Pokerface

Veel grote bedrijven hebben tegenwoordig een intern mailingsysteem. Medewerkers kunnen via hun computer berichten verzenden aan hun collega’s. Meestal maakt de computer onmiddellijk melding van zo'n binnengekomen bericht. Boven in het beeldscherm gaat bijvoorbeeld een tekst knipperen, zoiets als ‘Er is post voor u’. Zo'n intern berichtensysteem is een geweldige uitvinding, die aan iedere saaie kantoorbaan weer een beetje kleur kan geven.

Het leukste aspect van deze uitvinding is uiteraard niet het meest nuttige aspect. Nuttig gebruik van zo'n intern berichtensysteem zou kunnen zijn: vanaf de derde etage aan iemand op de zevende vertellen dat er vier etages lager een dringende factuur is binnengekomen. Of aan iemand op dezelfde etage die even niet op z'n plek zit, vertellen dat er zojuist een belangrijke klant heeft gebeld. Zo'n knipperende meldingstekst op een beeldscherm werkt dan veel effectiever dan het zoveelste briefje op het bureau.
Waarom?
Het antwoord op die vraag brengt ons bij de leuke aspecten van deze interne e-mail. Computerpost ontvangen is namelijk reuze spannend. Je weet maar nooit wat het voor een bericht is. Het hoeft niet per se een melding te zijn van dat telefoontje van die belangrijke klant. Een lekkere roddel over iemand anders op de afdeling of gewoon een gezellig kletspraatje behoort ook tot de mogelijkheden. En dat kan dan zo maar, onder werktijd, zonder dat iemand het in de gaten heeft.
Hoewel… sommigen weten de tekenen te herkennen. Een vriendin van mij die als ambtenaar bij een grote gemeente werkt, weet dat haar overbuurman aan het computerkletsen is als hij heel fanatiek aan het typen is - dat doet hij namelijk nooit. Andere tekenen zijn fijnzinnige glimlachjes en een zachtjes grinniken. Maar op zo'n bedrijf waar iedereen z'n hoofd verstopt achter een monitor, vallen die tekenen niet gauw op.
Het allerleukste en meest nutteloze gebruik van interne computerpost is berichten uitwisselen met degene die tegenover je zit, of twee bureaus verder. Met de collega die je ook hardop had kunnen aanspreken, of even op de schouder had kunnen tikken. Maar ja, dan had wél iedereen op de afdeling gehoord wat jij te melden had. Dit is veel spannender. Je kijkt elkaar niet aan, maar probeert elkaar wel aan het lachen te maken, en dan maar zien wie van de twee de beste pokerface heeft. Dat is nou echt modern genieten.
Een jaar of tien geleden zag ik voor het eerst zo'n berichtensysteem in een museum in Antwerpen. Daar stonden op verschillende verdiepingen piepkleine monitors op palen. Als je voor zo'n computer stond, kon niemand anders met je meekijken. De bezoekers van het museum konden zich aanmelden met een codenaam, en aan alle aangemelde personen berichten versturen. Ik heb het nog nooit zo spannend gevonden in een museum.
De ‘praatpalen’ stonden op een flinke afstand van elkaar opgesteld. Wie om zich heen keek, in de hoop om degene te betrappen die zich 'Mossel’ noemde, zag in verschillende uithoeken van de expositiezaal mensen stoïcijns in zo'n kastje turen. Zoals in elk museum was het hier stil - net zo stil als het op een werkvloer kan zijn. Maar wat je niet met collega’s doet die je dagelijks ziet, gebeurde hier wel: de gesprekken werden onmiddellijk seksueel. Lekker gore taal uitslaan in een museum, terwijl je de schijn ophoudt van geciviliseerde bezoeker - die dubbelheid was het grote succes van deze installatie.
Het grappige was dat de hitsige sfeer niet zomaar verdween op het moment dat je 'uitlogde’ en de rest van het museum ging bekijken. De afstandelijke relatie die je normaal met museumbezoekers hebt, was verdwenen. Schichtige of ondeugende blikken werden uitgewisseld, en meer dan ooit probeerden de lichamen zich tot elkaar te verhouden.