Zwarte zwanen Marcel van Dam

‘Politiek is altijd moralistisch’

Oud-PvdA-politicus Marcel van Dam voelt zich nog altijd een sociaal-democraat, maar er is geen partij meer die zijn idealen vertolkt. Hij ziet het populisme als een grote bedreiging voor het politieke systeem. En áls hij al twijfelt, is het over mogelijkheden om de verslechteringen van de afgelopen decennia terug te draaien.

‘EEN SPIJKERHARDE man, overtuigd van het eigen gelijk, een echte straatvechter.’ Dat zijn volgens Marcel van Dam hardnekkige vooroordelen over hem. ‘En die staan ver af van de werkelijkheid.’ Marcel van Dam (1938) was minister voor de Partij van de Arbeid, voorzitter van de Vara, presentator van televisieprogramma’s als Het Lagerhuis, De achterkant van het gelijk en De Ombudsman.
Nu laat hij nog vooral van zich horen als columnist voor de Volkskrant. ‘Ik weet dat ik vaak de indruk wek dat ik niet buigzaam ben. Aan de andere kant, ik hoor nooit iemand een bewering doen en erbij zeggen: “Ik weet niet of ik gelijk heb.” Als je iets beweert, dan denk je dat je het bij het rechte eind hebt.’ Een ander terugkerend verwijt is dat hij moralistisch is: ‘Dat hoor ik alleen van politieke tegenstanders uit de tijd dat het geen goede gewoonte was om aan de moraal te refereren. Ze vergeten dat politiek altijd moralistisch is. Wetten leggen vast wat burgers wel en niet mogen.’
Als zijn favoriete tegenstander noemt Van Dam het Tweede-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem, die lang PVDA-woordvoerder was op het gebied van integratie en jeugdzorg: ‘Dijsselbloem is het prototype van de politicus die aanleunt tegen opvattingen die niet deugen. Als je het stemgedrag goed bekijkt, zie je dat de fractie van de PVDA voor negentig procent het beleid van minister Verdonk heeft gesteund. Dat is voor mij een gruwel. De Partij van de Arbeid heeft op het terrein van integratie standpunten die ik verafschuw, dus pak ik de woordvoerder daarvan aan. Dijsselbloem is ongetwijfeld een aardige man – we hebben elkaar nooit ontmoet – maar met de verkeerde standpunten. Dat geldt ook voor Wouter Bos. Ik ken hem redelijk goed. Het is een aardige man, maar met de verkeerde standpunten.’
Een zwarte zwaan bewijst dat niet alle zwanen wit zijn. Maar wereldbeelden veranderen volgens Van Dam niet van het ene op het andere moment: ‘Op een gegeven moment kom je tot de conclusie: daar denk ik nu anders over.’ Zo ging het toen hij van zijn katholieke geloof viel. En zo ging het ook met de vervreemding van de Partij van de Arbeid: ‘Ik neem het mezelf kwalijk dat ik niet eerder heb gezien hoe ernstig de situatie binnen de partij was. Ik had eerder moeten bedanken.’ Van Dam is nog altijd een sociaal-democraat in hart en nieren, maar hij ziet geen partij meer die deze beginselen vertegenwoordigt: ‘In het begin van mijn PVDA-lidmaatschap werd ik door de linkerflank als uiterst rechts beschouwd. Ik heb de partij door de jaren heen aan me voorbij zien trekken en kwam uiteindelijk uiterst links terecht. Toen heb ik bedankt.’
Van Dam gelooft niet dat zijn stevige kritiek op Wouter Bos de oorzaak was van de verkiezingsnederlaag in 2006. Wel heeft hij met zijn optreden de neerwaartse lijn versterkt: ‘Daar ben ik niet trots op. Maar ik ergerde me mateloos aan de afbreuk van de verzorgingsstaat. Niemand lijkt oog te hebben voor het feit dat ouderen, als hun inkomen wordt gekort, dat niet meer kunnen herstellen.’ In feite is er niets mis met de huidige oudedagsvoorziening, stelt Van Dam. Hij maakt zich kwaad over recente uitspraken van minister Donner, die stelt dat de AOW-leeftijd omhoog moet om de economie draaiende te houden. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft dat de potentiële beroepsbevolking de komende dertig jaar met één miljoen zal afnemen, terwijl het aantal 65-plussers met zo’n twee miljoen stijgt. In het jaar dat de AOW werd ingevoerd, waren er voor iedere AOW’er zes potentiële premiebetalers. Als we niets doen, daalt dat aantal de komende dertig jaar tot twee. Dat betekent dat de stijgende lasten door steeds minder schouders worden gedragen. ‘Dat is een pure leugen’, zegt Van Dam. ‘Ik heb de nota van het CPB over de vergrijzing nauwkeurig bestudeerd. Donner suggereert dat de AOW-uitgaven worden opgebracht door premies. In 1996 is echter besloten dat moet worden voorkomen dat de werkenden steeds hogere premies betalen als gevolg van de vergrijzing. De AOW-premie is daarom gemaximeerd en de tekorten worden bijgepast uit de belasting. Er komen steeds meer ouderen die gemiddeld per persoon steeds meer belasting betalen. Ouderen betalen steeds meer belasting omdat er steeds meer ouderen komen. Ze draaien dus zelf voor de kosten op. Wat is het probleem?’
Donner is volgens Van Dam opzettelijk bezig burgers bang te maken: ‘In de wet staat dat de AOW twee keer per jaar wordt aangepast aan de stijging van de cao-lonen. Dat is overigens de afgelopen dertig jaar niet gebeurd. Het CPB hanteert een andere definitie van wat welvaartsvast is. Het rekent ook met een incidentele verhoging van de AOW. Opeens lijkt de AOW miljarden duurder te zijn.’
Die opzettelijke bangmakerij is volgens hem een beproefde politieke methode: ‘De laatste tien jaar worden allerlei impopulaire maatregelen aan de man gebracht door mensen bang te maken voor de vergrijzing.’ Dat lijkt een cynisch wereldbeeld. Toch ziet hij zichzelf niet als een cynisch man: ‘Het enige probleem van de vergrijzing is het tekort aan arbeidskrachten. Er zijn genoeg ouderen die na hun 65ste iets willen doen. Het enige wat de overheid hoeft te doen, is omstandigheden creëren waarin ouderen de vrijheid krijgen om werk te doen dat ze leuk vinden.’

