De berichtgeving over de Probo Koala

Poelen vol drab

In 2006 dumpte de Probo Koala scheepsafval in Ivoorkust. Alles wijst erop dat het geen gifschandaal was maar een ‘stankincident’. De Volkskrant en Greenpeace handelden in angst.

Medium probo koala

IN DE ZOMER van 2006 arriveerde de olietanker Probo Koala, na een tussenstop in Amsterdam, in de Ivoriaanse havenstad Abidjan. Daar werd het scheepsafval door een lokaal bedrijf gedumpt op allerlei plekken in de stad. Volgens de media vielen er zeventien doden en tienduizenden gewonden door ‘de extreem giftige stoffen’.
Het is duidelijk dat het afval van de Probo Koala nooit zo gedumpt had mogen worden. Het was een vervuiling van stad en land en water en het gaf een weerzinwekkende stank. Maar wat zat er in het afval en was dit afval de oorzaak van dood en verderf?
NRC Handelsblad van 8 september 2006 heeft het over 'vierhonderd ton afval; het betreft een combinatie van zwavelwaterstof, natronloog en mercaptanen’. De Volkskrant heeft het een dag later over een 'partij van vierhonderd ton, bestaande uit met veel zwavel verontreinigde olieresten, water en verschillende chemicaliën’. Veel precisie zit er nog niet in de omschrijving. Iets met zwavel en dan nog 'verschillende chemicaliën’. Twee dagen later citeert de Volkskrant een onverwachte bron: 'Het gaat volgens Greenpeace om vierhonderd ton vervuilde olie aangevuld met extreem giftige stoffen als zwavelwaterstof.’ Kloppen al deze omschrijvingen? En wat betekent die extreme giftigheid van zwavelwaterstof?
Bij de Volkskrant neemt onderzoeksjournalist Jeroen Trommelen het initiatief. Hij beschouwt zijn krant als de 'portefeuillehouder’ van de kwestie. 'Wij lopen voorop.’ Hij heeft gelijk. Sterker nog, ongeveer alle journalisten en politici lopen achter de voorpagina van de Volkskrant aan - van het Journaal tot de Tweede Kamer, van het ANP tot Nova.
Trommelen zet de toon. Zijn taal is de taal van het gif. Hij noemt de Probo Koala niet een schip of een olietanker, maar een 'gifschip’. De gebeurtenis in Abidjan is een 'giframp’ en het geheel heet een 'gifschandaal’. Het gebruik van het woord 'gifschip’ vindt navolging. In de tijd vóór de Probo Koala kwam het een paar keer per jaar voor, maar in de maand september staat dit woord meer dan driehonderd keer in de Nederlandse kranten. Er is geen ontkomen aan: de Probo Koala ís een gifschip. Zo ontstaat de eerste contour van het nieuws.
De tweede volgt meteen: het bericht, of beter gezegd het gerucht, van de dood van twee meisjes. Trommelen zet weer de toon. 'Eerst moeten ze de stank hebben geroken die duizend keer erger leek dan die van rotte eieren. Daarna sloeg het gas hen op de keel en de ogen; voelden ze een neiging tot flauwvallen, kwam de bloedneus, de ademnood en ten slotte dus de dood.’
We weten niets van deze meisjes. Abidjan is een stad van vier miljoen mensen. Daar sterven dagelijks vele mensen aan malaria, polio, aids, tyfus en nog tien ziekten. En er was toen ook nog een uitbraak van cholera. Maar er is op dat moment geen enkel bewijs dat deze meisjes zijn blootgesteld aan zwavelwaterstof. De journalist citeert geen bron, geen diagnose of autopsierapport, hij heeft enkele symptomen bij elkaar gezet en daar die eerste alinea van gemaakt.
De dramatische woorden in de Volkskrant van 16 september vinden vier dagen later weerklank in het parlement bij monde van Diederik Samsom, in een spoeddebat over 'de giframp in Ivoorkust’. Samsom heeft het over 'een lading giftig afval, waardoor kinderen stierven’ en concludeert: 'Voorzitter, de kwestie-Probo Koala leidde tot dood en verderf.’ Daarmee is de tweede contour getrokken: het gifschip Probo Koala zaait dood en verderf in Ivoorkust.
Wanneer Greenpeace vervolgens een stigma op de romp van het schip kalkt - 'Europa vergiftigt Afrika’ - is het kader van de interpretatie getekend. Het beeld van een giframp met doden en gewonden zal jarenlang heersen.
Deze beeldvorming kon zo sterk worden omdat de elementen ervan zo goed aansluiten bij de sentimenten van de tijdgeest: het schuldgevoel van het rijke Westen tegenover ontwikkelingslanden, het wantrouwen jegens multinationals die winst maken met olie, en de angst voor alles wat chemisch is, want chemie is 'gif’ - de erfenis van de Romantiek, met haar verheerlijking van de natuur en haar afkeer van industrie en techniek, is nog onder ons, met de chemische industrie als het grote kwaad en het chemisch afval als duivelsdrek.
De giframp is niet alleen beschreven, ze is ook rijk geïllustreerd. Wetenschapsredacteur Karel Knip - de enige die zich weet te onttrekken aan de beeldvorming - wijdt daar in zijn artikel 'Spoken in Abidjan’ (NRC Handelsblad, 17 oktober 2009) een fraaie passage aan: 'Er is bijna geen medium geweest dat de verschrikkingen van de giframp niet in bewogen bewoordingen heeft beschreven. En heeft geïllustreerd met schrijnende foto’s van Ivorianen vol zweren en andere huidaandoeningen. De rapportages werden gelardeerd met opnamen van poelen vol dik, teerachtig drab waarin onherkenbare voorwerpen langzaam wegzonken. Ernaast een bord met een doodshoofd erop. Of mannen in witte pakken met gasmaskers.’

