De Oekraïense president Volodimir Zelenski geschilderd door kunstenaar Karl Read in Bristol, Engeland, 28 mei © Finnbarr Webster / Getty Images

Ivan Krastev moest zichzelf noodgedwongen herhalen. Acht jaar geleden schreef hij na de inval van de Krim dat we ‘leefden in Poetins wereld’, een wereld waarin het initiatief voor verandering van de Russische president kwam en het Westen slechts lijdzaam toezag. Drie dagen na de inval in Oekraïne schreef hij nagenoeg exact hetzelfde in The New York Times. Maar deze keer luisterde de wereld wel. Waarom nu pas? En wat betekent het eigenlijk om in de wereld van Poetin te leven? De Bulgaarse politicoloog is een onheilsprofeet, of beter gezegd: een onheilsduider. Geef Krastev een crisis en hij geeft je een boek. Toen de vluchtelingencrisis Europa verscheurde, schreef hij Na Europa (2017). Toen daar een liberalismecrisis op volgde, met onder meer de Brexit, Donald Trump en mannen als Viktor Orbán als hoofdrolspelers, schreef hij Falend licht (2019). En tegen het einde van de eerste coronagolf lag zijn boek Morgen komt geen dag te laat (2020) al op de planken. Daarin vroeg hij zich af waarom de mensheid verwoestende pandemieën vergeet, maar oorlogen onthoudt. Zijn antwoord? Net als bij de Spaanse griep die volgde op de Eerste Wereldoorlog maar dodelijker was, ontbrak het aan een narratief, aan helden en aan betekenis. ‘De oorlog waar wij nu mee geconfronteerd worden heeft al die elementen wel.’

Corona toonde slechts wie wij zijn, zegt Krastev. De oorlog in Oekraïne toont ons hoe wij veranderen. ‘Dit is absoluut een turning point.’ Voor we het over dat kantelende denken kunnen hebben wil hij eerst een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen. ‘Mensen geloven dat wanneer je een grote crisis hebt, je plotseling de toekomst anders begint te zien. Maar een crisis geeft je geen toekomst, de crisis dwingt je om het recente verleden te heroverwegen. Een omslag in denken markeert niet hoe we naar de toekomst kijken, maar hoe we naar het verleden kijken’, zegt hij, gezeten in de bibliotheek van het Institut für die Wissenschaften vom Menschen in Wenen, een prestigieuze denktank waar ook historicus Timothy Snyder en filosoof Charles Taylor kantoortjes hebben.

De wereld na Oekraïne

De invloed van de Russische inval in Oekraïne strekt veel verder dan de regio. Opeens vormt het Westen weer een blok tegenover het Oosten. De oorlog heeft de EU nu al tot daadkracht aangezet, heeft de Navo weer relevant gemaakt en zorgt er ook voor dat de wereldwijde voedselvoorziening opnieuw hoog op de agenda staat. De komende weken interviewt De Groene wetenschappers en denkers over de geopolitieke toekomst.

Europa ís op tal van terreinen anders naar haar recente verleden gaan kijken. ‘Kijk naar de grootste drie crises die het continent de afgelopen vijftien jaar opschudden en we handelen al fundamenteel anders’, zegt Krastev. Hij somt op: de financiële crisis, de migratiecrisis en een vijandig Rusland dat op meerdere momenten en plekken landen aanviel. ‘Na de financiële crisis was de consensus in Europa dat we fiscaal-conservatief moesten zijn, nu pompen we gigantische hoeveelheden geld in de economie en delen we schulden. Tijdens de vluchtelingencrisis ging het eindeloos over de onwil van Oost-Europa om vluchtelingen op te vangen, nu wonen er drie miljoen Oekraïners in Polen. En waar die ook stranden in Europa: ze mogen werken, krijgen geld en huizen, op een manier die eerder niet zichtbaar was. En toen Rusland de Krim acht jaar geleden binnenviel was onze hoogste prioriteit dat het conflict zou stoppen. Nu vinden we zomaar een wapenstilstand niet genoeg en willen we gerechtigheid zien voor Oekraïne.’

Waarom handelen we nu anders dan tijdens de inname van de Krim?

