Politiek gezwabber

Oud-topman van woningbouwcorporatie Vestia, Erik Staal, is de verpersoonlijking geworden van alles wat fout is in de wereld van de woningbouwcorporaties. De man omringde zich met maatjes, had er belang bij dat het toezicht op het doen en laten van Vestia onder de maat was, bracht zijn woningbouwcorporatie door de handel in derivaten op de rand van de afgrond en verrijkte zichzelf.

Medium commentaar 26 2013

Zolang het goed ging met de derivatenhandel van Vestia was Staal echter de held in diezelfde corporatiewereld. Ook toen was hij de verpersoonlijking van de sector, maar dan van hoe het zou moeten in de nieuwe wereld van de sociale woningbouw.

Dat het interimbestuur van Vestia haar oud-topman nu voor bijna twee miljard euro persoonlijk financieel aansprakelijk wil stellen voor de geleden schade, zoals vorige week bekend werd, is een goede zaak. Maar het zou een slechte zaak zijn als het idee zou postvatten dat met het aanpakken van personen die hun moreel kompas kwijt waren – zoals koepelorganisatie Aedes onlangs enigszins de hand in eigen boezem stak – de problemen in de wereld van de woningbouwcorporaties zouden zijn opgelost.

Er zit daar veel meer structureel scheef en fout, en ook de politiek speelt daar een rol in. Dat blijkt uit het onderzoek van de masterclass onderzoeksjournalistiek onder leiding van Marcel Metze dat deze week in De Groene wordt gepubliceerd. De grootste weeffout in de woningbouwsector is eind vorige eeuw door de politiek gemaakt. Onder invloed van het toen in zwang zijnde vrijemarktdenken werden de corporaties op afstand van de rijksoverheid gezet en waren ze niet langer slechts uitvoerder van het volkshuisvestingsbeleid van de rijksoverheid. Ze werden echter ook geen echte marktpartijen die op die vrije markt om konden vallen: de overheid bleef garant staan voor hun miljardenleningen.

Het daarbij horende toezicht op de financiële handel en wandel van de corporaties was echter niet goed geregeld. De politiek werd het daar om ideologische redenen onderling niet over eens en de sector zelf hield het toezicht maar wat graag buiten de deur. De corporaties wilden zelfregulering, maar blijken die verantwoordelijkheid als geheel niet aan te hebben gekund.

Dat de zelfregulering zwak was, werd mede veroorzaakt door het ons-kent-ons-gehalte bij de besturen en raden van toezicht van woningbouwcorporaties en bij de organisaties die toezicht op hen hadden moeten houden. Als er bovendien goed geld verdiend kan worden door adviseurs, accountants en directieleden door hun mond te houden over financiële misstanden of risico’s, maakt dat zelfregulering uiteindelijk tot een lachertje. De sector is daar schuld aan, maar de politiek had dit moeten doorzien.

Wat de politiek zichzelf ook moet verwijten, is het zwalkende beleid van de afgelopen jaren. Dan weer moesten corporaties woningen verkopen, daarna juist weer meer sociale woningen bouwen. Dan weer moesten de corporaties meer doen voor een wijk dan alleen huizen verhuren, kort daarna kwam de politiek ook daar weer op terug.

Erik Staal is het gezicht geworden van wat er fout is in de wereld van de woningbouwcorporaties, maar wat er fout ging is te danken aan halfslachtig overheidsbeleid, grootheidswaanzin, verloren morele kompassen, achter de mode aan lopen, benauwende relaties en politiek gezwabber. Begin volgend jaar zal de parlementaire enquêtecommissie Woningbouwcorporaties dat ook te horen krijgen als ze hun getuigen gaan oproepen.