Poetry

‘Hoe is het om met gestrekte poten/ in het moeras te vallen, met hoeven als loden gewichten.’ Dat vraagt Olli Heikonen zich af in een titelloos gedicht dat opent met de regel ‘Doe je ogen dicht…’

Heikonen is geboren in het oosten van Finland. In een ander gedicht is de spreker het hoefdier zelf: ‘Ik zal komen door de bossen,/ mijn gewei zal over mos en boomschors schuren.’ Het hert of het rendier lijkt ooit mens geweest, of misschien was het het maar voor even:

‘Houd heel je hand in het vuur,
in de koelte van mijn vacht,
want ik kom van achter de bossen en moerassen.
Eens vulde een ijzige nevel mijn longen, sneeuwkristallen schuurden mijn gewei.
De ijsvelden bewogen. Ik sprak met de stem van een mens.
Wat een hoge spraak, wat laag. Mijn stem schalde
door het bos. De bomen ruisten even, het grasveld kromp.
Ik kwam dichterbij, ik passeerde de eerste buitenwijken,
de eerste verlichte huizen, waarvan er één jouw thuis is.’

In andere gedichten laat Olli Heikonen het in het midden wie precies spreekt. In de bossen hoort men machines. ‘Het ijs breekt/ als een eierschaal.’ Het is het land waar je de dag begint door de zonnebank aan te zetten en dan koffie te malen, om je voor te bereiden ‘op het leven van alledag, de controle van de boekhouding,/ de sportieve middagjes, de lange met drank overgoten lunches.’ Het staat er niet zonder cynisme, zo lijkt het, al is de taal (in vertaling van Adriaan van der Hoeven) uiterst secuur. Tegenover de rendieren in de wouden staan de ‘draaimolendieren’ op de kermis.

Olli Heikonen is te gast op het 43ste Poetry International-festival dat dinsdag in Rotterdam van start gaat. Zijn biografie meldt zijn geboorteplaats, Karelië, in het desolate oosten van Finland, daar waar de bevolking wegtrekt. De in 1965 geboren dichter zou de mens waarschuwen in ‘beladen monologen’ en aansluiten bij de traditie van het sjamanisme. Monologen, ja, zo je wilt. De aanduiding ‘beladen’ suggereert toch een andere, heel wat zwaardere poëzie.

Poëzie met een esoterische boodschap, ik krijg er gewoonlijk de roodvonk van, de kinkhoest, word overvallen door flauwte en geelzucht. Het lijkt of het gebied van het poëtische erdoor overvleugeld wordt door het mystieke en wat ontstaat is een afgrijselijk zweverig geheel. Vooral cursisten hebben er last van, nog meer dan studenten, en komen vaak aan met metafysische grootspraak waarin de mens in het licht van de goden en de natuur staat. Ik kan er slecht tegen en als docent treed ik er met harde hand tegen op. Natuurlijk weet ik dat er ergens een raakvlak is, een grensgebied. Maar tegenover een zeker soort poëzie uit de Baltische staten sta ik weerloos. Jáan Kaplinszky en mijn eenarmige vriend Mathura uit Estland, en blijkbaar ook Olli Heikonen uit Finland. Bovendien vind je geen enkele grootspraak in deze gedichten, geen enkele zweverigheid. Het overlapbare grensgebied is pas zichtbaar als de poëzie goed is.

Nu kun je denken dat zoiets bepaald is door een traditie: woon je zo'n beetje tegen de noordpool aan, dán mag het blijkbaar wel. Of dat de verregaande inbedding van de thematiek in de poëzie betekent dat er geen moralisme uit de gedichten zelf spreekt, geen opgeheven vingertjes over hoe slecht de mens is tegenover de natuur, hoogstens uit de totale betekenis van de gedichten samen. Vertaler Van der Hoeven schrijft in de inleiding op Heikonens werk dat de natuur een stem krijgt en de mens waarschuwt, ‘in het belang van de mens’.

Poetry International is een beetje kleiner, een beetje korter dan voorheen, maar dat is niet af te lezen aan het programma. Het begint op dinsdag en eindigt op de zaterdag. De keuze voor Nederlandse dichters is uitnodigend: Marije Langelaar, Jan Lauwereyns, K. Schippers en B. Zwaal. Internationaal gezien valt dit jaar het ontbreken van grote namen op. Dat is nogal een risico. Poetry International in de Rotterdamse Schouwburg is een heel wat ruimvallender regenjas dan zegge de Amsterdamse stichting Perdu.