‘Je kunt nooit voorspellen hoe een natie zich gedraagt in een moment van existentiële dreiging. Niet alleen Poetin maar ook Europa is verrast door het patriottistische sentiment dat is losgekomen, maar ook wat dat onder Europeanen heeft losgemaakt, hoe sterk we ons identificeren met Oekraïne.

Om terechte redenen is het Westen bekritiseerd om het uitblijven van een reactie toen de Krim werd binnengevallen, ik heb daar ook aan meegedaan. Maar volgens mij is de les hier dat niemand voor je zal vechten als je zelf niet bereid bent om te vechten. Volgens mij verklaart het ook waarom Oekraïense vluchtelingen, vrouwen en kinderen, zo worden ontvangen in Europa. Zij worden niet simpelweg gezien als arme mensen die vluchten voor oorlog, niet per se als slachtoffers, maar als leden van een heroïsche samenleving. De vrouwen die hier worden ontvangen zijn de vrouwen van mannen die ook onze helden zijn.’

Het is hier waar Krastev de grootste omwenteling in het denken ziet. ‘De allerdiepste wezenlijke verandering is dat de Europese Droom wordt bijgesteld. Die draaide altijd om “normaliteit”, om samenlevingen die post-heroïsch waren en het zonder helden of grote symboliek moesten doen. Alleen al het verlangen daarnaar werd met wantrouwen begroet. Nu is daar plots de Oekraïense president Zelenski als een klassieke nationalistische held wiens meest iconische woorden zijn: ik heb geen evacuatie nodig, ik heb wapens nodig.’

Drie jaar geleden sprak ik ook met Krastev. Hij zat op dezelfde stoel in dezelfde bibliotheek, gelegen aan dezelfde splitsing van de Donau in Wenen. Tijdens dat gesprek in 2019 stonden we aan de vooravond van de Europese verkiezingen. Hij had een waarschuwing waarvan hij vermoedde dat West-Europeanen die waarschijnlijk lastig zouden begrijpen: liberalen moesten hun weerzin ten aanzien van nationalisme herzien. Het was een vergissing dat zij nationalisme a priori zagen als een bedreiging. Wie zelf geen helden definieert, laat ruimte aan populisten en etnisch-nationalisten om daar invulling aan te geven, legde hij uit. ‘Er is een terechte afkeer van nationalisme, maar dat is niet de enige ervaring die er bestaat. In ons deel van Europa was nationalisme een bondgenoot van de liberalen’, zei hij toen. ‘Hier was het een progressieve en bevrijdende kracht. Dat kan het opnieuw zijn.’

In de trein van Amsterdam naar Wenen passeerde ik steden waar overal Oekraïense vlaggen wapperden. Niet alleen bij instituten, maar aan de balkons van burgers. Is dit wat u bedoelde?

‘Absoluut! Europa heeft altijd de wereld voor zich gezien, maar nooit zichzelf. Europese vlaggen reisden grenzen over en kon je zien op pleinen tijdens de Oranjerevolutie in Oekraïne, tijdens de protesten in Georgië of tijdens de Maidan-protesten. Het is een gigantische verandering dat vlaggen nu in omgekeerde richting reizen. De vorm van nationalisme die Zelenski uitdraagt is het soort liberaal-nationalisme dat bijna elk Europees land kent uit de negentiende eeuw, maar dat we zelf allang vergeten waren.’

‘Voor radicaal-rechts wordt het moeilijker zich met Poetin te engageren’

In uw eerste reactie op de inval van Oekraïne citeerde u de Duitse dichter en essayist Hans Magnus Enzensberger, die na het einde van de Koude Oorlog voorspelde dat er een eeuw zou volgen van woede, chaos en geweld. ‘Geweld zou zich bevrijden van ideologie.’ Wat is nu de aanjager van geweld?

‘Identiteit. Elke oorlog is per definitie een burgeroorlog geworden en daar doen alle spelers aan mee, ook het Westen. Tijdens de Koude Oorlog eigende het Westen zich de klassieke Russische cultuur toe door al het verzet dat daarin schuilde tegenover het communisme uit te lichten. Poesjkin was een van onze bondgenoten. De Russische cultuur werd zo een wapen tégen de Sovjet-Unie. Maar vandaag de dag, zeker in de context van de Oekraïne-oorlog, wordt diezelfde cultuur automatisch beschouwd als een bondgenoot van het Russische imperialisme.’