MARCEL VAN DAM legt sterk de nadruk op de sociale bepaaldheid van het menselijk gedrag: ‘We hebben allemaal het goed en kwaad in ons. Wat eruit komt, hangt van de omstandigheden af.’ Dat geldt ook voor zijn eigen leven. Dat hij sociologie ging studeren, was eigenlijk toeval. ‘Ik droomde ervan om te emigreren naar Amerika. Toen ik echter mijn eindexamen deed, lag mijn oudste broer op sterven. Zelf studeerde hij in zijn vrije tijd sociologie. Hij moedigde mij aan om datzelfde te doen. De dag voor mijn broer stierf, zat ik aan zijn bed. Hij had me die dag in de tuin zien werken en begon te huilen. Hij realiseerde zich dat hij zijn eigen kinderen nooit zou zien opgroeien. Toen vroeg hij me: “Heb je al een beslissing gemaakt over je studie?” Ik loog tegen hem. Ik vertelde dat ik net de dag ervoor had besloten om me in te schrijven voor de studie sociologie. Die leugen heeft mijn leven bepaald. Uit loyaliteit aan mijn broer ben ik sociologie gaan doen. Daar heb ik nooit spijt van gehad, ik dank de heer op mijn blote knieën dat ik niet ben vertrokken naar Amerika.’
Ook de oorlog was bepalend voor het wereldbeeld van Marcel van Dam. Zijn vader was in de oorlog een politieagent die – samen met vijf collega’s – weigerde joden op te pakken. Een held, volgens velen. Van Dam ziet dat anders: ‘Stel dat mijn vader niet die vijf collega’s had gehad, was hij dan ook naar de korpsleiding gestapt met de mededeling dat hij geen joden wilde oppakken? Misschien niet. En dan? Helden bestaan niet. Mijn vader kwam in omstandigheden terecht waarin hij gedrag vertoonde dat we nu heldendom noemen.’
Van Dam praat niet graag over zichzelf. Zijn turbulente verleden – hij zat tijdens de oorlogsjaren zonder zijn ouders ondergedoken en dacht dat zijn vader dood was – heeft hem niet getraumatiseerd. Hij vindt het niet nodig te psychologiseren: ‘Misschien komt dat doordat ik denk dat mijn privé-leven voor anderen minder interessant is. Mijn opvattingen zijn daarentegen des te interessanter. Iemands biografie maakt zijn argumenten niet overtuigender. Andersom geldt dat ook. Je kunt zaken bepleiten die je zelf niet altijd kunt opbrengen. Ik rijd wel eens te hard, maar toch ben ik voor een snelheidslimiet. Dat is niet hypocriet. Als dat hypocriet is, is het leven hypocriet.’
Van Dam heeft nog altijd een duidelijke opvatting over de taak van de politiek. ‘In onze maatschappij zijn we meer en meer verantwoordelijk voor eigen welvaart en welzijn. Die rat race kent veel afvallers. Het eigenbelang is dominanter geworden. Nu kun je de samenleving niet terugdraaien. Wat wél kan, is de droom levend houden dat we met z’n allen verantwoordelijk zijn voor elkaar. Dát zouden politici moeten doen.’
De oud-politicus ziet het populisme als een grote bedreiging voor het politiek systeem: ‘Het weerhoudt politici ervan echt in discussie te gaan. Voor 1980 gingen partijen met hun ideologie de boer op om stemmen te winnen. Nu stappen politici naar Maurice de Hond. Op basis van zijn opiniepeiling formuleren ze hun standpunten. Als de samenleving verandert, zou je de middelen moeten veranderen om je doelen te bereiken. Politieke partijen hebben echter hun doelstellingen opgegeven. De successen in de politiek worden te vaak behaald met verkeerde middelen. Een succes wordt gezien als een rechtvaardiging van een maatregel. Dat is belachelijk. Voordat je iets doet, moet je bedenken: is het moreel acceptabel wat ik doe? Dat gebeurt tegenwoordig niet meer.’

