Podcast: Bunga bunga

Politiek curiosum

Bunga bunga © Wondery

Van gladde vastgoedverkoper en mediamagnaat tot machtig politicus, voorzien van een laag zelfbruiner waar zelfs de meest schaamteloze seksescapades op afketsen – totdat de publieke heldenverering even plotseling als onvermijdelijk omslaat in verachting. Dat is het verhaal van podcast Bunga bunga, over de opkomst en ondergang van Silvio Berlusconi, bezien vanuit Amerikaans perspectief. De hedendaagse parallellen hoeven niet te worden uitgespeld om er toch duimendik bovenop te liggen.

De 84-jarige oud-premier was begin septem-ber net in het ziekenhuis opgenomen met het coronavirus toen podcastnetwerk Wondery de eerste aflevering online zette. Wondery had eerder al succes met true crime-onderzoeken als Dirty John en The Shrink Next Door, waar-voor ze samenwerkten met journalisten van grote Amerikaanse kranten. De productiemaatschappij valt op door haar vloeiende vertelstijl vol vaart en humor, maar maakte voor Bunga bunga een in de podcastwereld ongebruikelijke keuze. Waar podcasts vaak gepresenteerd worden door de journalisten die het onderzoek zelf uitvoerden, besteedt Bunga bunga de vertellersrol uit aan komiek en actrice Whitney Cummings.

Het is duidelijk dat Cummings totaal niet thuis is in het onderwerp. Die frisse blik heeft als voordeel dat ze zich soms oprecht over de Berlusconi-jaren verbaast. Haar ontzetting drukt ook een minder onbevangen publiek opnieuw met de neus op de bizarre feiten. Toch wordt de naïviteit op den duur storend voor de Europese luisteraar die de afgelopen tien jaar weleens een krant opengeslagen heeft, en bij wie de woorden ‘bunga bunga’ nu eenmaal niet het grote mysterie oproepen dat Cummings steeds suggereert.

De podcast balanceert op het dunne randje tussen politieke geschiedenis en sensationalisme, waarbij het evenwicht iets te vaak uitslaat naar het laatste. Dat is jammer, omdat vooral de afleveringen over de vroege carrière van Berlusconi rijk zijn aan details en anekdotes die ook de gemiddelde Europese krantenlezer niet helder op het netvlies zullen staan en die wel degelijk bijdragen aan een completer beeld.

Neem de bizarre manier waarop Berlusconi in 1974 een villa vol miljoenenkunst voor een spotprijs van een 21-jarige erfgename afhandig maakte. Of het feit dat onderzoeksrechter Paolo Borsellino in 1992 al Franse tv-journalisten had getipt over financiële banden tussen Berlusconi en de maffia, in een interview dat in Italië nooit uitgezonden was. Twee maanden later werd Borsellino door de Siciliaanse maffia vermoord en verdwenen de bevindingen weer jaren naar de achtergrond. Een andere intrigerende rode draad is tegenstrever Ilda Bocassini, een rechter die steeds opduikt op Berlusconi’s pad, maar als personage nooit echt reliëf krijgt.

Bunga bunga ontbeert de grondigheid van politiek-historische podcasts als Slow Burn (van Slate), waarin de makers eerder de Clinton-Lewinsky-affaire minutieus ontleedden en in het nieuwste seizoen de opkomst van neonazi David Duke onder de loep namen. Bunga bunga is toegankelijker en vermakelijker, maar uiteindelijk toch onbevredigend. Anders dan Slow Burn slaagt de podcast er niet in de overbekende geschiedenis in een nieuw licht te plaatsen. Zo blijft Berlusconi toch vooral een curiositeit, die toevallig veel gemeen heeft met dat andere politieke curiosum.


Bunga bunga is te beluisteren via alle podcastplatforms