Hij verwijst naar de gretigheid waarmee Russische muziek wordt ‘gecanceld’ en musea vriendschappen verbraken. Of naar de waarschuwingen die opstegen vanuit Kiev richting het Westen om Russische cultuur te weren. ‘Dit is de logica van identiteitsstrijd, niet de logica van ideologische oorlogen. In ideologische oorlogen heb je evil regimes, maar geen evil naties.’

Hoe zien we dat nu?

‘Lees alle statements van de afgelopen maanden en je staat versteld van hoe vaak metaforen opduiken met spiegels erin. President Poetin herhaalt constant dat wat hij doet niet meer is dan het voorhouden van een spiegel aan het Westen. Je ziet ook hoe de taal van identiteitspolitiek een sprong maakt naar de internationale politiek, dan vergelijkt Poetin het “cancelen van Rusland” met de manier waarop J.K. Rowling wordt gecanceld. Het is saai, maar het zegt iets over het belang van identiteit en symboliek. Of neem de Finse president die net nog zei, toen hij toetreding zocht tot de Navo, dat als de Russische president wilde weten waarom hij dat deed, hij alleen maar even in de spiegel hoefde te kijken. Wat is een spiegel? Een constante herinnering aan wie je bent of, als je de ander ermee confronteert, aan wie de vijand is.’

Om uit te leggen hoe identiteitspolitiek is geglobaliseerd, wijst hij op een socialistische poster uit 1848 die in Franse straten werd opgehangen, vlak nadat het algemeen kiesrecht voor mannen werd ingevoerd. Op het affiche staat een arbeider met in zijn ene hand een stembiljet en in de andere een geweer. ‘Het stembiljet was voor de binnenlandse klassenvijand en het geweer voor de buitenlandse vijand’, zegt Krastev lachend. ‘Als ik vandaag kijk naar westerse samenlevingen, en vooral een land als de VS, heb ik steeds vaker het gevoel dat de echte vijand niet langer de externe vijand is, zoals China of Rusland, maar zich binnen de landsgrenzen bevindt en dat de identitaire bondgenoot zich in het buitenland kan bevinden. Als dat waar is, heb je een sfeer van burgeroorlog.’

Ivan Krastev © Dieter Telemans / ANP

Een verklaring voor die vreemde wereld waar ideologie is verruild voor identiteit ligt volgens Krastev besloten in opnieuw een overwinning van de liberaal: het almachtige ik. Individualisme. ‘We leven in de tijd waarin het uiten van je eigen uniekheid dé manier is om aanwezig te zijn in de wereld. Door iedereen te vertellen wie je bent, maar niet alleen dat, door ook te eisen dat anderen jouw eigen zelfbeeld op een haast exacte manier herkennen en erkennen. Je wil niet alleen laten zien wie je bent, maar ook dat anderen precies deze versie van jou onderschrijven.’

Dat levert – typisch Krastev – een fascinerende paradox op. De liberale verworvenheid van het individualisme zit het liberalisme zelf nu in de weg. ‘Liberalisme is historisch gezien juist een reactie geweest op de religieuze oorlogen die Europa verdeelden. Waar gaan we het wel over hebben en waarover niet? Het liberalisme was een manier om religie juist buiten dat debat te houden omdat het te veel ging over identiteit. Nu zie je dat er een angst in westerse samenlevingen is geslopen dat er te weinig gedeelde waarden zijn.’

In de behoefte daarin is volgens Krastev een ‘mate van morele assertiviteit’ geslopen die het sluiten van compromissen moeilijk maakt. ‘Compromis is zelfs een vies woord geworden. Dat dat niet meer mogelijk is zegt iets over de gevoeligheid van deze tijd, vooral van jongere generaties.’ De politicoloog verwijst naar zijn intellectuele held Isaiah Berlin, op wie hij vaak terugvalt. ‘Hij heeft de tragiek van het liberalisme gedefinieerd door te stellen dat we zelden kiezen tussen goed en kwaad. We kiezen juist constant tussen botsende waarden en besluiten voortdurend welk ideaal we opofferen om het andere te bereiken. Vandaag de dag leven we in een wereld waarin elk dilemma wordt voorgesteld als een absolute keuze. Er is geen tolerantie voor ambiguïteit als het gaat om moraal of de drijfveren van mensen.’