VAN DAM bepleitte in 1972 in een boek over zijn werk als Ombudsman een andere inrichting van de overheid. Hij wilde af van de anonieme, grootschalige organisaties en wilde dat burgers meer zeggenschap kregen: ‘Daar sta ik nog altijd achter. Ik beschrijf hoe je allerlei sociale voorzieningen die mensen in hun dagelijks leven raken – gezondheidszorg, onderwijs, verkeer – onder zelfbestuur van mensen moet brengen. Daardoor krijgen ze er belang bij dat het goed gaat, komen ze met elkaar in contact en regelen de zaken onderling.’ Het persoonsgebonden budget (PGB) is een typisch voorbeeld van zorg onder zelfbestuur. De ontvanger mag zelf invullen welke zorg hij of zij wenst. Er wordt veel misbruik van gemaakt. Laaggeschoolde allochtonen schakelen bemiddelingsbureaus in, die vervolgens misbruik maken van die afhankelijkheid door hun klanten een poot uit te draaien. Toch brengen deze voorbeelden het wereldbeeld van Van Dam niet aan het wankelen: ‘Het verbaast mij niets. Je kunt geen bestuursregel bedenken waarvan geen misbruik wordt gemaakt. Je kunt proberen misbruik tegen te gaan, maar je moet het kind niet met het badwater weggooien.’
Waar hij wél over twijfelt, is of zijn ideaal van een zorgzame samenleving nog kan worden gerealiseerd: ‘Kunnen we nog herstellen wat er in 25 jaar is misgegaan? Die vraag is bijna existentieel voor me. Ik geloof wel dat het kan, dat we met z’n allen verantwoordelijk zijn voor elkaar. Het geloof kan bergen verzetten. Je moet alleen mensen hebben die dit geloof verspreiden. In Nederland hebben we die niet. De politiek is op weg naar de afgrond.’ Toch blijft hij zoeken naar een manier om zijn ideale samenleving te verwezenlijken: ‘Zoals Goethe zegt: wie zoekend voorwaarts treedt, mag op verlossing hopen.’

Dit gesprek is gebaseerd op een interview met Marcel van Dam in de radiotalkshow OBA Live van LLink, AM 747. In de volgende aflevering (maandag 10 augustus van 19.00-21.00 uur) is Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam te gast