Pol pot leeft!

Zit hij nu gevangen, is hij dood of heeft hij iedereen weer eens een rad voor ogen gedraaid? Pol Pot houdt de internationale gemoederen opnieuw flink bezig. Alsof er sinds zijn hoogtijdagen niets is veranderd.
EN WEER lijkt het einde van Pol Pots bloedige carrière ophanden, zij het dat niemand precies weet hoe en waarom. Vorig jaar ging het gerucht dat hij aan malaria was gestorven. Sinds een week melden bronnen in Phnom Penh dat Broeder Nummer 1 van de Rode-Khmerbeweging, die Cambodja in de jaren 1975-1979 aan een ongekende geweldorgie onderwierp, door voormalige medestrijders is vermoord dan wel gearresteerd. Als directe aanleiding voor zijn val noemen zij het schijnproces dat de 69-jarige leider in zijn noordelijke jungle-enclave zou hebben gevoerd tegen Son Sen, zijn naaste strijdmakker en veiligheidschef ten tijde van ‘Democratisch Kampuchea’.

Op een videoband die bij de autoriteiten in de hoofdstad werd bezorgd zou te zien zijn hoe de ‘verrader’ Son Sen, zijn vrouw en hun negen kinderen na hun executie voor de zekerheid nog eens werden overreden met een vrachtwagen. Deze zoveelste liquidatie in de eigen gelederen zou de laatst overgebleven Rode-Khmerstrijders ertoe hebben gebracht om zich van Pol Pot te ontdoen en toenadering te zoeken tot Phnom Penh. In een radiobericht uit de jungle, uitgezonden op gezag van een tot nog toe onbekende Voorlopige Regering, werd gemeld dat 'de donkere wolk van het dictatoriale Pol Pot-regime door het Cambodjaanse volk voorgoed is verjaagd’.
In dezelfde radiouitzending betuigde de groepering echter trouw aan Khieu Samphan, de voormalige premier van Democratisch Kampuchea en nominale leider van de Rode Khmer. Samphan onderhandelt al geruime tijd met de machthebbers over zijn eigen regeringsdeelname. Uiteraard was Pol Pot het grootste obstakel op weg naar een coalitie, zodat de jongste berichten omtrent zijn lot met een flinke korrel zout moeten worden genomen. Sommige functionarissen die de genoemde horrorvideo hebben gezien, beweren dat de getoonde lijken niet die van Son Sen en zijn vrouw zijn. De hele affaire is volgens hen een verzinsel om de buitenwereld op het verkeerde been te zetten. Het zou niet voor het eerst zijn dat Pol Pot door middel van een naargeestige afleidingsmanoeuvre het vege lijf tracht te redden.
Mogelijk wordt hij gesteund door gevestigde Cambodjaanse politici, van wie sommigen beschikken over een gewapende aanhang die zij graag willen aanvullen met overlopers van de Rode Khmer. De royalist prins Ranarridd en de leider van de Cambodjaanse Volkspartij Hun Sen, die sinds de door de VN georganiseerde verkiezingen van 1993 de macht delen, spreken elkaar in elk geval tegen. Volgens co-premier Ranarridd zit Pol Pot gevangen, terwijl co-premier Hun Sen bezweert dat hij dood is. De wens lijkt de vader van hun gedachten te zijn. Hun Sen is bevreesd dat de Rode Khmer na een echte of gesimuleerde afrekening met hun leider zullen overlopen naar Ranarridd. Daarentegen wil Ranarridd door de arrestatie van de 'Aziatische Hitler’ zijn internationale prestige vergroten. Tegelijk hoopt hij de voormalige Rode Khmer-aanhangers onder zijn rivalen te verzwakken, omdat hun namen in een eventueel proces tegen Pol Pot zeker in ongunstige zin ter sprake zullen komen.
INTUSSEN wrijft menige Cambodja-expert zich in de handen bij de gedachte dat Pol Pot zich zal moeten verantwoorden. De Londense onderzoeker Steven Heder, die ten behoeve van zijn analyses van het regime talloze interviews met voormalige Rode Khmer-strijders maakte, reisde spoorslags af naar Cambodja om 'deze unieke gebeurtenis van dichtbij mee te maken’. De zaak-Pol Pot is juridisch grondig voorbereid dankzij een maatregel van het Amerikaanse Congres uit 1994, de Cambodian Genicode Justice Act. De wet stelt Amerikaanse fondsen en faciliteiten ter beschikking voor de vervolging, detentie en berechting van de Khmer-leiders. Het bijbehorende onderzoeksprogramma, het Cambodian Genocide Program, is ondergebracht op de historische faculteit van Yale. Daar worden de statistieken en persoonlijke getuigenissen van de slachtoffers van het regime verzameld en geordend onder leiding van de Australische hoogleraar Ben Kiernan. Het programma krijgt medewerking van experts uit de hele wereld, maar het meeste onderzoek wordt door een documentatiecentrum in Phnom Penh verricht.
