Polderen

Geen enkele partij die meedoet aan de waterschapsverkiezingen op woensdag is neutraal. Maar dat betekent niet dat ze niet kunnen beslissen.

Of je in de huidige tijd nu houdt van polderen of juist vindt dat dit gepalaver de politieke besluitvorming traineert, in Nederland kunnen we er niet omheen dat het waterschap een van de oudste instituties is van ons staatsbestel. Het eerste officiële hoogheemraadschap, Rijnland, dateert uit 1255 en had een bestuur dat in onderling overleg de waterhuishouding in deze polder regelde, het hele prille begin van onze democratie. Gebaseerd op het uitgangspunt ‘belang-betaling-zeggenschap’. Wie meer belang had, betaalde meer en had ook meer zeggenschap.

Inmiddels betalen alle huishoudens waterschapsbelasting en mogen alle kiesgerechtigden op de dag van de Provinciale-Statenverkiezingen ook hun stem uitbrengen op het bestuur van het eigen waterschap. Dat instituut mag dan oud zijn en het spreekwoordelijke polderen een eerste vorm van democratie, de belangstelling voor deze verkiezingen is gering. Ooit was de polder een voorloper, inmiddels is die échte polder een achterblijver waar het gaat om betrokkenheid, een ondergeschoven kindje.

Je zou kunnen denken dat we na al die eeuwen er zo op vertrouwen dat droge voeten achter stevige dijken en schoon drink- en zwemwater goed geregeld zijn, dat dit de geringe belangstelling verklaart. Maar dan zou er gezien de gevolgen van de klimaatverandering toch sprake moeten zijn van een opleving. Want hoe veilig zijn we nog achter die dijken als de waterspiegel stijgt? Hoe moeten hoosbuien of juist periodes met droogte worden opgevangen? Welke energiebron wordt gebruikt om polders droog te malen? Hoe hoog moet de waterstand in een polder eigenlijk zijn, gezien het inklinken ervan? En hoe zuiveren we het drinkwater van alle medicijnresten die er via onze urine in terechtkomen?

In mijn eigen wijk blijkt een lijsttrekker te wonen voor een partij die meedoet aan de waterschapsverkiezingen, volgende week woensdag. Mijn oog viel op het verkiezingsaffiche achter zijn raam. ‘awp niet politiek, wel deskundig’. awp staat voor Algemene Waterschapspartij. Inderdaad, deze partij doet alleen mee aan waterschapsverkiezingen, in alle 21 waterschappen die Nederland nu telt, waar het er ooit zo’n 2600 waren. De awp bestaat sinds 2007, een jaar later deden voor het eerst partijen mee aan deze verkiezingen. Voordien kon je alleen stemmen op personen die zich op individuele basis verkiesbaar hadden gesteld. Sinds elf jaar kun je niet alleen op een partij als de awp of andere ‘water’-partijen stemmen, maar ook op landelijke politieke partijen, zoals vvd, cda of pvda.

Die woorden, ‘niet politiek, wel deskundig’, op dat affiche van de awp zijn natuurlijk een verwijzing naar die landelijke politieke partijen. Maar bij mij wekte het eerst verbazing en vervolgens ergernis op. Die woorden pretenderen dat beslissingen over de waterhuishouding ‘neutraal’ zouden zijn, een kwestie van techniek. Ze verwijten vertegenwoordigers van politieke partijen dat ze desondanks politieke spelletjes spelen. ‘Niet politiek, wel deskundig’ behelst daarnaast ook nog eens dat die vertegenwoordigers van politieke partijen niet deskundig zouden kunnen zijn en daarbovenop dan nog weer dat je zonder ‘water’-achtergrond niet zou kunnen oordelen over wat een waterschap te doen staat. Zo van: laat het maar aan ons over, wij weten het beter.

Deskundigen zullen net als politici van mening verschillen over de aanpak van problemen

Toen Thierry Baudet van Forum voor Democratie bij de landelijke verkiezingen van 2017 voor het eerst meedeed, pleitte hij voor een zakenkabinet. Ook dat impliceert dat als je maar deskundigen ergens neerzet er goede beslissingen worden genomen, die niet vanuit een ‘politieke’ overtuiging geïnspireerd zijn. Onzin. En in de kern ondergraaft het de democratie.

Je kunt ook als lid van een ‘water’-partij na het afwegen van argumenten een beslissing nemen over het grondwaterpeil die in het voordeel uitpakt van de landbouw. Dat is niet voorbehouden aan cda-leden. Zoals je ook geen lid van GroenLinks hoeft te zijn om bij het bemalen van de polder te kiezen voor klimaatvriendelijke windmolens. Of lid van de pvda om bij het zuiveren van water op medicijnresten te kiezen voor preventie.

Ook deskundigen kunnen én zullen, net als politici, van mening verschillen over aanpak van problemen, het tempo waarin die problemen kunnen worden opgelost, de kosten die gemaakt kunnen worden en de daarmee samenhangende hoogte van de (waterschaps)belasting. Mijn buurtgenoot, de awp-lijsttrekker, beaamde dat overigens onmiddellijk toen ik hem sprak: zet vijf deskundigen bij elkaar en je hebt zes meningen. Mijn uitleg van de slogan van zijn partij, daar had hij nooit aan gedacht, was volgens hem ook niet wat ermee werd bedoeld.

Zoals ik bij het invullen van de stemwijzer op de site van mijn waterschap op mijn beurt dacht dat preventie een goed middel is om medicijnresten in het drinkwater te voorkomen en daarom niet koos voor zuivering van het drinkwater bij het waterzuiveringsbedrijf. In het gesprek met de lijsttrekker leerde ik echter dat preventie een moeizame weg is. Bij een ziekenhuis kun je alle urine in één keer opvangen en zorgen dat deze niet met medicijnresten en al in het riool komt. Dat per huishouden doen is veel ingewikkelder en kostbaarder.

Om een echte keuze te kunnen maken bij dit soort beslissingen moet je meer willen weten. Maar meer weten, noem het deskundigheid, leidt niet automatisch tot dat ene, alles zaligmakende ‘beste’ besluit. Dat ‘beste’ besluit blijft een strijd om politieke ideeën en idealen. Ook bij het waterschap. En vraagt om polderen, ook in de échte polder.