De aarzelende president van Rusland

Poetins democratische autocratie

Vladimir Poetin trekt in het Westen vooral aandacht door zijn halsstarrigheid in de kwestie Tsjetsjenië en berichten als zou hij de persvrijheid om zeep helpen. Gesprekken met zijn adviseurs tonen een aarzelende president die angstvallig zijn populariteit bewaakt.

Wat wil Vladimir Poetin? Protesten tegen de beknotting van NTV, «Ruslands laatste onafhankelijke televisiezender», haalden niets uit. Tegelijkertijd waren er signalen — in zijn jaarlijkse boodschap aan het parlement, in gesprekken met de EU in Stockholm en met bondskanselier Schröder in Sint-Petersburg — dat de Russische president veel sterker dan voorheen een pro-Europese politiek voert. Waar is de Russische president op uit?

Zegslieden die in de nabije omgeving van Poetin werken, schromen niet hun baas «incompetent» te noemen. Ze doelen daarmee op het feit dat hij een bliksemcarrière heeft gemaakt zonder over grondige ervaring met politiek bestuur te beschikken. Vladimir Poetin is in 1999 zo snel «omhoog gevallen» dat hij geen gelegenheid had bestuurservaring op te doen. Hij is gevormd als KGB'er, en officieren van de geheime dienst zijn erin getraind informatie te verzamelen. Die informatie geven zij door aan bovengeschikten, die zonodig de besluiten nemen. Persoonlijke ervaring in het nemen van zware politieke besluiten had hij op 1 januari 2000, toen hij het ambt overnam, niet of nauwelijks.

Bijna anderhalf jaar later vindt de Russische president het nog steeds moeilijk te beslissen. Hoge functionarissen uit zijn beleidsapparaat typeren zijn werkwijze door te zeggen dat hij breed informatie inwint, maar lang aarzelt wanneer hij wordt geconfronteerd met tegenstrijdige beleidsadviezen van verschillende instanties. Vaak schuift hij het besluit voor zich uit, soms kiest hij een middenweg.

Maar in twee kwesties is geen aarzeling mogelijk, hier staat Poetins besluit vast: Tsje tsjenië en zijn eigen herverkiezing in 2004. Tsjetsjenië is voor hem persoonlijk «een sterk emotioneel geladen kwestie» en hij is vast besloten zelf het verdere beleid uit te stippelen. Het bereiken van een oplossing ziet hij als «een erezaak». Maar helaas, een onderhandelingspartner is niet beschikbaar en het kan decennia duren voor een duurzame oplossing in zicht komt. In hoge kringen in en rond het Kremlin relativeert men de huidige situatie in Tsjetsjenië door te wijzen op Noord-Ierland en Baskenland: daar is het niet veel anders. Men rekent in Moskou op langdurige en bloedige schermutselingen.

Afgaand op uitspraken van zijn naaste medewerkers heeft Poetin op het ogenblik geen ambities voor meer dan acht jaar presidentschap. Maar, zo zeggen zij, hij is vastbesloten dat een eventuele serieuze tegenkandidaat niet de gelegenheid mag krijgen zich in 2002-2003 met behulp van de televisie te profileren om vervolgens in 2004 campagne tegen hem te voeren. President Poetin laat zich zeer sterk beïnvloeden door kijkcijfers en zijn populariteitsscore. Aan het Oude Plein, waar het presidentiële bestuursapparaat zetelt, constateert men dat deze fixatie een degelijke beleids vorming niet ten goede komt.

Nu al is alles erop gericht te waarborgen dat zijn populariteit aan de vooravond van de verkiezingen groot genoeg zal zijn om reguliere herverkiezing te garanderen. Daarom wordt NTV aan banden gelegd. Overigens beweren zegslieden dat het sterk overdreven is hieruit te concluderen dat het einde van de persvrijheid in Rusland is bereikt. De voormalige redactie van NTV had geen alleenrecht op het vrije woord. Poetin heeft geen probleem met pluraliteit in de gedrukte media en op de radio. Die hebben veel minder invloed dan de tv en blijven daarom gewaarborgd.

Men geeft in het Kremlin ronduit toe dat Poetins regime niet democratisch is, maar autoritair. Maar dat is beter, zegt men, dan de chaos van de periode-Jeltsin of het totalitarisme van daarvoor. De centrale doelstelling is op het ogenblik de verticale gezagslijnen te herstellen, de democratie te «reguleren», om aldus een autoritair bewind te consolideren dat Poetins «democratische» herverkiezing garandeert. Er heerst een sterke overtuiging dat democratie eigenlijk overal en altijd wordt gemanipuleerd door achterliggende krachten en niet meer is dan een fraaie façade voor de strijd tussen rivaliserende economische belangen.

In Ruslands nabuurstaten in Oost-Europa wordt Poetin bovenal gezien als pragmaticus. De zakelijke belangen van Rusland staan voor hem centraal. Hij heeft afgerekend met Jeltsins onvoorspelbare en onzakelijke diplomatie en met het rondstrooien van subsidies aan zwakke regimes.

Zegslieden in het centrum van Moskou bevestigen dit. Over de vraag waarin Poetins buitenlandse politiek verschilt van die van Jeltsin hoeven zij niet lang na te denken. Poetin is zakelijk, hij weet wat hij doet. Hij laat zich leiden door een streven naar het herstel van de balans interesov (belangenevenwicht): tegenover de subsidies aan Wit-Rusland of Oekraïne die Jeltsin kwistig rondstrooide, moeten nu concrete wederdiensten staan. Voor niets gaat de zon op, en gedurende het afgelopen jaar is de Russische greep op de economieën net buiten Ruslands westgrens behoorlijk verstevigd. Tekenend was de geschokte reactie vorig jaar in Minsk, toen Poetin op weg naar de Britse Queen een korte tussenlanding maakte. De Wit-Russische president Loekasjenko kreeg van hem niet de slavische pakkerd-met-klapzoen die hij van Jeltsin gewend was, maar een koele hand. Voor uitvoerige gesprekken had Poetin geen tijd — Tony Blair wachtte in Londen — en Loekasjenko moest het maar met de adviseurs uit zijn gevolg stellen.