De Nederlandse onderzoeker Roel Burgler, die in 1990 promoveerde op het onderwerp 'Democratisch Kampuchea’, is minder enthousiast. Burgler: 'Mijn eerste reactie is uiteraard ook: voor de rechter met die man. Het zou een goede zaak zijn, ten eerste omdat hij een enorme misdaad op zijn geweten heeft, maar ook omdat zijn berechting de Cambodjanen kan helpen bij de verwerking van het vele leed en de trauma’s van die tijd. Maar net als in Rwanda of Zuid-Afrika heeft zo'n tribunaal alleen zin als het serieus wordt aangepakt en als het er niet alleen om gaat een zondebok aan te wijzen.’ Volgens hem is de huidige Cambodjaanse context daarvoor niet geschikt. Burgler: 'Zowel Hun Sen als Ranarridd zouden zeker proberen politieke munt te slaan uit het proces als dat in Cambodja gevoerd wordt.’ En dat terwijl er naast Pol Pot veel meer schuldigen zijn aan te wijzen die op tijd zijn overgelopen en nu op weer hoge posities zitten. Neem de vroegere minister van Buitenlandse Zaken, Ieng Sari, die amnestie heeft gekregen en nu een soort vazalstaatje is begonnen.
Een mogelijke berechting van Pol Pot stuit nog op andere bezwaren. Over de precieze aard en oorzaken van de Rode-Khmerterreur lopen de meningen onder experts ver uiteen. De verantwoordelijkheid voor allerlei gebeurtenissen is niet eenduidig vast te stellen. Alleen over de grote lijnen is men het eens. De marginale Communistische Partij van Cambodja (CPC), waaruit de Rode Khmer voortkwamen, wist zich meester te maken van het land nadat de Amerikanen in 1970 de gematigd progressieve koning Sihanoek ten val hadden gebracht en vervangen door de dictator Lon Nol. De daaropvolgende Amerikaanse terreurbombardementen ontwrichtten de plattelandssamenleving van Midden-Cambodja zodanig dat de Rode Khmer met Chinese en Vietnamese hulp de macht konden grijpen. De fanatieke groep rond Saloth Sar, een in Frankrijk opgeleide elektrotechnicus die in 1962 onder het pseudoniem Pol Pot partijsecretaris was geworden, trok de macht aan zich. Geïnspireerd door het maoïsme vestigden zij een feodale staat op basis van absolute terreur, die pas in 1979 door een Vietnamese interventie werd opgerold.
DE BIZARRE denkbeelden en maatregelen waarmee de architecten van Democratisch Kampuchea de 'Eerste Communistische Staat ter Wereld’ wilden vestigen, zijn echter verschillend geïnterpreteerd. De leiders roeiden in elk geval systematisch alle mensen en ideeën uit die hun agrarische heilstaat in de weg stonden. De stadsbevolking werd naar het platteland verdreven en ondergebracht in collectieve nederzettingen, het geld werd afgeschaft en het sociale leven werd volledig ondergeschikt gemaakt aan de normen van het 'eenvoudige boerenleven’. Uit wantrouwen tegen vreemde invloeden recruteerde de Khmer alleen ongeschoolde boeren die nog niet waren 'aangetast’ door westerse ideëen, Vietnamese infiltratie of het stadsleven. Deze onervaren maar fanatieke strijders waren vaak van hun land verdreven door de Amerikaanse bombardementen. Ze teerden, afgezien van op het spaarzame voedsel in de jungle, volledig op hun haat en op de belofte van angkar, de revolutie.
De Khmer ontwikkelden een pathologische haat tegen alle elementen die de plattelandsidylle verstoorden: intellectuelen, stadsbewoners, buitenlanders, maar ook binnenlandse minderheden zoals de Vietnamezen, de Thai en de Chinezen. Zelfs de islamitische Cham die, hoewel van vreemde herkomst, al zo lang in Cambodja leefden dat ze nota bene staan afgebeeld op de bas-reliëfs van de door de Khmer aanbeden Angkor, werden tot erfvijanden verklaard. De haat keerde zich ook tegen het eigen volk, tegen de 'Khmer-lijven met een Vietnamese geest’, zoals de term luidde waaronder de slachtoffers in de Kampucheaanse annalen werden bijgeschreven. Genoemde Ben Kiernan heeft een gezaghebbende studie van de Rode Khmer op zijn naam staan, The Pol Pot Regime: Race, Power and Genocide in Cambodia under the Khmer Rouge 1975-79, waarin hij concludeert dat het regime niet zozeer marxistisch als wel racistisch was. De eeuwenoude angst voor Vietnamese overheersing en ondergang van het Khmer-ras zou het ware motief achter de terreur zijn geweest.
Burgler: 'Er waren veel meer factoren in het spel, zoals de Amerikaanse bombardementen, de steun van de Chinezen en Thais. Er was ook geen sprake van genocide in formele zin, dat wil zeggen de uitroeiing van een hele groep omwille van de uitroeiing. De Rode Khmer schakelden eenvoudig iedereen uit die hun plannen dwarsboomde, te beginnen met de leiders; ze onthoofdden bij wijze van spreken alle bevolkingsgroepen zodat die geen weerstand meer konden bieden. Ze hadden een puur instrumentele kijk op mensen. Ik schat dat nog geen kwart van de slachtoffers daadwerkelijk is vermoord, de rest is verhongerd of overleden door ziekte en verwaarlozing.’