Plusquam­perfectum

De discussie over stervenshulp bij voltooid leven gaat niet alleen over zelfbeschikkingsrecht. Het wezenlijke vraagstuk: hoe behandelen wij als samenleving onze ouderen?

Hoe zou daar in de Trêveszaal tijdens de ministerraadsvergadering over zijn gepraat, over stervenshulp bij voltooid leven? Je mag toch hopen met emotie, buikpijn, vervuld van twijfel. Dat er op die vrijdag toch in ieder geval één minister is geweest die zich hardop afvroeg hoe dat zou zijn als haar oude vader tegen haar zou zeggen: ik wil dood. Dan vraag je je als dochter toch af of je hebt verzaakt, niet vaak genoeg op bezoek bent geweest. Of zou er alleen maar zijn gepraat over zelfbeschikkingsrecht?

Er is in ieder geval één positief punt aan het voornemen van het kabinet een wet voor te bereiden die hulp bij zelfdoding bij een voltooid leven mogelijk maakt: het onderwerp maakt discussie en debat los. In de media en in huiskamers. Het dwingt tot nadenken. Kenmerkend voor de wereld van de Haagse politiek is echter dat het nee-standpunt van de christelijke partijen, cda, ChristenUnie en sgp, door voorstanders direct wordt weggewoven: argumenten gebaseerd op een geloof tellen blijkbaar niet.

Tekenend is ook de hoon die Lilian Marijnissen, kandidaat-Kamerlid voor de SP, over zich heen kreeg na haar tweet: ‘De ouderenzorg is niet op orde, veel ouderen zijn eenzaam dan wordt levensbeëindiging makkelijker?’ Harde taal, en inderdaad ook politiek ingegeven. Net zoals het voornemen van het kabinet zelf politiek is ingegeven. Om oppositiepartij d66 de pas af te snijden, zodat die niet met een initiatiefwet kan komen. Maar heeft Marijnissen geen recht op een inhoudelijker reactie? De zorg van de samenleving voor ouderen, of ze nu in een verzorgingshuis wonen of nog zelfstandig, laat te wensen over, vinden ook anderen.

Zo zei hoogleraar langdurige zorg en dementie Anne-Mei The in de Volkskrant dat een eventuele wet het echte vraagstuk niet oplost. Dat echte vraagstuk is volgens haar hoe de samenleving ouderen behandelt. ‘We vinden oude mensen – cru gezegd – nutteloos, duur, niet interessant en behandelen ze kinderlijk.’ The hekelde ook de onvermijdelijkheid die rondom deze ‘zelfgekozen’ dood van ouderen kan ontstaan. ‘Er hangt iets in de lucht dat je niet tegen mag zijn. Dat het toch vooral moet kunnen.’ Ze had het over een ‘sterke liberale progressieve wind’.

Psychiater Damiaan Denys noemde het kabinetsplan in Trouw ‘een ongepast uitvloeisel van onze individueel pragmatische en op productie gerichte samenleving’. Hij is er huiverig voor om als psychiater straks te moeten beoordelen of een oudere depressief is of zijn leven als voltooid ziet. Het stempel van de dokter zou dan een vrijbrief voor de dood zijn?

Hoe autonoom is je keuze voor de dood als je je overbodig voelt?

Ook Els van Wijngaarden was in het nieuws met haar promotieonderzoek waarvoor ze 25 ouderen interviewde. Zij kwam tot de conclusie dat deze ouderen zich vooral eenzaam en overbodig voelen, dat ze het er moeilijk mee hebben afhankelijk te worden. Volgens Van Wijngaarden zeggen de verhalen van de ouderen iets over hoe onze samenleving met hen omgaat. Hoe autonoom is je keuze voor de dood als je je overbodig voelt?

Dat lezend vroeg ik me af hoe we als samenleving dan gaan beargumenteren wat het verschil is tussen een zeventienjarige en een 87-jarige die zich overbodig voelt. De een staat nog aan het begin van zijn leven, de ander niet, zal het antwoord zijn. Die laatste heeft, indachtig de woordkeuze van het kabinet, een voltooid leven achter zich. Voltooid verleden tijd is dat leven dus, plusquamperfectum is daarvoor de Latijnse term, wat letterlijk ‘meer dan perfect’ betekent. Dat woord alleen al duwt je richting de uitgang. Maar wat als je leven niet perfect was? Moet je dan nog even volhouden om het te perfectioneren?

De oudere mag in het plan van het kabinet niet zelf bepalen of het leven voltooid is. Daar moeten stervenshulpbegeleiders voor worden opgeleid. Ik sprak een vrouw van 79 jaar die zelf wil kunnen beslissen wanneer ze sterft. Ze is bang voor aftakeling en afhankelijkheid. Op de vraag of ze dan iemand aan haar huiskamertafel wil die beoordeelt of zij echt wel dood wil, zei ze nee. Is dat niet helemaal in lijn met het zelfbeschikkingsrecht waar het hier over gaat?

Nog een vraag. Zouden mensen met een gelovige achtergrond die gesprekken mogen gaan voeren met de ouderen die zeggen dat ze dood willen? Of worden deze sollicitanten tijdens de sollicitatieprocedure al bij voorbaat opzij geschoven omdat ze de mensen bij het leven zullen willen houden?

Wat me ook niet loslaat: stel dat in de wet een leeftijdsgrens komt te staan, van bijvoorbeeld tachtig jaar. Zou een 79-jarige er dan niet voor in aanmerking komen, maar zou zijn leven een jaar later wel ineens voltooid genoeg kunnen zijn? Of andersom. Zou een leeftijdsgrens die recht geeft op de eigen gekozen dood net als bij het recht op aow mee gaan groeien met de levensverwachting? Zodat degenen die in 1954 zijn geboren er op hun tachtigste wél recht op hebben, maar zij die van 1955 zijn nog even moeten afwachten hoe het met hun levensverwachting staat om te weten wanneer zij er recht op krijgen?

De adviescommissie-Schnabel, die de stervenshulp bij een voltooid leven afraadde, wees op de onherroepelijkheid van de dood. Een open deur, maar over die onherroepelijkheid gaat het hier juist. De gebroeders Grimm schreven eens in een van hun sprookjes: ‘Iets beters dan de dood vind je overal.’ Waarom niet beter proberen dat ook voor ouderen waar te maken.