H.J.A. Hofland

Pokeren om de oorlog

NEW YORK, 11 november — Wie had verondersteld dat de harde resolutie, met algemene stemmen door de Veiligheidsraad aangenomen, het begin van een vredes proces zou zijn, heeft de partijen onderschat. De opmars naar de afgrond van de oorlog gaat verder.

Op het eerste gezicht lijkt deze resolutie de bekroning van een staaltje koelbloedig blufpoker van president Bush. Het zal een half jaar geleden zijn dat Osama bin Laden in Washington als wereldvijand nummer één werd vervangen door Saddam Hoessein. In de volgende maanden werden nieuwe theorieën ontwikkeld die de Ver enigde Staten het recht tot onbeperkt ingrijpen gaven zodra ze, alweer volgens hun eigen definitie, een gevaar voor de natie en de wereld zagen. Deze telkens weer bevestigde zienswijze veroorzaakte natuurlijk alle mogelijke internationale weerstand. Intussen was de opbouw van de strijdkrachten in de Golf begonnen. Alles wees erop dat Bush en de zijnen — Cheney, Wolfowitz, Rice en Rumsfeld — niets met de internationale gemeenschap of de Verenigde Naties te maken wilden hebben. Mochten die het niet met Washington eens zijn, dan verklaarden ze zich automatisch «irrelevant».

Minister van Buitenlandse Zaken Powell was door de kenners van de wereld in Washington feitelijk ook al irrelevant verklaard. Want per slot van rekening hadden de «buitenlandse zaken» volgens ouderwetse opvattingen opgehouden te bestaan. Maar achter de schermen voerde Powell een heldhaftige strijd (het verslag staat in The New York Times van 9 november). Hij was ervan overtuigd dat Amerika in ieder geval binnen de grenzen van de internationale legitimiteit moest blijven, dus niet moest handelen buiten de VN om. Tegen het einde van augustus liep naar zijn inzicht de ontwikkeling dusdanig uit de hand dat hij vanuit zijn departement in Washington via een gesloten televisiecircuit contact zocht met Bush, Cheney en Rumsfeld, die in de boerderij van de president zaten. Laten we hopen dat de band bewaard is gebleven. Zijn toespraak had kennelijk overtuigingskracht.

In dezelfde periode telefoneerde Powell de wereld rond: 150 ge sprekken met collega’s en bevriende staatshoofden. Dit alles ter voorbereiding van de fameuze resolutie. Toen die werd aangenomen, zelfs door Syrië, ging er een zucht van verlichting, nee, een golf van beheerste opgetogenheid door het gebouw aan de East River.

Geen wonder. Behalve de Britten van Tony Blair en The Economist en de voorhoede van de Amerikaanse Republikeinen verwacht niemand van deze oorlog een batig saldo. De landen van de Arabische Liga hebben met de resolutie ingestemd om het geweld af te kopen. Ze willen wel inspecties. Ze willen geen oorlog die, zoals het communiqué van de Liga zegt, «de veiligheid van alle Arabische landen zal bedreigen». Ze verwachten dat de regio zal worden getroffen door een politieke aardbeving, en daarvan heeft geen van de zittende regimes iets goeds te verwachten. Amerikaanse plannen tot de reconstructie van Irak na Saddam, het stichten van een soort protectoraat waarin het volk tot een democratische gemeenschap kan worden opgeleid, tot voorbeeld van de hele Arabische wereld, wie zou het niet willen? Maar wie wel eens in die buurten is geweest, weet dat dit een sprookje is, anders gezegd: flauwekul.

De resolutie zal naar de intentie alleen het bedoelde effect hebben als daarmee de oorlog wordt voorkomen en niet als de tekst is be doeld om de mogelijkheid te creëren tot «het overhalen van de trekker». Stellen we ons nu voor dat de preventie zal werken. Dan is het nog de vraag of de Republikeinse haviken daarmee tevreden zouden zijn. Want als Saddam aan alles wat wordt geëist zou toegeven, zelfs als er massavernietigingswapens zouden worden gevonden en vernietigd, of als er niets zou worden ge vonden, dan is nog lang niet zeker of daarmee voor Washington het probleem is opgelost. Want wat wil de president: alleen een ontwapende Saddam, of een verandering van het bewind? Tot de dag van vandaag is dat niet officieel duidelijk. Wel zou Saddam — zelfs ontdaan van zijn massavernietigingswapens en dus geen risico meer voor de veiligheid van de hele wereld, maar louter als president van Irak in goede gezondheid voortbestaand — een blijvende hoon aan het adres van Washington zijn.

Terwijl ik dit schrijf, bespreekt de Revolutionaire Raad van Irak de resolutie. Saddam, die er als iedere dictator prijs op stelt binnen de grenzen van de legitimiteit te blijven, gehoorzaamt aan zijn parlement. Is hij de eer aan het redden of legt hij de grondslag voor een zelfmoordpolitiek? Verwerping betekent dat Bush cum suis op hun wenken worden bediend. Bij aanvaarding en consequente uitvoering heeft Washington een probleem. Dan moet er een andere re den tot oorlog worden gevonden.

Om te begrijpen wat er op het ogenblik in Amerika gebeurt, moeten we een paar dingen goed blijven beseffen. Ten eerste dat de ondergang van het World Trade Center niet eenvoudig een «gevoel van onveiligheid» heeft veroorzaakt, of de ontdekking dat ook Amerika kwetsbaar is. De aanval wordt beschouwd als een vernedering, een diepe belediging die nooit zal worden vergeten. Vrijwel elke dag worden op televisie nog momenten uit het drama vertoond. Eergisteren werden er tot dan toe onbekend gebleven banden afgedraaid met gesprekken tussen brandweermannen in de torens. Aangrijpend, zeker, maar wat Saddam ermee te maken had? Verder: wat voor Europeanen moeilijk te begrijpen valt is dat de vaderlandsliefde in de VS vele malen intenser is dan in Europa. En als het erop aankomt, in tijd van oorlog, is de president the commander in chief.

De media laten er, met welke nuance dan ook, geen twijfel over bestaan dat dit een tijd van oorlog is. Osama is nummer 2 geworden, misschien niet theoretisch maar wel in het dagelijks nieuws. Het is de hele dag Saddam. Vandaag, op Veteranendag, houdt de president bij het Vietnam-gedenkteken in Washington een toespraak met de boodschap dat het nu de opdracht van de natie is om voor de vrijheid Saddam ten val te brengen. Je kunt roepen dat nog veel meer dictators op dit lijstje horen, of andere argumenten gebruiken, zoals dat door menig kritische Amerikaan ook wordt gedaan, maar de president is on kwetsbaar. De oorlogsmachine draait. Alleen als Saddam vrijwillig verdampt zal er niet worden ge schoten. Anders breekt de hel los.

PS. William Safire heeft nog niet geantwoord op mijn vraag of een basis van dertig procent van het electoraat voldoende is om een oorlog te beginnen.