Hoe kan een continent dat bang is voor de eigen geschiedenis én bestuurd wordt door liberalen die wars zijn van nationalisme zich bewegen door die nieuwe wereld?

‘Ik begrijp het ongeduld van Oost-Europeanen jegens Duitsland’

‘De kracht en de zwakte van het liberalisme was altijd dat het die morele ambiguïteit begreep en accepteerde. Het Europese liberalisme is sterk geworteld in de psychologische roman; het type boek waarbij je op pagina vijftig verliefd wordt op de hoofdpersoon en hem verafschuwt op pagina 150. Maar kijk naar de literatuur vandaag de dag en je ziet de grote verandering. Om een verhaal geloofwaardig te laten zijn vinden lezers het belangrijk dat het de authentieke ervaring van de schrijver weergeeft. Mensen kunnen ontsteld raken als iemand besluit om het verhaal van een ander te vertellen omdat zij geloven dat je iemand die je zelf niet bent nooit kunt begrijpen. Dat is een aanval op de universele overtuiging van de liberaal dat je als mens altijd pogingen moet ondernemen om de ander te begrijpen.’

Krastev deelt de idealen van de liberaal, maar bezit het realisme van de conservatief: de cultuur en de mensen vormen de politiek. En de weerzin die hij in de cultuur ziet om de ander te begrijpen is inmiddels de politiek in geslopen. ‘Er is nauwelijks geduld of interesse om je in de schoenen van de ander te verplaatsen. Wie dat wel doet, laadt de verdenking op zich dat hij “het wil rechtvaardigen”.’ Hij verwijst naar de recente weigering van Kiev om de Duitse president Steinmeier te ontvangen. Naar verluidt omdat Duitsland altijd een behoedzame strategie van appeasement koos richting Rusland. ‘Dit is precies zo’n exces van moralistische politiek en het is verkeerd. Duitsland heeft uit strategische overwegingen andere keuzes gemaakt en die zijn zeker niet altijd goed geweest, maar het land ondergaat op dit moment ook de allergrootste transformatie. Als je dat niet wil begrijpen en zegt: wat ik zie is moreel verschrikkelijk en ik ben er niet in geïnteresseerd om te begrijpen waarom een land de keuzes maakt die het maakt, dan wordt de wereld een heel gevaarlijke plek.’

Hoe ziet u dat nog gevaarlijker worden dan?

‘De komende jaren zullen worden gekenmerkt door ongelooflijk ingewikkelde dilemma’s die een constante uitruil van waarden zullen vereisen, bijvoorbeeld rond klimaatverandering. De toenemende polarisatie tussen grootmachten kan vergaande samenwerking rond de grootste gezamenlijke opgave in de weg gaan zitten. Wat is er dan belangrijker, wat wordt het offer? Liberalen zullen in deze eeuw gedwongen worden om een wereld te omarmen waarin het barst van de leiders die niet noodzakelijkerwijs hun ideeën delen. Kiezen we voor het accepteren van die morele ambiguïteit of volharden we in het eigen morele gelijk en polariseren we verder?’

Die vraag heeft Krastev samen met de Amerikaanse politicoloog Stephen Holmes al eens beantwoord in hun boek Falend licht, ze sloten er zelfs mee af. ‘We kunnen er eindeloos over treuren dat de wereldwijd dominante liberale orde niet meer bestaat, of we kunnen er verheugd over zijn dat we teruggaan naar een wereld van elkaar voortdurend verdringende politieke alternatieven’, schreven ze. ‘Wij kiezen ervoor om verheugd te zijn in plaats van te treuren.’