WAS HET mogelijk te ontkomen aan deze allesoverheersende beeldvorming? Er zijn direct in het begin drie momenten geweest waarop dat makkelijk had gekund en ook had gemoeten. Het eerste moment is een rapport van experts van de Verenigde Naties van 18 september 2006. Deze experts hebben onderzoek gedaan in Ivoorkust en schrijven dat lokale media met alarmistische uitspraken over risico’s voor de gezondheid veel angst hebben verspreid. In deze sfeer van angst, gecombineerd met een 'gebrek aan objectieve en begrijpelijke informatie’, kan de weerzinwekkende stank in Abidjan 'een valse indruk van giftigheid’ hebben gegeven.
Op 4 oktober besteedt de Volkskrant op de voorpagina aandacht aan het rapport en citeert de bovenstaande zin. Dit moet een verrassend perspectief zijn voor de lezers - 'a false impression of toxicity’ - maar het wordt niet uitgelegd in de krant en de reikwijdte van deze opmerking wordt in het geheel niet begrepen.
De experts hebben het in hun rapport over de mogelijkheid dat de chemicaliën in het afval geen enkel gevaar hebben opgeleverd - 'far below danger levels’ - omdat de betreffende stoffen bij lage concentraties wel enorm stinken maar niet giftig zijn.
Het gegeven van hoge of lage concentraties is belangrijk. Zwavelwaterstof in hoge concentraties kan dodelijk zijn. Maar of het dodelijk is, hangt af van de blootstelling. Het behoort tot de basiskennis van chemie: de giftigheid van een stof hangt af van concentratie én blootstelling. En zonder informatie over blootstelling weet je niets over dood en verderf.
De VN-experts beseffen dat; in het rapport staat letterlijk dat er 'geen informatie beschikbaar is over directe blootstelling’. In de Volkskrant komt dit begrip niet voor. De kop van het artikel luidt: 'VN: afval Probo Koala was dodelijk’. Die kop deugt niet, want het is volgens het VN-rapport niet bewezen dat het afval dodelijk is. Het is onbegrijpelijk dat de wetenschapsredactie, de eindredactie en de hoofdredactie dit artikel naderhand niet hebben gecorrigeerd. Blijkbaar was de beeldvorming over het dodelijke gif al zo ingeslepen dat een ander perspectief tot geen enkele redacteur wist door te dringen.
Het tweede moment is het artikel van Karel Knip in NRC Handelsblad van 3 oktober 2006: 'Abidjan: meer drama dan gif’. Deze kop had alle redacteuren van de Volkskrant aan het denken moeten zetten. In dit vroege stadium beschrijft Knip al een essentieel gegeven dat vermeld staat in een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. De pH, de zuurgraad, van het afval was maar liefst 14. In zo'n omgeving kan zwavelwaterstof niet bestaan.
Zo'n eenvoudig cijfer heeft een grote betekenis. Zwavelwaterstof is H2S. Er zat H (waterstof) in het afval en S (zwavel), maar die twee elementen kunnen pas H2S worden bij pH 7. Maar om van pH 14 naar pH 7 te komen, moet je het afval gigantisch verdunnen. Dat is geen sinecure. Dan heb je een halve Noordzee nodig om het afval terug te brengen tot pH 7. Het betekent dat er geen noemenswaardige hoeveelheid zwavelwaterstof uit het afval kon ontstaan en ontsnappen.
Aan het eind van zijn artikel schrijft Knip: 'De conclusie is bijna onontkoombaar: in de ontreddering van het moment is de dood van een aantal Abidjanen eenvoudigweg toegeschreven aan de ondraaglijke stank, zonder nader bewijs.’
Dit is het geschikte moment voor de Volkskrant om kritisch naar haar eigen berichtgeving te kijken, maar het artikel van Knip krijgt geen enkele serieuze aandacht. Integendeel, Jeroen Trommelen heeft iets heel anders in petto voor Knip: hoon is zijn deel. 'Hij heeft een rapportje bekeken.’ 'Hij heeft een paar mensen gebeld.’ 'Hij is een schrijftafel-ingenieur.’
Er komt nog een derde moment. Dat is het televisieprogramma De leugen regeert op 6 oktober 2006, featuring Jeroen Trommelen en Karel Knip, met als inzet de vraag: welke krant heeft gelijk, de Volkskrant of NRC Handelsblad? Het gebeurt niet dagelijks dat deze twee kranten lijnrecht tegenover elkaar staan in een debat op de televisie. En daar zegt Knip doodgemoedereerd: 'De Volkskrant heeft het VN-rapport volkomen verkeerd geciteerd.’
Nog jaren later zal Trommelen - niet gehinderd door enig benul van chemie - schrijven dat 'de dodelijke giftigheid van H2S een objectief feit is; sla de handboeken er op na.’ Dit gebrek aan elementaire kennis van chemie toont zich op groteske wijze wanneer de Volkskrant stelt dat er '2600 liter van de zeer giftige zwavelwaterstof’ in het afval zat en vervolgens het angstaanjagende beeld presenteert van de vergiftiging van Londen: 'Als dit afval in het centrum van Londen zou zijn gedumpt, zou het effect hebben gehad op miljoenen mensen.’
Er zat geen '2600 liter van de zeer giftige zwavelwaterstof’ in het afval, maar de Volkskrant zoekt het niet uit. En welk effect zou het hebben gehad? De Volkskrant omschrijft het niet. De vaagheid vergroot de dreiging. De suggestie is dat de ramp gigantisch zou zijn.
De Volkskrant is een handelaar in angst.

