Poezie van de rafelranden

Krakers blijven zich verzetten tegen georganiseerde saaiheid. Kantoren en flatgebouwen zijn nu aan de beurt; bossen, straten en virtuele omgevingen zullen volgen. Een ode aan de creatieve negativiteit.

Slogans:

Freiheit und Glück

The more you live, the more you die

Wie niet de moed heeft om te dromen, heeft ook niet de kracht om te vechten

This telephone booth has been reserved for Clark Kent (graffiti)

Terugkeer naar Casablanca

Ademhalen wordt verzet

Born Unequal

Consumeren naar vermogen, produceren naar behoefte

Not to fear one’s time is a question of fear

Geluk is gelul

Whose streets, our streets!

Freedom is just another word for nothing being able to afford

Wij zijn het gat in jullie ozonlaag

Schade daß Beton nicht brennt

Kraken is geen verleden tijd. Laten we het vooral niet afdoen als subculturele mode of als een cultuurfenomeen dat is gemuteerd in punk-business.com. Kraken is het verkennen van de vrije ruimte en boort aldus een gat in de tijd. Het opent collectieve tijdruimtes, waaraan buitenstaanders maar al te gemakkelijk voorbijgaan. Als actiemiddel is kraken tegelijkertijd ontdekking en ontkenning. In deze geest gaat het ook nietsontziend om met de eigen krakkemikkige vergankelijkheid. De kraakgeest verzet zich tegen de huidige retromania in de popcultuur. De Vondelstraat was niet leuk, The Ex geen toffe band en verveling geen cultuurideaal. Wij staan niet in voor kwaliteit, laat staan voor entertainment. En geloof vooral onze eigen kroniekschrijvers niet. Geschiedenis kan inspireren (bijvoorbeeld tot nietsdoen) en hoeft niet te voorzien in de alom gevoelde behoefte tot terugblikken. Spanning en vertier kunnen overal en nergens worden beleefd. Weg met de canon, leve het konijn. Geloof niet in je eigen mythes. Schuif de gemediatiseerde verheerlijking (of verguizing) van het Heftig Verleden opzij. Voorwaarts en veel vergeten; de kracht van het anti-historisch sentiment is ongehoord.

Ziehier het levensgevoel van de ‘tussengeneratie’ 1977-1984, die is opgegroeid in de schaduw van de roemruchte jaren zestig. Wat betekent het als we zeggen dat de kraakbeweging principieel antinostalgisch is? Hoe kun je een niet-pedagogisch leven leiden? Veel doen en toch niet aan het wiel der geschiedenis draaien, ja dat kan. Is het niet te makkelijk om de bewegingen van toen in hun tijd te plaatsen en ze daarmee te neutraliseren? We kunnen het, onder filosofen, hebben over de crisis van het historicisme in die tijd, de late maar gestage doorbraak van postmoderne inzichten in Nijmegen, Delft en Eindhoven. Of kijken naar de niet echt doorleefde kritiek in Nederland op het westerse (en mannelijke) geschiedenisbeeld. Of lag het toch aan de ontkenning van de eigen collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog en de verdrongen rol van kolonisator? We lezen over gevangenissen, ziekenhuizen en scholen als beklemmende, disciplinerende instellingen. Foucault leeft! De onderdrukking door de instelling is reëel. Ook slaan we Friedrich Nietzsche’s Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven er nog eens op na. Debord, Castaneda, Peter-Paul Zahl.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Wat we dienen te doorgronden, is het 'einde als ongekende energiebron’, zoals zo precies is gediagnosticeerd door Jean Baudrillard. We vallen in een zwart gat of exploderen als een supernova, dat maakt niet uit, want een Lange Mars door de Instituties gaat het sowieso niet worden. Kraken is niet louter een tegensputterend restant van de twintigste-eeuwse expansie van het Westen en het industriële tijdperk. Het is bovenal een methode, die in iedere situatie als strategie kan worden ingezet. De volgende fase is al begonnen: nu zijn kantoren, flatgebouwen en industrieterreinen aan de beurt. Mogelijke objecten voor de volgende ronde zijn bossen, straten en virtuele omgevingen.

