Voetbal

Poëzie en voetbal

«Nu ga ik mijn gevoelens achterna/ En treedt technisch toe in de ArenA».

Op deze plek voorspelde Frits Barend vorige week al dat Louis van Gaal de nieuwe technisch directeur van Ajax zou worden. En zo geschiedde. En hoe! Van Gaal bleek zowaar een gedicht te hebben geschreven, over zijn liefde voor de club en zijn tevredenheid met de nieuwe aanstelling.

«In mijn levensfase is dit een nieuwe kans/ En mijn jeugdliefde krijgt een extra stimulans».

Hij droeg het zelf voor, op de persconferentie. Het signaal aan «de vrienden van de media» was duidelijk: ik ben niet de tactloze, gevoelloze hork die jullie van me maken. Ik schrijf zelfs gedichten.

De Amsterdamse zanger Barry van Vliet — bekend van het lied Een bossie rooie rozen — pakte het signaal direct op: hij zette het twaalfregelige gedicht op muziek en verklaarde: «Van Gaal laat zijn gevoel zien.»

Net als schlagerschrijvers lijden voetballers doorgaans niet onder het bestaan van de gedichten van Yeats en Vasalis. De dichtende dictators Mao Zedong en Kim Il Sung verging het niet anders. Anders dan menige beroepsscribent knallen ze de rijmwoorden ongeremd onder elkaar, om de directe emotie ongefilterd gestalte te geven. Je schrijft gedichten of niet, verder niet zeuren over vorm en stijl. Net zoals de amateurvoetballer niet maalt om tactiek of trainingsdiscipline. Het wordt er een stuk makkelijker van.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de opperschoolmeester Van Gaal, luid lamenterend over de mentaliteit van de huidige generatie internationals, zijn zielenroerselen in rijm giet en daar, ook nog eens, kond van doet voor heel Nederland, met het risico dat er nog dagen grappen over worden gemaakt in programma’s als Vara laat?

Wim Jonk is een belangrijke wegbereider geweest. Zijn gedichten, die hij als spelverdeler van het Nederlands elftal schreef tijdens het Wereldkampioenschap in 1994, waren aandoenlijk onbeholpen. Eigenlijk waren ze te slecht om er grappen over te maken. Dat gebeurde ook niet. Wel het tegenovergestelde: de dichtende voetballer werd bij de hand genomen en op televisie gebracht door de voetballende dichter Henk Spaan, auteur van de prachtige regels «Als Frank scoort, een kopbal/ Of een knal voor twee/ Scoren wij mee/ En we ontsteken vuurpijlen/ Zevenklappers, donderbussen/ Want niet alleen de spelers/ Dromen van zulke momenten/ En het sentiment daartussen.» (Uit het gedicht Frank de Boer.)

Dichter Van Gaal zakt, voor zover mogelijk, nog onder het niveau van de dichter Jonk. Als voetballer deed Van Gaal al niet anders. Met Van Gaals gedicht (zie www.ajax.nl) kun je bij de meeste families niet terecht met Sinterklaas. Maar de voordracht maakte alles goed. Tussen de zinnen door keek Van Gaal zijn «vrienden van de media» streng aan en sprak hij ze, als vanouds toe als waren zij leerlingen uit zijn vmbo-gymnastiekklas.

Het sentimentele effect dat de brullende voetballerdompteur wellicht hoopte te bereiken deed hij zelf volledig teniet met zijn vermanende opmerkingen tussendoor: «Daar hebben we het dus net over gehad, hè?» «Dat begrijpen jullie dus?» De zaal sidderde. En gaf Van Gaal een warm applaus. Zo gaat dat bij dichtende dictators.