WAT DOET Greenpeace? Greenpeace begint met 'Europa vergiftigt Afrika’. Het actieschip Arctic Sunrise, dat de Probo Koala blokkeert in de haven van Paldiski in Estland, heeft een spandoek met de tekst: 'Toxic Trade Kills’.
Het 'gifschip’ komt voor Greenpeace als geroepen, want dit 'gifschandaal’ past precies bij een van haar campagnepijlers van 2006: giftige stoffen. Haar eerste persbericht van 25 september - de milieuorganisatie verstuurt vele persberichten - spreekt van 'gifschip’, 'extreem giftig afval’, 'giftige dampen’, 'giftige lading’, 'gif’, 'gifdrama’, 'dumpen van gif’, 'giftige stoffen’ en weer 'gifschip’ - in het bestek van een paar alinea’s. Bij het Openbaar Ministerie doet Greenpeace aangifte tegen onder andere Trafigura.
Een medewerker van Greenpeace vertelt later over de werkwijze: 'Een campagne bij ons is de vorm waarin je het werk organiseert. Je zorgt dat alles in dezelfde richting staat, zodat je keihard naar een concreet ding kunt streven, bijvoorbeeld die ene term erdoor krijgen (…) om zulke misdrijven, als het giftig afval in Ivoorkust, aan het licht te brengen.’
Het persbericht werkt:
Trouw: 'Greenpeace houdt gifschip tegen in haven van Estland’;
nrc.next: 'Greenpeace blokkeert gifschip Probo Koala’;
NRC Handelsblad: 'Greenpeace voert actie tegen gifschip’;
Het Financieele Dagblad: 'Aangifte tegen gifschip’;
De Telegraaf: 'Greenpeace doet aangifte om gifschip te stoppen’.
Nadat Jeroen Trommelen Greenpeace heeft benaderd voor informatie en samenwerking, trekken de Volkskrant en Greenpeace gezamenlijk op. Maar wanneer Karel Knip een artikel in NRC Handelsblad schrijft, volgt er een ingezonden brief van de 'campagneleider giftige stoffen’ van Greenpeace. Wat schrijft de 'campagneleider giftige stoffen’ in haar eerste brief? Twaalf maal 'gif’ & 'giframp’ et cetera.
Wanneer Knip deze brief beantwoordt met een naschrift blijft het stil aan de overkant. Knip schrijft: 'De essentie van mijn artikel was dat tot op heden niemand heeft aangetoond dat ook maar één inwoner van Abidjan blijvende gezondheidsschade heeft opgelopen bij het stankincident van augustus 2006. Laat staan dat daar doden bij zijn gevallen. Nooit is bewezen dat de in beeld gebrachte huidaandoeningen iets te maken hebben met de Probo Koala.’
Er is één woord in deze drie zinnen dat speciaal opvalt: stankincident. Een stankincident. Nadat we helemaal murw zijn gebeukt door de giframp geeft dit woord ineens een vreemd gevoel van opluchting. Stankincident - zo heeft niemand de gebeurtenis in Abidjan nog beschreven.