Kraken is meer dan bezetten. De inzet is wonen in de meest elementaire zin van het woord: een dak boven je hoofd. Terwijl het bij de hedendaagse Occupy-bewegingen gaat om de bezetting van een strategische plek, is het kraken bij uitstek een antispectaculaire handeling, met een ongewisse tijdsdimensie: je kunt al na een dag worden ontruimd, maar je kunt soms ook ergens tien jaar wonen. Het is verleidelijk te denken dat bezettingen tijdelijk zijn, en dat men kraakt met een langetermijnbewoning in het achterhoofd, maar het loopt vaak anders. Wat kraken met bezetten gemeen heeft, is de eis: Wij blijven! Waar het bij kraken om gaat, is het beleven van een extatisch nulpunt. Als beweging is de inzet: tot stilstand komen. Je kapt met het dagelijks leven en laat de gebeurtenissen over je heenkomen. Dát is kraken. Je doet iets met je eigen leven. Het gaat niet langer om elders of grote idealen, maar om de praktische zaken van het hier en nu: deuren repareren, verwarming regelen, waterleidingen aanleggen. Wat gebeurt er als je geen subject meer bent van een Groter Project? Je verlaat het boerenbedrijf of de buitenwijk waar je bent opgegroeid, en lapt het goede imago van je familie aan je laars. Eenieder heeft zo zijn of haar biografische bagage. Is het mogelijk die van je los te schudden, al is het maar voor een kort moment? Help je me? Doe mee aan het laten varen van al je cv-verplichtingen, en voordat je het weet sla je een fraai gat in je levensloop. Kraken betekent: de vrijheid recht in het gezicht kijken. Intens leven te midden van alle lamlendigheid en opschudding. 'Ik wist niet dat een ander leven mogelijk was.’

Wonen is volgens Heidegger de 'fundamentele eigenschap van het menselijk bestaan’. In het geval van kraken wordt dit wezenlijke kenmerk niet zozeer ontkend of ontstegen, maar geactiveerd. Wonen an sich is geen revolutionaire daad, en dit is ook precies de reden waarom dogmatische ideologen weinig met kraken op hebben. Het is 'ontologisch activisme in de sfeer van het Zijn’. Krakers hebben geen politiek programma, en dat is ook goed. 'Wat zijn jullie doelen?’ - Ooit zo'n onbenullige vraag gehoord? Snappen ze het dan nog steeds niet? De koevoetenbrigade stelt niet de maatschappij als geheel ter discussie, maar leidt ons terug naar de basisbehoefte. Het gaat niet zozeer om het 'snelle wonen’ als wel om het vinden van de hoogste vorm van 'permanent kamperen’. Wat is een radicale adempauze? Is het zoiets als een permanent vacation (1980, Jim Jarmusch)? In dit kader neemt het begrip autonomie het over van de ietwat oudbakken christelijk-communistische term solidariteit. Wat is er zo spannend aan een autonome beweging? Het gaat er nu even niet om anderen of jezelf weg te cijferen voor de Grote Zaak. We moeten eerst onze eigen sores oplossen. Het probleem ligt hier, en niet elders. Het doel blijft: geen hervorming, maar een omwenteling van alle verhoudingen. Alleen komt het strijdtoneel een stuk dichter bij huis en speelt het zich af in de keuken, in bed, in de klas en om de hoek. 'We do not want a piece of the cake, we want the whole bloody bakery.’ Met minder nemen we geen genoegen.

