Internationaal poëziefestival in Medellín, Colombia

«Poëzie geeft kracht in de frontale strijd tegen alle vormen van de dood»

Ondanks een burgeroorlog en de aanwezigheid van rivaliserende, uiterst wrede drugskartels, kwamen duizenden liefhebbers naar het twaalfde internationale poëziefestival in Medellín, Colombia. Dichter Arjen Duinker nam eraan deel.

«Mijn vader werd beroofd van de auto waarin hij reed, het was in 1990, en meteen ook maar doodgeschoten. En die auto was niet eens van hem!»

Ik sta in een lange rij. Naast me staan mensen in twee andere lange rijen. Weet niet zeker wat mensen aan het denken zijn. Sta ik in de goede rij? Zijn er alleen goede rijen hier? Is er geen ontkomen aan een van de drie rijen?

Het vliegveld van Bogotá, hoofdstad van Colombia. Gang met in nissen oude en glimmende schatten. Ben zo’n reis over de oceaan niet gewend, voel me moe en moet over drie kwartier het vliegtuig naar Medellín hebben. Sommige mensen stappen over naar een andere eindeloze rij.

Mijn paspoort en ik worden goedgekeurd. Tijd dringt. Wil verkeerde deur door en vul opnieuw een formulier in. Ik moet heel ergens anders zijn. Kleine balie van maatschappij Avianca. Vliegtuig vertrekt over een minuut of tien. Een meneer voor me, met berg koffers, zegt dat het vliegtuig gewoon op ons wacht.

Drie kwartier later in busje naar ander gedeelte van het vliegveld en instappen, zo te zien als laatste. Tijdens de vlucht naar Medellín zingt een grote groep kinderen allerhande vrolijke liedjes. Dagen hierna hoor ik dat het vliegtuig alleen maar had gewacht tot een bomvermoeden afdoende was onderzocht.

Donker wanneer we landen. Of kijk ik donker? Ook de gangen, op weg naar bagage en controle, lijken donker. Buiten staat iemand van de organisatie van het festival op me te wachten. Nee, buiten staan enorm veel mensen, maar er is niemand speciaal voor mij, waarschijnlijk vanwege de vertraging. Borden met namen worden omhooggehouden, er wordt gejoeld, gelachen, geschreeuwd, gejuicht… Ik stap op wat mensen af en vraag of zij iets van het poëziefestival weten, of van mensen die ermee te maken hebben. Van het eerste wel, van het tweede niet. Meer gejoel, meer blijdschap. Ik krijg een in de lengte gevouwen poncho over mijn schouder, cadeau dat me geluk zal brengen en me zal beschermen. Tien minuten later zit ik in een auto met drie meisjes. Ik heb geen idee van de naam van het hotel waar ik heen moet. Ze gaan me brengen naar het goede, zeggen ze, en ze draaien de muziek wat harder en lachen en kletsen en vragen dingen. Dit is de eerste grote sensatie. De meisjes zingen liedjes mee, Argentijnse en Colombiaanse hits, om me heen is land dat ik niet kan zien. Het ruikt heerlijk, maar ik weet niet wat ik ruik. We passeren wegrestaurants en betaalposten, de chauffeuse en ik steken een sigaret op, de temperatuur is geweldig. Dan dalen we, duiken we. De diepte fonkelt.

Klopt, dit is het goede hotel. Johnny komt naar buiten, ik bedank de meisjes omstandig, ze vragen of ik ze kom opzoeken, daar en daar, een kus is hier gebruikelijk, van drie kussen kijken ze op. Het lawaai van taxi’s en auto’s en bussen blijft op straat. Receptie, kamer 402, lobby, ik krijg een fles pils, voel me enorm op mijn gemak en hoogst onrustig. Geen zin om te eten. Kijk om me heen en lees in het programmaboekje de open brief aan het publiek.

