebruikt. Hoeveel trotse bezitters van een vakantiehuisje weten dat wanneer ze dat carpe diem noemen ze Horatius citeren? In diens eerste boek met Oden, geschreven toen de burgeroorlog die Augustus aan de macht zou brengen ten einde liep, lezen we: ‘Pluk de dag en vertrouw nimmer op die van morgen’, wat niet onmiddellijk associaties oproept met zorgeloos genieten of eindeloos barbecuen. Nu ligt die oorlog alweer een tijdje achter ons, maar zou een tv-presentatrice die de Oprah Winfrey Show aankondigt als ‘de moeder aller talkshows’ vermoeden dat ze Saddam Hoessein parafraseert?
Wie echt wil weten waar een bepaalde uitdrukking vandaan komt of wie haar voor het eerst heeft gebruikt, hoeft maar heel even te googelen. ‘Getrennt marschieren, vereint schlagen’? Alstublieft: Helmuth von Moltke (1800-1891) op 3 juli 1866, tijdens de slag bij Königgrätz. Het aardige van Dan liever de lucht in!, waarin de Duitse journalist Helge Hesse niet alleen de drie bovengenoemde uitspraken onder de loep neemt maar ook nog 72 andere, is dat niet alleen verteld wordt van wie de uitspraak is (Moltke had hem trouwens weer van Gerhard von Scharnhorst), maar tevens wordt ingegaan op de situatie waarin ze werd gedaan.
Kenners van een bepaalde periode of figuur kunnen hier en daar zeker wat afdingen op hetgeen Hesse schrijft, maar over het algemeen is de informatie vrij accuraat en relevant. Van sommige uitspraken wordt duidelijk dat ze nooit zo zijn gedaan – zoals Machiavelli’s ‘het doel heiligt de middelen’ en Hobbes’ ‘homo homini lupus’. Maar soms kan zo’n verkeerde toeschrijving ernstige gevolgen hebben. Zo heeft Marie Antoinette, toen ze geconfronteerd werd met hongerige paupers, waarschijnlijk nooit gezegd: ‘Als ze geen brood hebben, dan eten ze toch gebak?’ Die uitspraak komt uit de Confessions van Rousseau, die een anonieme prinses citeerde op een moment dat Marie Antoinette nog als kind in Oostenrijk leefde. Omdat iedereen geloofde dat ze dat in 1789 wél had gezegd, werd ze nog meer gehaat.
Je moet wel over een uitzonderlijke eruditie beschikken wil je van dit aardige boekje niets opsteken.