Maar er is genoeg reden om te gaan. De Duitse dichter Ulrike Draesner, in zekere kring bekend vanwege haar residentie bij Passa Porta en publicatie in Yang, stelt het werk van Friederike Mayröcker voor, van wie onlangs bij Suhrkamp ich bin in der Anstalt. Fusznoten zu einem nichtgeschriebenen Werk verscheen. Mayröcker is een van de meest bijzondere dichters van de Duitse taal. Het aan haar gewijde programma vrijdagavond laat ziet er op papier althans uit als een van de hoogtepunten.

Een andere aanrader is Tomaž Šalamun, een Sloveense dichter, in vertaling van Roel Schruyt:

Uit vele deurhengsels.
Uit vele deurhengsels valt een bol van een everzwijn op de grond.
Vanwaar en waarheen en wat.
Uit vele deurhengsels.

Het is een van de weinig oudere Internationale dichters op dit festival: ‘tegen de dood moet je vriendelijk zijn. Alles/ is samengebald in een vochtige kluit. Thuis, dat is waar wij/ vandaan komen. We leven maar een moment. Terwijl de lak/ droogt.’

Als ieder jaar geeft Poetry een themabundel uit, als catalogus van het festival. In die van dit jaar staat van alle deelnemers een gedicht. Op de website www.poetry.nl krijg je een betere indruk, daar staan meer gedichten in Nederlandse en ook in Engelse vertaling. Maar wat de website niet heeft en de catalogus wel is een bloemlezing uit het archief van Poetry International, met het thema van dit jaar als zoekterm. En dat levert heel veel moois op, vooral een prozagedicht van Elke Erb, en sterke gedichten van Remco Campert, Nuno Júdice, Omar Pérez Lopez, voornoemde Jaan Kaplinski en Yves Bonnefoy. Op het slotprogramma van het festival, voornoemd naar een regel van oud-habitué Joseph Brodsky (‘Elke klank is mijn keel gepasseerd’) staat het archief centraal. Klankdichter Jaap Blonk zal er live de tegenspeler zijn van zijn eerdere zelf. Poetry neemt op die avond afscheid van de Wereldomroep als hoeder van de geluidsopnamen van het festival en brengt het archief digitaal online.

Dat is mooi, maar het archief van dit festival kan ook een schaduw werpen op het heden, het stelt de huidige selectie op de proef in het licht van het voorafgaande. In het sympathieke maar ook wat weifelende voorwoord van de catalogus spreekt programmeur Correen Dekker dat het programma de gelegenheid biedt ‘te ontdekken hoe mooi en kneedbaar taal is en hoe diverse talen, culturen, uitgangspunten, ideologieën en maatschappelijke situaties kunnen leiden tot prachtige poëzie’. Ik begrijp de gedachte die daaraan ten grondslag ligt. Als ze twijfelt tussen een gedicht van Rita Dove en C.K. Wiliams om uit het archief te lichten, dan had ik ook graag het gesneuvelde gedicht van Dove gezien, of een fragment eruit, om te begrijpen op welke manier dat aansluit bij het thema. En iets anders. Maatschappelijke situaties schrijven geen gedichten. Ideologieën en uitgangspunten ook niet. Culturen niet en talen niet. Mensen schrijven die, in welke situatie ze zich ook bevinden. Een van mijn co-residenten in Berlijn is Liao Yiwu. Hij schreef een gedicht over de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede waarvoor hij in de gevangenis zat. Hij maakte een boek van de gesprekken die hij met gevangenen voerde (voor abonnees, ziehier de bespreking van Daniël Rovers). Nu hij dissident is, zit een vriend van hem in zijn plaats gevangen, zo werd onlangs verteld bij zijn voordracht in Bremen op Poetry on the Road. Liao Yiwu zal nooit het woord ‘engagement’ of ‘politiek’ gebruiken. Net als esoterie lijken die begrippen gedichten te willen bezetten, verkrachten, opeten, ten doel stellen van iets anders dan zichzelf, oftewel: misbruiken. Het vermijden van die temen is niet voor de schone schijn of om een achterhaald soort l'art pour l'art, nee, het is omdat goede poëzie altijd op zichzelf iets kernachtigs weergeeft van de wereld. Het is een knoop waar Nederland op theoretisch niveau in vast lijkt te raken, waar het zoveel later dan andere landen moet uit zien los te raken. Ik hoop dat Poetry International, dat grote en eigenzinnige en geweldige festival, niet in die knoop blijft hangen.


Poetry International vindt plaats van 12 t/m 17 juni in de Rotterdamse Schouwburg. www.poetry.nl

De festivalbijlage van de VPRO-gids staat online

Festivalbundel Onvoltooid, uitgave stichting Poetry International, 160 blz., € 15, www.themabundel.poetry.nl