Van de ongeveer veertig miljoen Colombianen zijn er zesentwintig miljoen arm, en daarvan leven er tien miljoen onder de armoedegrens. Per jaar worden zevenentwintigduizend mensen vermoord. Meer dan drie miljoen ontheemden. De situatie was in de twaalf jaar dat het festival bestaat niet eerder zo slecht. Bovendien zie ik dat ik zes keer ga lezen. Maak kennis met enkele dichters, word door verschillende mensen van de organisatie begroet. Slaap kort, geloof de wekker niet, sta om half zes in de eetzaal, heb niet door hoezeer mijn notie van tijd onaangepast is.

Die dag, maandag, nog geen lezing. Mag en kan bijkomen. Met Zwitser en zijn Italiaanse vrouw en Canadese en Finse de straat op. De organisatoren hebben graag dat, omwille van de veiligheid, niemand van de dichters zonder Colombiaanse begeleiding naar buiten gaat. Volgens mij lopen we zoals we nog nooit hebben gelopen. We lopen om te proberen te lopen. We lopen niet echt. We lopen te verzinnen waar we zijn. Lopen te bedenken waar we op moeten letten, lopen ons af te vragen of we ook een keer kunnen ophouden met opletten. Grappig genoeg een weldaad: deze straten, deze stoepen, koppen, monden, winkeltjes, eethuizen op de eerste etage, hoeken, ogen, auto’s, verkopers en verkoopsters, kreten, passen. Ergens een glas lulo, heel erg lekker. Geld uit de muur. We blijven voortdurend dicht bij elkaar. Bewonderen een boom op een plein. En lopen verder in een cirkel om het hotel, opgelucht en gejaagd, nieuwsgierig en bezorgd. Drink een glas guan bana (spel ik dit goed?), ook erg lekker. Zien dingen en mensen en taferelen die we misschien in uitgelichte vorm van televisie kennen. Doen pogingen iets te veroveren op het risico, zonder te weten waar we zijn.

’s Middags overleg met Victor Raúl, vaste voorlezer van de vertalingen die Diego Puls maakte. Hoe ik graag wil dat hij leest. Grote pret, hard lachen, boeken ruilen. Hij is afgestudeerd als filosoof, werkzaam als therapeut. Ook dichter en popmuzikant, experimentele rock, gitarist van de band Reencarnación. Later, in de bar, aan de praat met een Afrikaanse dichter. Hij vertelt over het lot van familieleden die in hun geboorteland zijn gebleven. Weer later met mannen en vrouwen van de festivalorganisatie pils drinken, en rum. Immense hartelijkheid. Tril, zo moe ben ik. En weer die immense hartelijkheid.

Eerste onvoorstelbare dreun om half twee. Rechtop in bed. Heb het idee dat de ruiten heen en weer zwiepen. Compleet nieuw. Tien minuten later tweede dreun.

Hoor de volgende dag dat niet ver van het hotel dingen tot ontploffing zijn gebracht, geen slachtoffers, het ging om niet betaalde explosieven, mensen in de bar dansten verder.

Hoor: «De situatie van armoede, burgeroorlog en misdaad drukt zwaarder en zwaarder in de loop van elk jaar. Het poëziefestival betekent elk jaar opnieuw een soortement geboorte. Geeft woorden, geeft taal.

Lees: «Poëzie geeft kracht in de frontale strijd tegen alle vormen van de dood.»

De belangstelling voor alle lezingen is kolossaal, overweldigend, imponerend, magisch, ontroerend, zinderend. Uiteraard laat niet elke plek dezelfde hoeveelheid toehoorders toe. Een plein ter grootte van twee voetbalvelden, een pleintje, een klein park, een groot park, een auditorium van een van de universiteiten, een ziekenhuis, een bibliotheek, een gevangenis, een cultureel centrum, een sociale instelling, een commerciële instelling, een hotel, een bar, een klein theater, een groot theater… Alles en overal vol, afgeladen, krankzinnig om over te horen, krankzinnig om mee te maken. Enthousiasme, dankbaarheid, applaus, lachen, fluiten, joelen, handtekeningen: alles van buitenissige en bizarre en veel meer dan indrukwekkende omvang.