In dat boek barstte het eveneens van de spiegels. Een metafoor die het beste werkt wanneer de giftige relatie tussen Oost- en West-Europa wordt verklaard vanuit een psychologisch onevenwicht. Dat zit zo: de landen die tijdens ‘de dertigjarige vrede’ – zo noemt Krastev de periode tussen 1989 en nu – bij de Europese Unie kwamen, deden er lange tijd alles aan om op het Westen te gaan lijken. Voor de geïmiteerde leidde dat tot zelfgenoegzaamheid en arrogantie. Voor de imitator, Oost-Europa, was het een garantie voor ressentiment: in het nadoen van iemand anders ligt altijd een vorm van zelfhaat besloten. Kijken in een spiegel maar iemand anders willen zien, is voor niemand gezond.

Het vormde, zo beargumenteerden Krastev en Holmes, de voedingsbodem waarop populisten en rechts-conservatieven in Hongarije en Polen konden gedijen. Zij durfden het aan om hun burgers te bevrijden van de zelfhaat: wij zijn niet minder en luisteren niet meer blind naar ‘Brussel’ of ‘Berlijn’. Ons conservatisme is geen tweederangs ideologie maar juist een ideologisch vlaggenschip.

De internationale alliantie van rechts-conservatieven is volledig uit elkaar gespeeld door de oorlog. Polen en Hongarije verhielden zich altijd al anders tot Poetin, maar kiezen nu ook andere wegen. Ook de rechts-conservatieven in het Westen zijn in verwarring.

‘Poetin heeft hen verloren, ongeacht hoe het zich verder ontwikkelt. Radicaal-rechts heeft een fascinatie voor de sterke leider, maar dat betekent ook dat ze alleen maar van hem houden als hij sterk is. Niemand wordt verliefd op een zwakke dictator. Wat Poetin nu overkomt is wat Mussolini overkwam in 1943. De hele aantrekkingskracht is weg. Ook omdat het grote idee van soevereiniteit dat radicaal-rechts in met name Europa aanhing niet meer geloofwaardig is. Wie zich daar echt om bekommerde kan niet anders dan nu Oekraïne steunen. Hun belangrijkste ideologische wapenfeit is het andere kamp in geschoven.

Radicaal-rechts zal altijd nieuwe allianties aangaan en netwerken oprichten, maar ik geloof dat het zonder Rusland zal zijn. Die relatie is echt over en ik zie geen kansen voor een nieuw huwelijk. Poetin zal in de komende jaren uit machtsbehoud een grote toekomst moeten schetsen waarin hij Europa de rug toekeert. Daarmee isoleert hij zich van het Westen en zal zijn blik meer op China zijn gericht. Voor radicaal-rechts, dat enorm gefixeerd is op het Westen en de grote Europese cultuur, wordt het alleen maar moeilijker om zich met hem te engageren.’

Jullie schreven in Falend licht dat het tijdperk van imitatie voorbij was. Zijn we nu getuige van een volgende stap in de relatie tussen West en Oost? Polen is niet meer het rancuneuze jongetje in de klas, maar plots het slimste jongetje dat gelijk bleek te hebben over Russische agressie. Moet het Westen nu niet het Oosten imiteren?

‘Dat gebeurt al. Als je vandaag aan Europeanen vraagt wat de meest Europese natie is, dan zullen ze allemaal naar Oekraïne wijzen. De Polen en de Balten hoor je al zeggen: jullie Duitsers en Fransen waren de morele autoriteit in deze unie maar hebben ons in de problemen gebracht waar we nu in zitten. Een deel van die kritiek is terecht, maar was ook onoverkomelijk. De winnaars van gisteren worden in een nieuw tijdsgewricht altijd het meest bedreigd in hun positie. En een land als Duitsland is nu eenmaal enorm goed geïntegreerd in de wereld van gisteren.’

West-Europa heeft na de Koude Oorlog zijn eigen successen geüniversaliseerd en moet nu vaststellen dat het niet altijd en overal zo werkt, zegt Krastev. Niemand gelooft meer dat wederzijdse economische afhankelijkheid automatisch tot vrede leidt of dat militaire macht onbelangrijk is. ‘Politici worden nu eenmaal veel vaker slachtoffer van hun eigen successen dan van hun mislukkingen’, grijnst Krastev. ‘Ik begrijp het enorme ongeduld van Oost-Europeanen jegens Duitsland. Ik heb het zelf altijd onprettig gevonden om de les gelezen te worden door Duitsers, maar wij moeten er nu juist voor waken dat we gaan terug moraliseren.’