Frankrijk: Tzvetan Todorov

Pluraliteit als basis

De Europese Unie is een economische en administratieve realiteit die het moet stellen zonder een sterk identiteitsbesef vergelijkbaar met dat van de samenstellende staten. Daarom weerklinkt steeds opnieuw de roep om een bevestiging van onze culturele identiteit, om vastlegging van onze unieke culturele tradities zodat we met z’n allen iets hebben om trots op te zijn.

Uitgedrukt in het vocabulaire van de achttiende eeuw zou je kunnen zeggen dat een politiek project aan kracht wint indien het niet alleen door gezamenlijke belangen wordt gedragen, maar ook door een gedeelde passie. En onze passies worden alleen opgewekt als we ons voelen aangesproken in onze identiteit. In moderne termen zou je zeggen dat een politiek project moet zijn gebaseerd op solidariteit zodat mensen bereid zijn er het hoogste offer voor te brengen. Dat gegeven kennen we al op nationaal niveau, maar nog niet op Europees niveau: voor het opheffen van douaneposten stelt geen mens zijn leven in de waagschaal.

Inderdaad kan het Europa van de Griekse stadstaten, het christendom, Shakespeare en de Verlichting ons met trots vervullen. Tegelijk bekruipt ons het onaangename gevoel dat we de geschiedenis selectief lezen, dat we in ons verleden uitsluitend een voorafschaduwing zien van ons heden. Ons verleden heeft immers schaduwzijden. Tegenover de Europese idee van gelijkheid van alle mensen staat ons slavernijverleden; tegenover de Europese tolerantie staan de godsdienstoorlogen; tegenover de autonomie van het individu staat de imperialistische onderwerping van een groot deel van de aarde.

Ten slotte blijkt het hele idee dat we onze identiteit aan het verleden zouden moeten ontlenen twijfelachtig. Moet onze collectieve identiteit berusten op trouw aan het verleden of op een toekomstgerichte visie? En als we zo’n toekomstgerichte visie hebben, waarom moeten we daar dan zo nodig de geschiedenis bijslepen? Juist de Europese geschiedenis bewijst immers de nadelen van een obsessieve omgang met het verleden. En wat een aan het verleden ontleende identiteit helemaal problematisch maakt, is dat mensen en ideeën niet aan één plaats gebonden zijn. Geen Europese waarde of prestatie is uniek voor Europa, nu niet en in de toekomst niet. We noemen de waarden van ons politieke project niet voor niets graag universeel.

Is er bij alle regionale en nationale verscheidenheid binnen de Unie dan nog plaats voor een Europese spirituele identiteit? Ik denk het wel, maar alleen in een zeer beperkte zin. De ware eenheid van Europa bestaat namelijk precies uit de verscheidenheid die altijd het watermerk van dit continent is geweest. Reeds David Hume vergeleek de staatkundige versnippering en onderlinge concurrentie van godsdiensten, culturen en politieke systemen in Europa in gunstige zin met China, dat geografisch gezien ongeveer even groot is als Europa, maar altijd bestuurd is als eenheidsstaat waarin geen plaats was voor particulier initiatief, afwijkend denken en concurrentie tussen ideeën. Door zich te verdiepen in alle afwijkende mores en denkbeelden op het continent kwamen de Verlichtingsfilosofen tot hun opvattingen omtrent verdraagzaamheid en de scheiding der machten als grondslagen voor het openbare leven. Juist onze pluraliteit, die we nu zo moeizaam vinden, is altijd de kracht van Europa geweest en dient de basis voor een gemeenschappelijke identiteit te zijn.

Tzvetan Todorov, Frans historicus van Bulgaarse origine, is honorair onderzoeksleider bij het Centre National de Recherche Scientifique en schreef The New World Disorder (2005) en L’esprit des Lumières (2006)