Naar alle locaties gaan de dichters in busjes of in taxi’s — of in een vliegtuig, want er zijn ook in tal van andere steden dingen georganiseerd.

Lezen op een universiteit. Na afloop vraaggesprek, jongen met microfoon, student architectuur. Een van de vragen: wat is volgens u het belang van de bergen voor Medellín? (Ik hoor later dat die vraag door dezelfde jongen ook aan andere dichters bij andere gelegenheden is gesteld en dat niemand een behoorlijk antwoord wist te geven.)

Lezen in een bijna verticaal park in de tamelijk luxueuze wijk El Poblado. Verrukkelijke temperatuur, mooi lome en verwachtingsvolle sfeer, motoren die zich expres nergens iets van aantrekken. De straat om het park heen telt vele cafés en restaurants. Lijkt wel Parijs, zegt iemand.

Lezen in een commercieel centrum, dicht bij het hotel. Bij aankomst zo’n enorme rij mensen dat ik me afvraag wat voor zaken die op dit uur nog allemaal denken te kunnen doen.

Lezen in de beslist niet luxueuze wijk Aranjuez. Zaal met podium. Podium met zeer luie stoelen, hoge microfoon, lage microfoon, brandende dikke kaarsen, witte bloemblaadjes en een tiental van onder tot boven beschilderde jongens en meisjes met maskers — ze zijn hooguit twintig. Publiek van veertienjarige meisjes en jongens, los van een paar volwassenen. We krijgen na afloop cadeautjes. De Argentijn, de Australische, de Griekse en ik kijken elkaar aan en halen heel diep adem uit de verre verte.

Lezen op een groot plein naast een metrostation. Het regent voor het eerst, en stevig. Dat zal niet doorgaan, denk ik ten onrechte. Gaat wel door, opnieuw uitstekend podium, overdekt, water en pils, geluidsinstallatie, lange tafel, licht. Maak foto van vaste lezer Victor Raúl en presentatrice Yorlady. Ook van groepjes mensen op en onder plastic zeil. Zie schimmen op de trappen. Vorig jaar helemaal vol. Schitterende gebeurtenis in plotseling kille omstandigheden. Regen verdwijnt. Terugrit door straten met veel mensen, op weg naar dansgelegenheden. In het hotel schrijft iemand enkele muzieksoorten in mijn schrift: joropo, bambuco, porro, mapalé…

Lezen in het theater tegen de berg. Slotbijeenkomst met alle nog aanwezige dichters. Sommigen in karakteristieke kledij: die uit Ghana, die uit Soedan, die uit Japan, die uit India. Zit tussen laatstgenoemde en de Oekraïense op het podium. Iedereen een niet te lang gedicht, niet iedereen houdt zich hieraan. Sommigen maken opmerkingen om het publiek ogenblikkelijk te behagen. Bijval en toejuichingen en dankbaarheid: ongekend. Allang donker wanneer de dichters het publiek toeklappen. Fernando Rendón, festivaldirecteur, spreekt laatste woorden en heeft moeite om boven de strijdbare herrie en de droefenis om het einde uit te komen.

Heb met zeer velen grote lol, tot steeds iets later. Er worden hier niet alleen auto’s gestolen, maar ook harten. Hoor thuis bij voorlezers Victor Raúl en Ana een bandje van Jaap Blonk. Kijk mijn ogen uit tijdens de ritten door de stad. Begrijp dat een groot deel van het budget voor dit festival inmiddels, onder de nieuwgekozen president, is verdwenen naar leger en oorlog tegen burgeroorlog. Hoor vaak hoe zwaar dit leven op iedereen drukt.

Alles over het festival op www.epm.net.co/IIfestivalpoesia