Poëzie

In de moderne context van zijn tijd schilderde Boele Bregman dromerig. Verbindingen met de werkelijkheid werkte hij weg en verdoezelde ze in zwevende kleuren. Zo schilderde hij zijn poëtische fata morgana’s.Door Rudi FuchsIn de moderne context van zijn tijd schilderde Boele Bregman dromerig. Verbindingen met de werkelijkheid verdoezelde hij in zwevende kleuren. Zo ­schilderde hij zijn poëtische fata morgana’s.

Ergens heb ik gelezen dat toen de schilderijen van de autodidact Boele Bregman publiek zichtbaar werden (eind jaren vijftig) zijn stijl en instelling primitief-poëtisch werden genoemd. Hij was uit Heerenveen, van huis uit loodgieter. De oorlogsjaren in het verzet. Daarna, ook vanwege de oorlog, zwak van gezondheid – en geleidelijk kunst gaan maken, altijd in Heerenveen. Aan het kleine typische schilderij hier afgebeeld, Zelfportret met paardje, kun je zien dat hij erg in zijn eigen verbeeldingen leefde. Het schilderij is de uitdrukking van zoiets dromerigs, of een intiem geformuleerde evocatie ervan. Achterlangs zijn portret (rechts) zien we een boerenkar achter een wit paard. Daarachter een bos van bomen die op verschillende manieren zijn gestileerd. Er zijn puntige vormen (als slanke populieren), dan wat hoekige, en verder ook nog ronde kruinen waarin appelrood gloeit. De bomen hebben een stevige omtrek en ze staan daar zorgvuldig opgesteld als flessen op een tafel. Links voor nog drie bomen waar binnen de smalle ovale omtrek in wit, als geborduurde ornamenten, de vertakking is getekend. Misschien staan ze langs een sloot. De weg maakt daar een bocht. Nog raadselachtiger is de verschijning van paard en wagen – helemaal los van elkaar en zonder voerman, als verdwaalde figuren in een sprookje. Omdat ook de kleuren in het schilderij gedempt zijn en rondzweven in fluwelig blauwgrijs lijkt wat de schilder ziet, en achter zich laat zien, niet zozeer een landschap maar een droombeeld daarvan.

Het is gemaakt in 1959 toen Bregman zichzelf aan het ontdekken was. Het was ook de tijd onmiddellijk na CoBrA, de roerige beweging die veel had omgewoeld en voor een nieuwe lyrische vrijheid had gezorgd. Als echte kunstenaar moest je dicht bij je gevoelens blijven. Dat was verleidelijk. Voor een beginnende autodidact als Bregman zat de kunst van Mondriaan misschien te vol met overleg. Misschien voelde hij wel diens glasheldere kwaliteit maar kon hij er niets mee. In die tijd hadden mensen ook grillig gedroogde boomwortels als versiering in huis of kunstig groeiende vingerplanten. Als echt grote meester, ook eminent navolgbaar, gold toen Paul: een beetje abstract maar niet te veel, menslievend, atmosferisch van kleur en dromerig – poëtisch kortom. In die moderne context schilderde Bregman ook dromerig. In Zelfportret met paardje zijn scherpe verbindingen met de werkelijkheid (het kan niet anders of de schilder keek ook uit zijn ogen) weggewerkt en verdoezeld in stilering en zwevende kleuren. Zo kon hij zijn vreemde fata morgana’s preciezer en artistieker uitdrukken.

Daarmee vergeleken is het schilderij met de onwaarschijnlijke rode ruimte, van Nicola de Maria, een stuk realistischer – omdat dat lumineuze rood er het concrete thema van is. De titel vertaald is: De berg heeft me de maan verstopt, wat moet ik nu doen? In het Italiaans klinkt het wat gloedvoller, als in een chanson, maar daardoor moeten we ons niet laten verleiden. Er zijn maar heel weinig moderne kunstenaars die eerst een titel bedenken en daar dan, als illustratie of uitleg, een schilderij bij maken. Ze beginnen. Laten we zeggen dat De Maria van zins was een heel erg stralend rood schilderij te maken. Hij weet dan, uit ervaring, dat alleen monochroom vermiljoen niet voldoende is. Dat wordt te zwaar en zal naar donker neigen. Er begint in het vlak dus een en ander te gebeuren. Onderin verschijnt een helder groen dat door een krans van geel nog helderder werkt. De slierten verf zeggen dat het groen van ver uit een diepte komt. Van hetzelfde geel daar zien we ook, verder naar boven in het rood, een smalle glimp. Links en rechts trekt er, in dun sluierzwart, wat schaduw door de rode ruimte. Het rood ademt en pulseert. Op die manier heeft de schilder de kleuren geregisseerd tot het vlak een intense ruimte werd. Verbaasd vooral door de geheimzinnigheid van wat hij zag, heeft Nicola toen die titel bedacht, ook weer iets poëtisch. Daarmee voeg je nog weer een laag van vrijheid toe aan intuïties die zich nochtans tegen meer precisie blijven verzetten.


PS. Een ruim overzicht van Nicola de Maria’s werk op papier is tot eind september te zien in de Galleria Civica d’Arte Moderna (GAM) in Turijn. Er is een mooie kleurrijke catalogus, ook in het Engels. Over Boele Bregman heeft het Museum Belvédère in Heerenveen een mooi boek uitgebracht, door Doeke Sijens