De werkelijkheid om ons heen is van beton. Wij pakken de uitdaging op en gaan creatief met de drilboor aan de gang. 'Propaganda van de daad’ is in deze context niet de juiste slogan. Het gaat steeds minder om propaganda en het ontwerpen van onsloopbare concepten. Men kan weliswaar dagen achtereen discussiëren op vergaderingen, in de kraakkroeg of aan de keukentafel, maar toch blijft dit de 'spraakloze jeugd’. De ideeën worden kleiner, robuuster en passen zich steeds beter aan. De verbintenis met de intelligentsia is voorgoed verloren gegaan (in een theorie kun je niet wonen). Net als die met de museumkunst en de mainstream popcultuur. We zijn de 'geniale dilettanten’ van de diy-generatie, die het punt van de verkoopbare avant-garde zijn gepasseerd en onze eigen gang gaan. Dag curatoren, dag critici, dag uitgevers. Ook hier geen dialoog met de macht. In plaats van constructief positivisme heerst er een esthetiek van vernieling en destructie, die in eigen hand wordt genomen. Overal om ons heen zien we de dialectiek van opbouw en afbraak aan het werk.

Kraken is een tijdsreis, zonder dat we weten of we vooruit of achteruit gaan. We beginnen aan een soort cirkelgang, met de ene voet in de sociale ellende van vroeger en de andere in de ruïnes van verlaten fabrieken, scholen, kantoren en uitgeleefde sociale woningbouw. Wat we aantreffen, dient niet gelezen te worden als symbolen van het eigen verval. We gaan niet terug in de tijd, maar gebruiken het verleden als basismateriaal. De versleten esthetiek is geen teken van armoede, maar het toppunt van hergebruik. De uitgewoonde staat der dingen straalt een liefde voor objecten uit en kan niet zonder meer worden teruggebracht tot maatschappelijk bewust leven door minder te consumeren en meer te recyclen. Caroline: 'Als je eenmaal de stap naar autonoom worden zet, komt er een geheel nieuwe ruimte beschikbaar waarvan ik daarvoor alleen maar kon dromen. De poëzie van de rafelranden en de lege ruimte, de geborgenheid van een gemeenschap die vanzelfsprekend deelt, zelf voelen hoe het is om een gemeenschap vorm te geven, en heel veel leren: kranten maken, vloeren leggen, lay-outen en platen uitdekken, water, gas en elektra aanleggen, metselen, daken bedekken en hele nieuwe vormen van kunst beoefenen. Poëzie op straat, heftige performances, uitbundige schilderijen, verantwoorde fotografie. Stads- en woningbeleid, strafrecht, posters maken, en acties bedenken en uitvoeren.’

De duistere aanvang van de jaren tachtig, volgend op de euforie van 1980-1981, valt samen met de opkomst van het neoliberalisme. Van nu af aan gaat het alleen nog maar over bezuinigingen, het einde van de welvaartsstaat en het begin van de gecomputeriseerde en genetwerkte beurzen. Het lange wachten wordt beloond met de plotselinge val van de Berlijnse Muur en de terugkeer van de geschiedenis in de vorm van de oorlogen van de jaren negentig, van Irak tot Joegoslavië. In dit klimaat belanden krakers in een identiteitsvacuüm: ze worden hippies noch yuppies. Veel zal worden teruggedraaid, maar dat wordt pas goed zichtbaar in de tweede helft van de jaren negentig, met de privatiseringen, de internethausse en de onroerend-goedexplosie onder Paars in het vooruitzicht. Maar zover is het nog niet. Wat we hier kunnen doen is het benoemen van het beroemde levensgevoel. Deze 'generatie van de matheid’ ziet met eigen ogen de opkomst van Thatcher en Reagan en verzet zich met hand en tand tegen kruisraketten, Dodewaard en de rol van de VS in El Salvador. Kraken kan in deze context makkelijk gezien worden als protest tegen de woningnood. Toch wijzen gepassioneerde insiders dit - als er wordt doorgevraagd - af als een programmatische reductie. Wat hier ontbreekt is de autonome trip, de lokale ruimtevaart met de stad als speelveld, en de wens om 'anders’ te wonen.