In Moskou wordt benadrukt dat Poetin een overtuigd voorstander is van het verdiepen van de relaties met West-Europa en dat hij daar onevenredig grote aandacht aan besteedt. Ten dele is zijn KGB-verleden in Duitsland daar debet aan. Betrekkingen met de arrogante Verenigde Staten hebben daarentegen een lage prioriteit, zeker nu de nieuwe Amerikaanse president erop uit lijkt te zijn het vacuüm geschapen door de zwakte van Rusland tot op de bodem uit te buiten.

Poetin gaat er niet langer van uit, zoals Jeltsin deed, dat Rusland een wereldmacht is of wil zijn. Hij handelt vanuit de overtuiging dat Rusland een regionale macht is. Hij heeft de buitenlandse politiek gediversifieerd en be steedt anders dan Jeltsin veel aandacht aan het cultiveren van relaties met andere dan westerse landen. En ten slotte voert hij een politiek ten opzichte van de Verenigde Staten die confrontatie uit de weg gaat. Dat laatste was overigens de werkelijke reden waarom zijn vertrouweling Sergei Ivanov in maart weg werd gepromo veerd van zijn positie aan de top van de Veiligheidsraad naar het ministerie van Defensie. Ivanov, tot dat moment de nummer twee in het Poetin-regime, was te confronterend geworden ten opzichte van de VS. In Moskou wordt betreurd dat de Amerikanen dit signaal niet hebben opgevangen.

Poetins buitenlandse politiek wordt sindsdien geïnformeerd door vier instanties: de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën, en de centrale bank. Van dit viertal wint hij advies in, de nationale veiligheidsraad speelt geen rol meer. Het winstpunt is dat het buitenlandse beleid veel voorspelbaarder is geworden — er zijn reguliere procedures vastgelegd die worden nageleefd.

Het is dan ook mogelijk te voorspellen hoe Rusland zal reageren op verdere uitbreiding van de Navo. Als die de Baltische staten insluit, zullen de betrekkingen tussen Rusland en West-Europa voor lange tijd bedorven zijn. Poetin kan de houding van de Russische bevolking moeilijk negeren, zo hij dat al zou willen: de houding namelijk dat «de Russen in de Baltische staten moeten lijden onder de Ameri kaanse laars». Zowel in Estland als in Letland wonen grote Russische minderheden, en mede als gevolg van nationalistische demagogie zien velen in Rusland deze minderheden als de vertrapten en verdrukten. Misschien is opname van Litouwen nog wel te verteren, mits de kwestie van de exclave Kaliningrad eerst tot een oplossing wordt gebracht. Navo en EU zullen met constructieve voorstellen moeten komen die de nadelige gevolgen van de isolatie van Kaliningrad compenseren. Maar opname van Letland en Estland is onacceptabel.

Op de achtergrond spelen geopolitieke denkbeelden die een antwoord moeten geven op Zbigniev Brzezinski’s boek The Grand Chessboard, dat vorig jaar in Russische vertaling verscheen. Brzezinski wordt gezien als de ideoloog van het nieuwe imperialisme dat erop uit is de Amerikaanse hegemonie over de wereld veilig te stellen. Vooral sinds het in tijd (voor jaar 1999) samenvallen van de Navo-bombardementen op Servië en de uitbreiding van de Navo met Polen, Hongarije en Tsjechië is er een sterke anti-Amerikaanse reactie onder de bevolking van Rusland en grote delen van de politieke elite. Het schrikbeeld van de vijandige Navo uit de tijd van de Koude Oorlog is weer helemaal terug. Het voortbestaan van de Navo wordt niet begrepen, laat staan haar uitbreiding. Het Warschaupact werd immers opgeheven? Waarom dan niet de Navo? Het is niet te begrijpen waartegen de zich naar het oosten uitbreidende Navo gericht zou kunnen zijn, anders dan tegen Rusland.

Een redenering die men tot in de hoogste regionen van de Russische politiek kan horen, is de volgende. Het Westen is er eerst in ge slaagd Rusland Centraal Europa te ontnemen, en vervolgens met hulp van Gorbatsjov de Sovjet-Unie op te splitsen. Nu aast het op Kaliningrad, de Russische exclave aan de Oostzee. Het islamitische fundamentalisme, dat in Tsjetsjenië per week twintig Russische soldaten het leven kost, is in deze strategie slechts een werktuig van het Westen. De mening is wijd verspreid dat het islamfundamentalisme Ruslands — en Europa’s — grootste bedreiging is. Het is daarom, zo zegt men in Moskou, niet te verteren dat het Westen in Kosovo «een bondgenootschap sloot met de (islamitische) Albanezen» terwijl Rusland juist «grote offers brengt om de rest van Europa tegen het islamfundamentalisme te beschermen».

Wie Rusland wil begrijpen, moet bereid zijn van moraliserende impulsen afstand te doen. De manier van denken van Poetin en zijn staf is onder tientallen miljoenen Russen spring levend. Wat men ook van de soms verkrampte redeneringen mag denken, Europa kan zich niet veroorloven ze net als de Amerikanen hautain en cynisch te negeren.