De campagneleider brengt in haar brief ook de schikking voor het High Court in Londen tussen Trafigura en een Britse advocaat namens dertigduizend Ivorianen ter sprake. 'Een schikking is geen waarheidsvinding.’ Ze betreurt het dat Trafigura door deze schikking niet echt voor de rechter komt.
We letten er niet op dat de campagneleider de bijzondere betekenis van de schikking in Londen - op basis van onderzoek van twintig onafhankelijke deskundigen - terzijde schuift en de verklaring van de rechter negeert, we concentreren ons op de uitspraak van de campagneleider: een schikking is geen waarheidsvinding.
Waarom heeft Trafigura trouwens een schikking getroffen in Engeland? Daarvoor zijn denk ik verschillende redenen, maar deze is de belangrijkste: de twintig deskundigen hebben weliswaar vastgesteld dat het afval geen dodelijk of ernstig letsel kon veroorzaken, maar ze hebben ook vastgesteld dat je er wel grieperig en benauwd van kon worden. Trafigura was blijkbaar niet in staat om de grieperigheid te weerleggen en heeft daarom de conclusie van de deskundigen aanvaard.
Dan komt de volgende rechtszaak. In Amsterdam staat Trafigura wel tot het eind voor de rechter. Deze zaak handelt niet over de gebeurtenissen in Abidjan maar over die in Amsterdam. En er komt een oordeel. De rechtbank acht Trafigura schuldig aan de uitvoer van verontreinigde afvalstoffen van Europa naar een ontwikkelingsland en veroordeelt haar tot een geldboete van één miljoen euro. Trafigura en het Openbaar Ministerie tekenen allebei hoger beroep aan. Dat dient 14 november aanstaande.
Maar waarom negeert Greenpeace de conclusie van de getuige-deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut: 'Er zat geen zwavelwaterstof in het afval.’ Zijn conclusie betreft de ware aard van het afval. Is dat ook geen waarheidsvinding? En waarom negeert Greenpeace de uitspraken van de rechtbank? De rechtbank heeft het in het vonnis over een verregaande stankoverlast en een ernstige verontreiniging van het milieu in Abidjan, maar uit forse kritiek op de media, 'omdat er werd gesproken van doden en gewonden als gevolg van de dumping van giftig afval’. Zij noemt dat 'onjuiste en ongenuanceerde berichtgeving’. Deze woorden kan Greenpeace zich ook aanrekenen. Het blijft echter muisstil aan de overkant. En alsof er niets is gebeurd, komt Greenpeace de volgende dag weer met haar mantra: giftige stoffen.
Maar zodra Greenpeace het woord gif laat vallen, weten we waar we aan toe zijn. Ze heeft systematisch de gevaren van gif overdreven en gedramatiseerd. Ze heeft van gif een spookwoord gemaakt. Europa vergiftigt Afrika.
Greenpeace is een handelaar in angst.