Als je overal en nergens wilt kunnen opduiken, zul je ook de kunst van het verdwijnen in de vingers moeten krijgen. En dat valt het achterblijvende deel van de beweging zwaar. Al dertig jaar lang luidt de centrale slogan 'Kraken gaat door’. Jojo: 'Niets gaat altijd zomaar door. Waar is de grote misvatting begonnen dat het almaar door moet gaan? Panden hoeven niet ten koste van alles te worden verdedigd, met barricades, bezwaarschriften, wasmachines, te vuur en te zwaard. Door de leus “Wij Blijven!” wordt het een anti-ontruimingsbeweging.’ Maar je moet je niet verschansen. Jojo: 'Freek de Jonge adviseerde ooit: Ga zwerven, dat is het ware leven! Ik volg Freek, loop lekker door, kraak om de hoek, verhuis erop los, trek de wijde wereld in.’

Wat de jaren tachtig doen, is je dwingen het radicale heden serieus te nemen. Kraken zoekt niet naar structurele oplossingen, het gaat om mensen die hun lot in eigen handen nemen. 'No Future’ klinkt als een doomsday-scenario - en dat is het stonede bestaan ook. Jeugdwerkloosheid bestaat echt, net als zwervers, sociale probleemgevallen en nietsnutten. Nu of nooit leven is het devies, niks opschorten, niet langer leren voor later, maar de maatschappij onder ogen zien zoals zij werkelijk is. De carrièreladder ligt aan duigen en valt niet meer te repareren. Er is geen weg terug naar het rechte pad, zelfs als het later toch nog 'goed komt’. Wij vallen niet tussen de wal en het schip, maar kiezen doelbewust het zijpad. 'Sommige mensen willen onder alle omstandigheden overleven. Anderen willen alleen maar branden, zo fel mogelijk.’ Dat staat te lezen in de Dr. Rat-biografie van Martijn Haas: live fast, die young. De ideologie - van kerk tot communisme - is tanende, maar nog niet opgelost in een cynisch realisme. Bestaat er zoiets als een achterhoede-utopie? Geen vooruitgestoken kinnen, maar slordige kleren.

'Word niet zoals wij’ is een graffiti die op de kille, tochtige Wibautstraat te lezen is. Snel aangebracht, met dikke kwast en witte verf, op een saaie muur. Ik fiets er vaak langs. Dit is een harde en welkome constatering. Er spreekt geen melancholie uit. We kraken niet om iets van vroeger terug te halen of vast te houden. Het verlaten van de twintigste eeuw is een feit. De mondiale crisis kondigt zich aan. En de wetenschap van de toekomst weet alles al over de komst van computers, de vergrijzing, files en milieurampen. Alles is al voorspeld. De issues van toen zijn echter niet achterhaald. Het verzet tegen de georganiseerde saaiheid blijft.

Kraken geschiedt aan gene zijde van de lethargie, die de gewapende strijd nalaat. Wie praat over 'het in bezit nemen van ruimte’ heeft het over geweld. Met kracht wordt de deur geforceerd en de knokploeg van de eigenaar afgeslagen. Toch blijven de schermutselingen in absolute zin beperkt. Wij voeren hier een oorlog na de Oorlog, waarvan de herdenkingen maar niet willen ophouden. In deze crisis nemen we ook afscheid van de jaren dertig en het leninisme, die achter de tijdshorizon wegzakken, terwijl de oorlogsherdenkingen maar blijven doorgaan. De kritiek op het gewapend verzet blijkt uiteindelijk sterker dan de romantiek. Stadsguerrilla, hongerstakingen, de Eta en de plo, het blijkt allemaal te ver weg te liggen. Toch blijft de geweldsdiscussie gevoerd worden. Dit is geen loos gebaar, maar rituele noodzaak. De escalatie bestaat, en kan moeilijk worden ontkend. Politierepressie kan de massa zowel doen aanzwellen als uiteen laten vallen. In laatste instantie is het niet het geweld dat de beweging sloopt. Dat doen de heroïne en de uitzichtloosheid. Wij zijn met vallen en opstaan iets anders gaan doen.

_

  • * *_

Geert Lovink is mediatheoreticus en internetcriticus. Hij is lector aan de Hogeschool van Amsterdam en associate professor bij mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam