Rutte I Rondetafelgesprek over het ontevreden Nederland

‘Politiek is geen oplossingsmachine’

Vijf hoogleraren praten over het nieuwe kabinet en de gedoogsteun van de PVV. ‘Het lijkt me onwaarschijnlijk dat dit kabinet de oplossing voor het onbehagen gaat brengen.’

‘DIT NIEUWE kabinet gaat de wezenlijke problemen uit de weg’, verzucht Herman van Gunsteren, emeritus hoogleraar politieke theorieën in Leiden. 'Zelfs als het slaagt in zijn opzet om de immigratie met de helft terug te dringen, is het de vraag of het de binding herstelt met de zogenaamde contrademocratie, met de burgers die wel politieke belangstelling hebben maar zich verzetten tegen het politieke bestel. Dat is in heel Europa een flink deel van de bevolking. De kunst is om die mensen te binden aan het bestel. Maar de radiostilte rond de kabinetsformatie deed al denken aan een machtswisseling in het Kremlin. En omdat het een precair minderheidskabinet is, zal er de komende tijd nog veel meer achter gesloten deuren worden bedisseld. Dat is geen doorbreking van de achterkamertjespolitiek waaraan de antidemocratie zo'n hekel heeft.’
De Schreierstoren, de enige bewaarde verdedigingstoren van Amsterdam, staat er mooi bij in het herfstlicht. Zowel locatie als tijdstip van ons hooggeleerd rondetafelgesprek lijkt symbolisch voor de multiculturele grootsteedsheid, gesymboliseerd door de grachtengordel, die momenteel in zo'n kwaad daglicht staat. Naast Van Gunsteren zijn aangeschoven Frank Ankersmit, emeritus hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis in Groningen, Ruben Gowricharn, hoogleraar sociale cohesie en transnationale vraagstukken in Tilburg, hoogleraar electorale politiek Jean Tillie (UvA) en de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Henk te Velde.
We praten over het nieuwe kabinet en de voor Nederland uitzonderlijke gedoogconstructie met steun van de PVV, die als geen andere partij het onbehagen in de politiek en de samenleving uitdraagt. Herman van Gunsteren: 'Wat mij het meest verontrust, is dat mensen als Rutte en Bosma zeggen dat ze nu “één kans” krijgen om de problemen op hun manier aan te pakken. En dat ze die per se willen benutten. Ze zullen dus moeilijk tot aftreden zijn te bewegen als ze falen. En dat met een regeerakkoord waarin ze zeggen de grenzen van het recht te gaan opzoeken. Ik ben daar niet gerust op. Het gaat er nu al zo hard aan toe. Kijk naar de behandeling van de Koningin tijdens de informatie.’
Frank Ankersmit heeft in het geheel geen moeite met de huidige polarisatie: 'In de “paarse jaren” deed de politiek niets aan een aantal vraagstukken. De belangrijkste vraag was of de vader van Máxima bij het huwelijk mocht zijn. Ik herinner me de hoogtijdagen van Joop den Uyl, een man die buitengewoon opruiend was, maar zijn polariserend optreden bracht belangrijke kwesties helder op het netvlies. Momenteel gebeurt dat met immigratie en integratie. Als je je afvraagt waarom we nu populisme hebben, dan luidt het antwoord: dat krijg je wanneer een bepaald probleem waaraan de bevolking zwaar tilt systematisch door regeringen wordt genegeerd. Er ontstaan onvermijdelijk nieuwe partijen die daarop reageren. Ik vind het heilzaam dat die etterpuist onder de oppervlakte van de samenleving wordt opengeprikt zodat een aantal problemen adequaat kan worden aangepakt.’
De hoge toon van sommige politici verontrust hem niet: 'Dat Wilders het bestaat om minister Ella Vogelaar “knettergek” te noemen is helemaal niet erg. Dat dacht Wouter Bos zelf waarschijnlijk ook, al zei hij het niet. In het Britse Lagerhuis is het sinds jaar en dag catch as catch can. Waarom niet? Het schept duidelijkheid.’
'Op zich ben ik niet tegen polarisatie’, zegt Jean Tillie, 'maar het wordt bedenkelijk als de helft van de bevolking een groot probleem ziet en de andere helft ziet het absoluut niet. En polarisatie in een democratie is alleen gezond als er een krachtig maatschappelijk middenveld bestaat van organisaties die het debat kunnen aangaan zonder dat de deelnemers zich persoonlijk aangevallen hoeven te voelen. Ik heb veel onderzoek gedaan naar etnische organisaties en hun functie in de democratie. Daaruit blijkt dat hoe meer van zulke organisaties er zijn, hoe meer integratie er plaatsvindt. Dat creëert draagkracht. Mensen participeren dankzij die organisaties meer en beter in de democratie. Ze voelen zich sterk genoeg om een debat aan te gaan. Toen Fitna werd uitgebracht, hebben moslimorganisaties veel moeite gedaan om verhitte reacties te dempen en geweld te voorkomen. Het roemruchte “theedrinken” van Cohen heeft daarbij ook geholpen. Als het zo pas gepresenteerde regeerakkoord wordt uitgevoerd, wordt die draagkracht ondergraven. Polarisatie in combinatie met individualisering kan leiden tot radicalisering. Daar maak ik me zorgen om.’
'Doel je met radicalisering alleen op moslims of op de hele Nederlandse bevolking?’ vraagt Frank Ankersmit.
Jean Tillie: 'Op de hele bevolking. Polarisatie heeft een radicaliserende uitwerking op iedereen die in een sociaal isolement verkeert.’
Henk te Velde: 'Maar tussen wie speelt die polarisatie zich precies af? Er lijkt weliswaar een meerderheid te zijn voor het komende kabinet, maar die meerderheid is het zeker niet voltallig met Wilders eens. Er is vooral sprake van polarisatie tussen een relatief kleine groep die Wilders steunt en een veel grotere groep die niets in hem ziet. Het is opmerkelijk dat die kleinere groep, die zich de laatste jaren op alle manieren heeft afgezet tegen de politieke wereld, nu min of meer daarin wordt opgenomen. Het is de vraag of en hoe lang dat goed gaat.’
'Ik heb ook geen bezwaar tegen polarisatie’, zegt Van Gunsteren, 'zolang men maar tevens zoekt naar een gemeenschappelijke oplossing. In de rechtszaal wordt gepolariseerd, maar op een goed moment hakt de rechter de knoop door. In de wetenschap wordt gepolariseerd, maar daar zijn mechanismen om de meningsverschillen te reguleren en beslechten. Politici klagen vandaag de dag voortdurend op hoge toon over de andere partij, maar nergens vindt meer een uitwisseling van gedachten plaats.’
Te Velde: 'Het grote verschil met de jaren zeventig is inderdaad dat ook een polariserend man als Den Uyl de smalle marges van de democratie erkende. Politiek gaat over meningsverschillen, vaak van fundamentele aard. Als die meningsverschillen geen plaats kunnen krijgen in de politiek, waar dan wel? Onder Paars verzuchtten we allemaal dat de politiek “nergens meer over ging”. Welnu, vandaag gaat het weer ergens over. Maar je moet je afvragen of problemen op de goede manier aan de orde worden gesteld en of we bezig zijn met zoeken naar oplossingen. In het geval van Wilders denk ik dat we het spel zullen moeten meespelen en kijken hoe ver we kunnen komen met zijn partij. Mijn grote vrees is echter dat we te snel gaan zoeken naar een nieuwe consensus waaronder de meningsverschillen worden weggemoffeld. Dat we in dit land met z'n allen wat opschuiven naar rechts om de lieve vrede te bewaren. Dan ontstaat het gevaar dat de grootste schreeuwers voortaan de toon zetten en het beleid beïnvloeden.’

HENK TE VELDE begrijpt ook niet waar de drie heren die het nieuwe kabinet gaan vormen nu precies zo gelukkig mee zijn: 'Wilders wil in de eerste plaats de islam en de linkse hobby’s aanpakken. Hij en zijn groep denken: nu zijn wij eindelijk aan de beurt. De VVD wil in de eerste plaats de economische crisis bestrijden. Rutte zelf is vooral verguld dat hij de eerste liberale premier sinds Pieter Cort van der Linden wordt. Ik geloof dat hij dat zó mooi vindt dat het hem nauwelijks kan schelen of er nog liberale politiek bedreven gaat worden. Verhagen is gewoon blij dat hij zonder de PVDA kan regeren…’
'Het zijn drie heren die heel blij zijn met de macht!’ onderbreekt Tillie: 'Ik heb zelden zo'n machtsgeil trio gezien.’
Te Velde: 'Maar ze zijn op essentiële punten verdeeld. Het voornaamste wat hen bindt, is de gedachte dat politiek rechts bij dit kabinet zijn vingers zal aflikken.’
Ankersmit: 'Er was geen alternatief! Afgezien van een PVDA-CDA-VVD-kabinet waarvan je redelijkerwijs niet mag aannemen dat het met iets zinnigs kon komen. Wanneer je werkelijk iets wilt doen aan de sociaal-economische problemen in dit land, dan ben je aangewezen op deze coalitie. Dat verklaart het triomfalisme. De deelnemers in dit kabinet staan dichter bij elkaar dan bij de kopstukken van andere partijen. Rutte is in de Tweede Kamer ingeleid door Wilders, ze kennen elkaar goed.’
Ruben Gowricharn pleit voor meer precisie: 'We moeten onderscheid maken tussen de sociaal-economische problematiek, waarvoor alle grote partijen ongeveer dezelfde maatregelen zullen voorstellen, en de migratieproblematiek, waarover de meningen juist hemelsbreed verschillen. De huidige polarisatie gaat bijna alléén over immigratie.’
Tillie: 'Mee eens. De huidige polarisatie is ingewikkelder dan die van de jaren zeventig. Destijds was men verdeeld langs één dimensie, die van links-rechts. Tegenwoordig is de gemiddelde kiezer links in sociaal-economische kwesties, hij is vóór behoud van de verzorgingsstaat. Maar is hij ook tégen migranten en in die zin rechts. De meeste Wilders-stemmers hebben niet alleen een anti-establishmentstem uitgebracht, ze zijn ook echt tegen de islam. Dat is een rationele stem, een stem uitgebracht op een partij die er ook zo over denkt. Dat aspect mogen we niet depolitiseren door te zeggen dat veel van de PVV-kiezers, met name in Limburg, in de eerste plaats tegen de politieke elite hebben gestemd. De verdeeldheid langs twee dimensies veroorzaakt instabiliteit. Wat alles nog ingewikkelder maakt is dat we nu een invloedrijke fractie in de Kamer hebben waarvan één lid alcoholproblemen heeft gehad, een ander lid vrouwen schijnt te hebben geslagen en een derde lid kennelijk een kopstoot heeft uitgedeeld in een kroeg. Een fractie die spreekt van “kopvoddentaks” en een minister “knettergek” noemt. De politieke elite dreigt te verhufteren.’

HET GESPREK komt op de vraag of Nederland eenzelfde strijd over morele vragen of etnische identiteitskwesties tegemoet gaat als de Verenigde Staten, waar zulke culture wars al decennialang worden uitgevochten langs politieke kanalen. Ankersmit meent dat het Nederlandse partijstelsel en de aloude 'kartelpolitiek’ van de grote partijen daarop niet berekend zijn: 'De politieke elite heeft niet gereageerd op het opduiken van die culturele kwesties. Het is een fundamenteel gegeven in heel Europa dat de bevolking de immigratie niet wil. De grote partijen hebben dat genegeerd, met als gevolg dat het partijsysteem er nu zo ongeveer aan te gronde gaat.’
Gowricharn reageert fel: 'Men is vooral tegen immigratie van niet-blanken. Dat is wat er wordt bedoeld met het inmiddels ingesleten onderscheid tussen “westerse” en “niet-westerse” allochtonen: de eerste groep is blank, de tweede is gekleurd en niet zelden moslim. En die niet-westerse migranten wordt voorgehouden dat ze geen Verlichting hebben gekend, dat ze niet vertrouwd zijn met democratie en dat ze weigerachtig staan tegenover vrouwenemancipatie. Kortom, dat het hen ontbreekt aan de morele kwalificaties om volwaardige burgers te zijn. Ze zijn al bij binnenkomst tweederangs burgers.’
Ankersmit houdt vast: 'Iedere bevolking heeft een beperkt absorptievermogen als het gaat om immigratie. Ongeacht waar de immigranten vandaan komen. Ga je over die grens heen, dan krijg je woede. Nederland is een verenigingsland, een land waar goed contact met de buren essentieel wordt gevonden. Dat is het hart van onze samenleving. Wanneer er te veel vreemdelingen binnenkomen die niet meedoen, levert dat problemen op. Dat kun je verkeerd of zelfs verschrikkelijk vinden, maar het is een sociologische realiteit. Politici hebben dat niet willen inzien. Misschien omdat ze de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd hadden.’
'Ik denk’, zegt Van Gunsteren, 'dat de politieke elite wel heeft geprobeerd er wat aan te doen binnen haar repertoire van mogelijkheden. Maar als het beste wat je te bieden hebt telkens niet goed genoeg is, dan ondermijnt dat je zelfvertrouwen. Dat geldt niet alleen voor migratie, het geldt voor zo veel overheidsprojecten. We klagen al dertig jaar over de files op de wegen en wat we er ook aan doen, het is kennelijk nooit genoeg.’
Ankersmit: 'Maar het groeiende protest tegen immigratie is heel lang afgedaan als fascistoïde. Als iets wat buiten de orde was. Daar kon niet eens over gepráát worden.’
Tillie: 'Dat ging misschien tot vijf jaar geleden op. Maar we kunnen niet ontkennen dat het nu hoog op de politieke agenda staat. De PVV heeft het electorale voordeel dat die partij sociaal-economisch links en cultureel gezien rechts is. Geen enkele andere partij is zo duidelijk gepositioneerd in die twee kwadranten waarin ook de gemiddelde Nederlander zit. De linkse partijen schuiven een beetje op naar cultureel rechts, de rechtse partijen een beetje naar sociaal-economisch links, maar hun posities blijven zo vaag dat de kiezer geen goede keuze kan maken. Als links ook al meegaat in het rechtse vertoog over de “linkse hobby’s”, dan weet de linkse kiezer echt niet waar hij aan toe is. Ik zou willen dat alle partijen nu eens volkomen duidelijk zijn over de vraag of ze voor of tegen kunstsubsidies zijn, voor of tegen immigratie, enzovoort. Kom daar toch voor uit, sta ergens voor!’
Te Velde: 'De PVV heeft heel slim die posities gekozen die de meeste stemmen zouden opleveren. Echt duidelijk of principieel mag je dat niet noemen. Bij Wilders draait alles om de islam. Hij was nog niet lang geleden een liberaal in economische zin, nu is hij voor de verzorgingsstaat, het minimumloon, enzovoort. Omdat het stemmen oplevert voor zijn jihad tegen de islam, niet omdat hij opeens anders is gaan denken. Alle politici doen dat in bepaalde mate, maar bij hem is het wel heel zichtbaar.’

GOWRICHARN probeert het over een andere boeg te gooien: 'We hebben in dit gesprek de neiging om in te zoomen op wat er binnen de elite gebeurt, en de strategieën en motieven daarvan. Maar in de samenleving vinden ook heel grote verschuivingen plaats. Een vrij verrassende electorale verschuiving. Waarom dat precies is gebeurd, is nog een beetje black box. Er is ook een morele ongelijkheid ontstaan tussen burgers. Zaken als respect en eer worden ongelijk verdeeld omdat de een meer rechten krijgt toegekend dan de ander. Het is een knabbelproces. Ik heb Nederland altijd getypeerd als het paradijs van Oranje en het is nog steeds in een aantal opzichten paradijselijk, maar een aantal rechten die met humaniteit te maken hebben zijn op hun retour. Als je kijkt naar de vluchtelingen- en immigratiewetgeving, de sociale zekerheidswetgeving, de verruwing.’
Te Velde: 'Nederland is op het moment sterk naar binnen gekeerd. We doen alsof we enorme, bijna onoplosbare problemen hebben terwijl weinig landen er gunstiger voor staan dan Nederland. We zijn navelstaarderig. En daaraan gekoppeld dreigt de samenleving onprettiger te worden. Gewoon onprettiger. De ontspannen wereld waar we in leven dreigt te verdwijnen. Voortdurend die agressie…’
Van Gunsteren: 'Ik loop laatst op een roltrap, een jonge vrouw wringt zich langs mij en zegt: “Ouwe lul.” Ik zeg spontaan terug: “Jonge kut.” Wat onze gelijkheid bevestigt! Maar ik betrapte me erop dat ik eerst uit m'n ooghoek keek of ik niet met een messentrekker van doen had. Dat vind ik zo vervelend, het verkeer tussen mensen is moeilijker geworden.’
Gowricharn: 'Die agressie dringt ook door in de politiek. Ik ben vaak in Den Haag, de grootste Hindoestanenstad van het vasteland van Europa. Er woont een grote concentratie van Hindoestanen en er zijn relatief weinig moslims. Juist in die stad boekte Wilders bij de gemeenteraadsverkiezingen een monsteroverwinning. Toen de uitslag bekend werd, voelde ik me persoonlijk afgewezen. Ik heb dat gevoel nooit gehad, dat ik me niet welkom voelde in Nederland, dat mij als het ware de deur werd gewezen. Ik heb gedacht: ik ga terug naar Suriname. Maar daar zat Bouterse al weer. Ik weet dus niet eens waar ik naartoe zou moeten. Dat gevoel is intussen een beetje weggezakt, maar de veiligheid die ik voelde toen ik in 1973 in Leiden aankwam om te studeren, heb ik niet meer. Je bent veel meer op je hoede. Je hebt veel meer het gevoel dat je verantwoording moet afleggen over waarom je hier bent, wat je hier uitspookt. Je bestaan is niet vanzelfsprekend.’
'Dat doet me denken aan een beeld dat maar niet uit mijn hoofd wil’, zegt Tillie. 'Dat is dat Oh Oh Cherso, een tv-serie over Haagse jongeren die op vakantie op Chersonissos alleen maar neuken en zuipen, op het Haagse stadhuis werd geprojecteerd. Uit die serie komt je een domheid tegemoet waarvan je akelig wordt. En de projectie daarvan op het Haagse stadhuis vat voor mij heel veel samen: het hedendaagse populisme, de verheerlijking van “het Nederlandse volk” en zijn zogenaamde onbeperkte rechten en vrijheden. En tegelijk, door de projectie op het stadhuis, de wijze waarop de politiek daaronder lijdt.’

WAAR KOMEN 'in ons steenrijke land’ (Tillie) dat onbehagen en die boosheid vandaan? Angst voor het verlies van welvaart, meent de een. Het zijn de verliezers van de globalisering, zegt de ander. Het komt door gevoelens van vernedering, de islamisering, het gevoel dat we bedreigd worden in onze levensstijl. Ons vertoog over maatschappelijke problemen is veranderd, zoveel is wel duidelijk.
'Immigratieproblemen werden vroeger gedefinieerd in sociale termen’, zegt Gowricharn: 'Mensen moeten gehuisvest worden, ze moeten een baan hebben, ze moeten onderwijs genieten, enzovoort. In de loop van de jaren negentig is er een omslag gekomen. Problemen werden cultureel gedefinieerd. De hoofddoekjes en kleding van migranten deugden niet, de woonconcentratie deugde niet, hun taalbeheersing was onvoldoende, ze voedden hun kinderen niet goed op, enzovoort.’
Te Velde: 'De oude wijken worden in zekere zin ook cultureel gedefinieerd. Het onbehagen werd in het verleden weggewuifd, dat was een kwestie van verheffing. Nu wordt het onbehagen gezien als een kwestie waarover als zodanig gepraat moet worden.’
Van Gunsteren: 'De gedachte die in de jaren negentig is opgekomen dat het handelen van mensen en hun identiteit worden bepaald door hun cultuur is algemeen goed geworden. Terwijl uit allerlei onderzoeken blijkt dat mensen handelen naar de omstandigheden. Cultuur geeft wel vorm aan het handelen, maar het is ook afhankelijk van onderliggende ontwikkelingen zoals computerisering, waardoor je ook andere cultuur krijgt, een andere manier van met elkaar omgaan. Men doet alsof je je cultuur en identiteit kunt kiezen.’
'Dat er een Wilders is’, zegt Henk te Velde, 'hoort bij de democratie. We moeten niet meteen ach en wee roepen. Wat me meer zorgen baart, is dat het blijkbaar zo moeilijk is daar een adequaat antwoord op te formuleren. Er is een glijdende schaal: “Ik ben het er niet mee eens, maar hij heeft natuurlijk wel een punt, we moeten toch maar eens gaan nadenken over wat hij zegt.” Er wordt geen helder standpunt tegenover Wilders ingenomen. In de politiek gaat het om fundamentele verschillen, maar een echte tegenpositie zie ik niet. Verhagen en Rutte nemen de gok: we houden Wilders wel in bedwang. Hoe gaat die gok uitpakken? Ik zou zeggen dat het kapitaal van Wilders er evident in zit dat hij constant zegt dat niets deugt. Op het moment dat hij daarmee ophoudt, is hij zijn kiezers kwijt. Dus lijkt het me onwaarschijnlijk dat dit kabinet de oplossing voor het onbehagen gaat brengen. Het is wishful thinking van de andere partijen dat ze hem in zijn gedoogrol kunnen inpakken. Uiteindelijk is de agenda van de VVD: we moeten de stemmen weer bij Wilders terughalen. Eigenlijk een heel gekke situatie. Dat je rond een kabinet met elkaar moet samenwerken met partijen die evident elkaars concurrenten zijn. Dat is altijd wel enigszins zo in een kabinet, maar nu is het wel heel sterk.’
'Ik vrees ook dat dit kabinet het onbehagen niet zal wegnemen’, beaamt Gowricharn: 'Maar ik hoop dat ze één ding realiseren met hulp van Wilders. Dat is dat ze de straatschuimers van allochtone afkomst wat meer weten aan te pakken. Veel mensen hebben op straat vervelende ervaringen opgedaan met Marokkaanse jongens, Antilliaanse jongens. Dat probleem is te lang blijven aankoeken. Als je dat probleem, bij wijze van gedachte-experiment, uit de vergelijking zou wegknippen, dan zou de belasting van de multiculturele samenleving een stuk lichter zijn. Die kleine criminaliteit is een plaag geworden.’
Tillie betwijfelt dat: 'In de buurten waar veel PVV wordt gestemd, woont geen enkele allochtoon. Juist in steden als Amsterdam waar mensen die reële ervaring wel hebben, is links gestemd. Ook hier lijkt sprake van een ingewikkelde paradox: mensen die concrete ervaringen met allochtonen hebben relativeren die plaag.’
Het gesprek verplaatst zich aarzelend van de analyse naar de oplossingen: hoe de ontevreden burger minder ontevreden te maken? Te Velde stelt dat de angst niet alleen de samenleving in zijn greep houdt, maar ook de politiek: 'De politiek gaat gebukt onder de angst voor de kiezers. “Stel je voor dat we echt iets gaan vinden, dan lopen ze massaal bij ons weg.” Politici zouden moeten aanvaarden dat kiezers niet altijd terugkomen. Dat je geluk kunt hebben en scoren bij verkiezingen, maar dat het ook tegen kan zitten - nou, jammer dan. Ik denk dat de electorale druk te hoog is geworden. Het is verstandig als politicus om over de electorale bewegingen na te denken, maar het is te ver gegaan. Die zenuwachtigheid die toeslaat zodra partijen in de peilingen een zeteltje verliezen…’
'Politiek wordt ten onrechte gezien als een oplossingsmachine’, zegt Van Gunsteren onder algemene instemming: 'Er is in dit leven veel verkeerds en onrechtvaardigs. Tegenwoordig wordt meteen naar de politiek geroepen: “Wat wil je eraan gaan doen?” Veel ellende is niet op te lossen, hooguit een beetje te spreiden of te verminderen. Dat moeten politici denk ik ook uitdragen. De problemen die oplosbaar zijn in een vrije samenleving worden door de mensen zelf opgelost. De politiek blijft zitten met de harde, onoplosbare problemen. En dat weten de mensen diep in hun hart ook wel. Net zo goed als we allemaal weten dat we een keer doodgaan. Je kunt nog zo hard roepen, maar je doet er niks tegen.’