Polen zien vooral zichzelf als slachtoffer

Warschau – Het is 1996. In de Rijksuniversiteit Leiden luisteren studenten naar een verhit gesprek tussen een Nederlandse promovendus en een Poolse uitwisselingsstudent.

De promovendus heeft in de jaren tachtig zijn kapotte speelgoed naar Polen gestuurd, als onderdeel van de actie ‘Help Polen de winter door’. De Pool ergert zich, niet aan dat speelgoed, maar aan de hulp zelf. Die vindt hij vernederend. Hij, trotse Pool, was juist naar het Westen gekomen om af te zijn van wat hij de ‘Poolse cultus van het slachtofferschap’ noemt. Hij bijt de promovendus toe: ‘Wacht maar. Over tien jaar kopen wij dit hele land op.’

Wij, dat is: wij Polen. Volk van de toekomst.

De Pool is inmiddels een rijke investeerder. Maar niet al zijn voorspellingen komen uit: de Poolse economie is in de laatste 25 jaar verdubbeld, maar Nederland overnemen, dat zit er niet in. Ook de slachtofferschapscultuur is niet verdwenen. De miljarden euro’s uit Brussel worden door de meerderheid van de Polen niet als vernedering maar als terechte herstelbetaling gezien – ter compensatie van al het leed dat nazi’s en communisten hun hebben aangedaan, mede door het ‘verraad van het Westen’, in Jalta.

Het idee van slachtofferschap gaat zo ver dat Jaroslaw Kaczynski, leider van de regerende partij PiS, Duitsland ooit opriep zetels in het Europese Parlement af te staan aan Polen. Zijn redenering: zonder de moordzucht van de nazi’s had Polen nu aanzienlijk meer inwoners gehad. En dus recht op meer zetels.

Het blijkt dat zelfverklaard slachtofferschap het tonen van naastenliefde niet eenvoudig maakt. Polen geeft nauwelijks ontwikkelingshulp. Vluchtelingen wil het niet opnemen.

Beide doen de pr van het land geen goed, beseffen Poolse diplomaten. Bij het meest tot de verbeelding sprekende Poolse nieuws van het afgelopen jaar, de mogelijke vondst van een ondergrondse ‘nazi-trein’, keek een diplomaat angstig toe. Vertelde hij me. Op voorwaarde van anonimiteit legt hij het uit: ‘Stel dat we inderdaad een trein vinden vol goud dat nazi’s hebben gestolen van joden. Dan zal de wereld zeggen: geef alles aan een joodse holocaustorganisatie. Begrijpelijk. Maar de meerderheid van de Polen zal woedend reageren. Wij zijn immers slachtoffers, en anders dan de joden zijn wij ook nog eens niet-erkende slachtoffers.’

Hij onderstreept hoe onproductief zo’n zelfbeeld is. ‘Als je de wereldeconomie als een wolkenkrabber ziet, zitten wij bijna bij jullie in het penthouse. We hebben geen reden meer voor al het gezeur. Maar zolang we dat niet erkennen, zal het ons nooit lukken ruimhartig te zijn.’