ZO ZIJN we dus in de val gelopen. Door de Volkskrant en Greenpeace. De taal van het gif. De handel in angst. En de hele goegemeente is meegegaan in die beeldvorming van dood en verderf, van die schrijnende foto’s van Ivorianen vol zweren, van die poelen vol drab - van de verschrikkingen van de giframp.
Laat ik een voorbeeld noemen uit de goegemeente: Saskia Dekkers, correspondent van het Journaal en Nova in Parijs. Ze kreeg het verzoek om de zaak van de Probo Koala te volgen 'omdat ik Frans spreek’. Vanaf het begin maakte ze vele berichten en reportages voor radio en televisie en reisde vijf keer naar Ivoorkust. Ze bouwde zoveel expertise op dat ze zelfs naar Amsterdam kwam om de start van de rechtszaak te verslaan.
In een interview in de VPRO Gids van 3 september 2010 blikt ze terug op de zaak: 'Ik heb vanaf het begin geweten dat het goed mis was. Wij waren er direct nadat het gif er was gedumpt, wij zijn er toen zelf ook ziek van geworden, terwijl we maar heel kort de dampen hebben ingeademd. Een Nederlandse specialist die daar in een wit pak rondliep was ook ontzettend geschrokken. Toen wist ik: hier moet meer achter zitten. Om de mensen te helpen heb ik afval meegesmokkeld naar Parijs om te laten onderzoeken, waarna Britse advocaten deze gegevens hebben gebruikt tijdens hun zaak tegen Trafigura.’
Het is een heel speciaal voorbeeld van participerende journalistiek. En het is jammer dat Saskia Dekkers geen nader verslag heeft gedaan van deze smokkelarij, want er blijven enkele vragen in de lucht hangen die niet door de VPRO worden gesteld. Was het niet gevaarlijk om dit gif naar Parijs te smokkelen? Had ze het gif in haar handtas? Werden de passagiers in het vliegtuig niet misselijk van de dampen? Of zat het gif in haar koffer? Ging niet alle bagage verschrikkelijk stinken en raakten de bagagistes op vliegveld Charles de Gaulle niet in paniek? En wat was het resultaat van het onderzoek van het gif? Waarom heeft ze het resultaat niet bekendgemaakt in het Journaal of Nova, maar aan de Britse advocaten gegeven? Is het de taak van de journalist om de advocaten van een van de twee partijen te informeren en om haar kijkers niet te informeren? En als de Britse advocaten deze gegevens hebben gebruikt tijdens hun rechtszaak tegen Trafigura, zoals zij zegt, waarom horen we dan niets van haar over de afloop?
Op het moment van het interview in de VPRO Gids is de zaak in Londen al bijna een jaar afgelopen. Twintig deskundigen, van wie tien door deze Britse advocaten zijn ingeschakeld, verklaren op basis van de monsters van het Nederlands Forensisch Instituut dat het scheepsafval geen dodelijk of ander ernstig letsel heeft kunnen veroorzaken - hooguit wat kortstondige, griepachtige symptomen. Hoe is het mogelijk dat een ervaren journalist van het Journaal en Nova nog in september 2010 zo'n kolderiek verhaal vertelt?
Op 20 maart 2010 blogt Jeroen Trommelen: 'Goed samengewerkt met Saskia Dekkers van Nova. Compleet inzicht gekregen van Greenpeace in alle documenten. Ook deze keer blijkt journalistieke samenwerking van vitaal belang: het dossier is omvangrijk en kent veel valkuilen.’


Dit is een voorpublicatie van Het gifschip: Verslag van een journalistiek schandaal (hoofdstuk 9: 'De Volkskrant is een handelaar in angst’ en hoofdstuk 10: 'Greenpeace ook’)

Jaffe Vink, Het gifschip: Verslag van een journalistiek schandaal. Prometheus, 112 blz., € 12,50